Opinie

‘Het is goed om voor het slapen gaan naar Luis Buñuel te kijken’

Een boeman eist onze aandacht op. Filmcriticus Bart van der Put zou hem graag aan Luis Buñuel uitleveren.

In Le charme discret de la bourgeoisie slagen zes ­welgestelde ­Parijzenaars er nergens in om eten te krijgen. Beeld Corbis via Getty Images

De boeman komt om middernacht, al ben je geen kind meer. Doe alsof hij niet bestaat, dan raakt hij verzwakt en zal hij verdwijnen, want hij voedt zich met je aandacht en angst. Dat is wat je vroeger te horen kreeg en wat er in alle films over kinderen en boemannen wordt gezegd. Negeer het monster en het verdwijnt. Het werkte: je zag hem nooit meer terug.

Nu duikt er weer een boeman op, omdat je een laatste rondje langs de zenders maakt en bij Corona News Network blijft hangen. Daar verschijnt hij: iets dikker dan gisteren en twee keer zo giftig. Hij spuwt een kolkend brouwsel van misvattingen, zelfbeklag en beschuldigingen uit. Hij priemt met zijn vinger naar een vrouw die hem op een leugen betrapt en verklaart: “Jij bent nep, je zender brengt nepnieuws en je vraag is respectloos, en eerlijk gezegd gemeen.”

Ik kan mijn tv uitzetten, maar hij blijft door het hoofd spoken. Kan iemand zijn microfoon afpakken en mobieltje verstoppen? Het leven met de plaag is erg genoeg. Waarom zitten we uitgerekend nu met die oranje trol ­opgescheept? Ik wil hem negeren tot hij verdwijnt, maar ik vrees dat het niet meer werkt, want deze boeman is de ­oude niet.

Makkelijk prijsschieten

Wat moeten we met het afgrijzen en de woede die machtige boemannen bij ons losmaken? Als je jong bent, pak je zelf de microfoon en schreeuw je: “God save the Queen, the fascist regime!” En als je gehoord wilt worden, leg je zo veel mogelijk venijn in je stem, zoals Johnny Rotten dat in 1977 bij The Sex Pistols deed. Johnny’s venijn droop er zo dik vanaf dat mensen 43 jaar later zijn stem meteen horen, wanneer ze die eerste regels van zijn openingssalvo lezen. Hoezo No Future? We horen je nog steeds.

Johnny’s landgenoot Steve Bell gaat mijn huidige boeman met zijn penseel te lijf. Bell is een cartoonist met vijanden, want hij verstaat de kunst van de provocatie. In de Britse krant The Guardian haalt hij venijnig uit naar politici, onder wie Trump. Het is makkelijk prijsschieten met een knaloranje doelwit van die omvang. Maar Bell heeft ­erover nagedacht: hij verving de amechtige blonde hoofdbedekking door een gouden wc-bril met deksel. Lang leve de Trollenkoning!

ToiletTrump brengt verlichting in de duisternis, het lucht op om de boeman zo afgebeeld te zien. Het lucht ook op om een dosis punk uit de speakers te laten knallen, maar door de plaag is de kans groot dat de woede zich dan tegen jou richt. Iedereen is thuis en je buren hebben het ook moeilijk. De thuisblijfbioscoop biedt uitkomst.

Ze zijn fijnbesnaard

We rollen de rode loper uit voor de grootmeester van het surrealisme, die ze allemaal de maat nam, te licht bevond en onderuithaalde. Luis Buñuel was geen zanger, maar zijn openingssalvo Un chien andalou (1929) getuigde ­zeker van een punkmentaliteit: in de proloog haalt de filmmaker persoonlijk een scheermes door een oog. Dat schokkende beeld had Buñuel niet bewust bedacht, maar gedroomd. Zijn scenariopartner Salvador Dalí droomde dat er mieren uit zijn handpalm kropen. David Lynch moest nog geboren worden.

Dertig films later hield Buñuel zich in Le charme discret de la bourgeoisie (1972) nog steeds met dromen bezig. In het absurde Oscarwinnende meesterwerk raken droom en realiteit steeds meer met elkaar vervlochten, wanneer zes welgestelde Parijzenaars met elkaar aan de ene tafel na de andere plaatsnemen, maar er nergens in slagen om eten te krijgen. Daar spreken ze beleefd schande van, want ze zijn fijnbesnaard en bekleden zekere posities. Het is vanzelfsprekend dat ze fatsoenlijk bediend zullen worden. Maar dat gebeurt niet.

Minzame glimlach

Buñuel was 72 toen hij de film maakte. Zijn scheermes was vervangen door fijner gereedschap: hij fileert de hypocrisie van de gegoede burgerij, de clerus, de machthebbers en hun troepen met een minzame glimlach. Maar zijn oude streken was hij niet verleerd: wanneer hij de angst voor ontmaskering verbeeldt, is het venijn onmiskenbaar. De borden van de bovenklasse blijven leeg, maar Le charme discret de la bourgeoisie is een rijke en smaakvolle dis.

Tijdens de plaag wint de film aan betekenis, omdat ­Buñuel er als geen ander in slaagde het inherente gevoel van vervreemding in dromen weer te geven. We dromen wat af in de lege stad en niet alleen wanneer we in bed liggen. Ook voor ons raken droom en realiteit in een verstilde metropool met elkaar vervlochten. Dan is het goed om voor het slapen gaan naar Buñuel te kijken, terwijl de boeman langzaam verdwijnt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden