column

Het is al jaren hommeles in ijswinkelland

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken, waaronder recentelijk nog Ajax, Mijn Club (2015). Elke zaterdag lees je hier haar column uit Het Parool. Vandaag: het lelijke overwoekert de stad.

Beeld Floris Lok

Hij heeft er buikpijn van. Job, eigenaar van chocolaterie Jordino op de Haarlemmerdijk, staat schokschouderend voor me. Ik leun tegen de toonbank, zoals ik vaker doe. Mijn blik dwaalt glazig over de bakken zelfgemaakt ijs, tientallen macarons teder in het gelid gelegd, chocoladeflikken, rumboontjes, bonbons, suikerbloemetjes geboetseerd met de precisie van een horlogemaker.

De aandacht die Job aan alles om zich heen besteedt, maakt me zo tevreden. Toen mijn oudste een periode gek op kroonkurken was, spaarde Job ze van de speciaalbiertjes die hij thuis dronk. 'Hier, geef maar aan Doppie,' grijnsde hij dan, een klauw vol ijzer in mijn hand proppend.

Maar vandaag lacht Job niet. Een paar maanden geleden was hij al gestrest omdat hij van Louis Vuitton geen marsepeinen tasjes meer mocht verkopen met hun logo, maar nu zit hij veel dieper in de penarie. 'Geen ijs meer! Hoe moet dat? Ik ben begonnen met ijs. En nu moet het weg. Alleen omdat ze van hun eigen regelgeving een ­klerezooi hebben gemaakt.'

Het is al jaren hommeles in ijswinkelland. Jaren geleden kregen Monte Pelmo en IJscuypje het met de gemeente aan de stok omdat ze een horecavergunning nodig bleken te hebben om ijs te verkopen. Het bestuur capituleerde en ijshandels werden uit de horeca gehaald.

Mooi, maar er zat een rottig addertje onder het gras. IJsverkoop wordt sindsdien gerekend tot detailhandel en valt daardoor niet meer onder de wet Bibob. Het gevolg? Plotsklaps telde de binnenstad meer dan zeventig ijswinkels, elke week komen daar twee tot drie bij. Schimmige zaken vaak, waar wafels in nepchocola worden gedoopt, roomijs uit fabrieksbakken in hoorntjes wordt gesmeten en achter de toonbank god weet wat gebeurt. Alleen al de Damstraat telt inmiddels negen ijszaken, volgens de geruchten zitten ze er voor vijftienduizend euro huur per maand. Best knap om bij elkaar te sprokkelen, slechts met de verkoop van chemische troep.

Tijd voor daadkracht, vond de gemeente. En dus trekken deze weken inspectieteams door de stad om alles wat met ijs te maken heeft megastreng te controleren.

De gevolgen zijn even absurd als dramatisch. Zo moet Job kiezen tussen ijs of chocola, omdat ijs niet meer naast andere producten in een zaak verkocht mag worden. Ook deugt zijn belettering op het raam niet, zijn brandblusser, zijn zonnescherm. Het antieke beeldschone gevelbord van Monte Pelmo moet trouwens eveneens weg, want 'dat voldoet niet meer', aldus een ambtelijke pennenlikker.

Job kijkt me weemoedig aan boven de karamel. 'Ik snap het niet. Ik doe het al 23 jaar zo. En nu moet alles anders.' Er staan geen tranen in zijn ogen. Toch zie ik ze.

Even later fiets ik door het centrum. Suikerspinluchten walmen over de stoep, afvalstapels liggen liefdeloos tegen de gevels van een ijszaak geslingerd. De Damstraat in januari. Treuriger kan niet. O ja, toch. De wetenschap dat schoonheid sterft doordat het lelijke de stad overwoekert, is nog triester.

Geweldig hoor, gemeente, dat jullie ijscriminelen het straatbeeld uit willen, maar haal je klauwen af van zaken als Jordino en Monte Pelmo.
Want zo gaat de wereld aan goede bedoelingen ten onder.

Wilt u reageren op deze column? Dat kan. Scroll een beetje naar beneden om een reactie te plaatsen of stuur een mail.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden