Column

Het is weer net zo stil als toen in die ziekenhuiskamer

Roos Schlikker Beeld Oof Verschuren

Wekelijks krijg ik brieven. Hoe zit het nou? Jullie hadden het toch beloofd? Waarom kan het dan nog niet?

Het spijt me, schrijf ik terug. Ik heb geen schuld, maar het spijt me toch. Het spijt me dat het zo gaat. Het spijt me dat beloftes geen schuld lijken te maken.

Het klonk fantastisch, die septemberdag in de gelambriseerde kamer van minister Plasterk. Hij knikte triomfantelijk. Jullie hebben het voor elkaar. Hij en Ard van der Steur hadden geluisterd naar de ruim 82.000 mensen die hun handtekening zetten op de petitie Ik wil ook in het BRP.

Ze beloofden het heel Nederland voor draaiende televisiecamera's: de wet werd aangepast. Dood­geboren kinderen konden officieel worden geregistreerd, iets wat tot dan toe onmogelijk was.

Het is inmiddels mei. En zo toeschietelijk als de ministers waren, zo weinig horen we nu. Er is gedoe rond de BRP (Basisregistratie Personen). Het systeem moet op de schop en dat verloopt moeizaam. Ik begrijp het, maar ben zo bang dat de mooie septemberwoorden niet zijn opgenomen in alle rekenkundige Excelsheets.

Kamerlid Vera Bergkamp maakte zich ook zorgen en stelde vragen. Deze week kwam Plasterks antwoord dat uitblinkt in nietszeggendheid. De jaarlijkse herijking van de operatie BRP heeft 'een aanzienlijke uitloop in tijd en kosten aan het licht gebracht' en leidt tot 'nadere beoordeling en analyse'.

Plasterk is zich aan het 'beraden hoe hiermee om te gaan'. Hij kan 'derhalve pas daarna informeren over de wijze en het moment van registreren van levenloos geboren kinderen'.

Ik lees Plasterks brief. Ik lees de brieven van al die ouders die snakken naar erkenning. Mensen die met hun verdriet onder hun arm bij het stadhuis staan en worden weggestuurd. Het kan toch niet zo wezen dat onze kinderen verloren raken tussen een toegezegde wet en de haperende Haagse machine?

Eindeloos hebben we aan de poorten gerammeld om te zorgen dat Plasterk naar ons wilde luisteren. Dat deed hij uiteindelijk. Maar nu is het stil. Net zo stil als het was in de ziekenhuiskamer nadat mijn dochter zonder adem ter wereld was gekomen. Stilte is daarna nooit meer hetzelfde geweest.

Vroeger werden levenloos geboren kinderen bij ouders weggehaald nog voor ze ze konden zien. Dat was beter, was de gedachte. Dan kon je je ook niet hechten. Door de honderden verhalen over dat wat deze vaders en moeders nooit in hun armen mochten houden, weet ik dat pijn juist groeit als hij niet mag bestaan. Doodgezwegen is nog erger dan de dood.

Ben ik cynisch als ik me afvraag of we aan het lijntje zijn gehouden? Als ik beelden van Plasterk voor me zie die straks Rik Felderhofje in Frankrijk speelt en nergens meer op kan worden aangesproken? Als er heel soms een stemmetje in me fluistert dat die mooie zinnen wel erg goed uitkwamen met de verkiezingen op komst?

Ja, natuurlijk is dat cynisch. En het is vast ook helemaal niet waar. Achter de schermen wordt keihard geknokt om onze dode kinderen een leven te geven. Want belofte maakt schuld, toch? Toch?

Zie ook: Dit jaar zou ze zeven zijn geworden

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken, waaronder recentelijk nog Ajax, Mijn Club (2015). Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Lees hier al haar columns terug. Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden