Column

Het is tijd om akelige beslissingen te nemen

Albert de Lange (57), bijna dertig jaar redacteur bij Het Parool, is 'uitbehandeld'. Hij overziet, nog éénmaal, de route naar zijn aangekondigde dood.

Albert de Lange.Beeld Jan van Breda

Mijn bewustzijn is in m'n buik gaan zitten, zoals dokter Bart het zegt. Hij heeft gelijk. Kon ik tot dusver nog mijn geest boven mijn ­lichaam uittillen, nu wordt dat steeds moeilijker omdat de 'overload' aan kankercellen in mijn buikholte bezig is de macht over te nemen. Zwaardere medicatie is voorlopig het antwoord, en nog zwaardere binnenkort.

Het is tijd om wat akelige beslissingen te nemen. Die hebben we ruim een half jaar zien aankomen, maar ik heb die geleende maanden niet echt benut om alvast een beetje te wennen aan het idee van afscheid. Eerder schuif je het dagelijks voor je uit. Maar wat winst was, gaat nu op nodeloze verlenging lijken en de vraag begint zich serieus op te dringen: hoe lang ga ik door? Ik geef nauwelijks nog - ik krijg en ik neem.

Ik wil nu niet inleveren op de openhartigheid die ik hier heb betracht en ik zeg het maar zoals ik het voel: het wordt tijd om op te stappen. Er is geen winst meer te boeken, de achteruitgang is een dagelijkse trend. Wat dit in huiselijke kring betekent, hoef ik niet uit te leggen, daar kan ik ook niet zo goed woorden voor vinden - we hebben nog wat tijd nodig.

Ik zal niemand per se aan­raden in het aangezicht van de dood een column te beginnen. Zeker, het heeft me waanzinnig veel gebracht, ik ben overspoeld met mooie brieven, bedolven onder mails, liefde en aandacht, en ik heb het graag gedaan. Het heeft betekenis gekregen.

Maar dat publieke sterven, ­zoals het is gaan heten, is niet bevorderlijk voor de intimiteit in kleine kring. Als iedereen ­(bijna) alles weet, bedreigt dat toch het exclusieve samenzijn en voor je het weet is de column zelf het thema, niet de situatie. Of je krijgt als auteur de neiging dingen via de band te spelen, in plaats van het gesprek te ­voeren.

Verpleeghuisarts en filosoof Bert Keizer, ik heb hier wel eerder op zijn wijsheid gewezen, noemde het publieke sterven onlangs een vorm van aandachttrekkerij. 'Je wilt gehoord worden. Gelezen. Gezien. Iemand die in de laatste fase zit, vindt het prettig om met enige fanfare naar beneden te zoeven. Het is gedeelde smart. Het sterven wordt lichter als je er een missie van maakt.'

Ik denk dat Keizer gelijk heeft. Toen ik op 12 oktober vorig jaar met deze berichten startte, had ik geen flauw idee waar ik aan begon. Het heeft z'n eigen dynamiek gekregen, met hier en daar zeker ook missionaire trekjes: niet eindeloos doorbehandelen, regel je wilsverklaring.

Misschien is het wel zo dat je er een lijn in brengt, waarnaar je in enige mate ook gaat leven. De noodzaak om je gedachten en gevoelens te formuleren, is een kracht richting verstandelijke beheersing.

Hier en daar is geopperd dat mensen zoals ik, de terminale aandachttrekkers, een on­gewenste norm kunnen zetten; ­alsof iedereen maar fluitend en licht-ironisch het einde tegemoet moet treden. Er ontstaat, dat gaat vanzelf, inderdaad een voorbeeldfunctie, merk ik op uit de reacties, en het biedt mensen troost, dat is fijn. Wekelijks kermend over de vloer rollen - wat voor 'norm' is dat?

Volgende week staat er weer gewoon nieuws op deze plek. Het gesprek met dokter Bart wordt heel concreet en ik heb mijn zinnen nodig voor iets anders dan een column. Heb een mooi leven, dat is het beste.


a.delange@parool.nl

Wilt u reageren op deze column? Dat kan! Scroll een beetje naar beneden om een reactie te plaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden