Opinie

'Het geld voor de kunst eerlijk verdelen is eenvoudiger dan de gemeente denkt'

Vooral gevestigde instellingen zullen profiteren van de verdeling van het geld voor kunst. Dat moet anders, schrijft oud-gemeenteraadslid (GroenLinks) Maarten van der Meer vandaag op de opiniepagina van Het Parool.

Het Concertgebouw: onmisbaar onderdeel van de culturele infrastructuur van de stad. Beeld EPA
Het Concertgebouw: onmisbaar onderdeel van de culturele infrastructuur van de stad.Beeld EPA

Nog even en de stoelendans rond de verdeling van de vierjaarlijkse kunstsubsidies van Amsterdam gaat weer van start. Deze keer zal een deel van de subsidies, de zogenoemde vrije ruimte, worden verstrekt via het Amsterdams Fonds voor de Kunst. Voorafgaand daaraan bepaalt de gemeente welke instellingen behoren tot de onmisbare kern van de cultuur in de stad, de zogeheten Amsterdamse Basisinfrastructuur. Begin oktober wordt bekend welke instellingen daaronder gaan vallen.

Maar er is iets vreemds aan de hand rond deze besluitvorming. Allereerst is niet bekend hoeveel instellingen binnen de basisinfrastructuur gaan vallen. Kort door de bocht kan worden gesteld dat hoe meer instellingen erbinnen vallen, hoe minder het Fonds onder de andere instellingen - het grootste aantal - te verdelen heeft. Daarbij komt dat dit niet gebeurt op basis van een door de instellingen ingeleverd plan voor de komende jaren.

Dat maakt het voor de gemeente heel lastig om tot een keuze te komen die afwijkt van de bestaande situatie. Immers, hoe moet je verantwoorden dat een instelling opeens niet meer thuishoort binnen de Basisinfrastructuur als daar geen afgewezen toekomstplan aan ten grondslag ligt en er geen dossier is uit het verleden dat de afwijzing rechtvaardigt?

Kunstraad uitgehold
De rol van de Amsterdamse Kunstraad lijkt ondertussen uitgehold. Ze gaan niet meer over de vrije ruimte, daar gaat het Fonds nu over. En over de Basisinfrastructuur heeft de Kunstraad slechts een adviesrol nadat de gemeente het plan openbaar heeft gemaakt, en niet voorafgaand.

Zo is er wel een heel grote verantwoordelijkheid op de schouders gelegd van de ambtenaren die zich bezighouden met de besluitvorming. Zij zijn feitelijk degenen die een inhoudelijk oordeel moeten vellen over de instellingen die wel of niet in de Basisinfrastructuur komen. Dat maakt de kans alleen maar groter dat dezelfde instellingen weer geld gaan krijgen.

En dat terwijl grote ontwikkelingen plaatsvinden, bijvoorbeeld bij de podiumkunsten (popmuziek, theater, wijkpodia), de festivals, debathuizen, en in de hedendaagse kunst.

Ook bij de verdeling van de subsidies tussen de verschillende sectordelen van de cultuur kunnen nog wel vraagtekens worden geplaatst. Zo gaat er relatief veel geld naar theaters en musea en weinig naar hedendaagse kunst, debat, film, literatuur en popmuziek. Zo lijkt de gemeente zich dus bij voorbaat een probleem op de hals te halen.

Alleen de grote iconen
Maar er is een eenvoudige oplossing voorhanden. De gemeente kan namelijk kiezen voor een zeer beperkte basisinfrastructuur, waar alleen de grote iconen van het Amsterdamse cultuurveld in komen. Denk aan het Concertgebouw en het Concertgebouworkest, het Amsterdam Museum, het Stedelijk Museum, Paradiso en de Stadsschouwburg, het Muziekgebouw aan 't IJ, Toneelgroep Amsterdam en het Muziektheater.

Alles wat aan geld overblijft, deze periode zou dat zo nog ruim 43 miljoen euro zijn, wordt op basis van nieuwe aanvragen door het Fonds verdeeld. Dit biedt meteen ruimte aan het Fonds en de Kunstraad om te fuseren, waardoor de onafhankelijke adviesfunctie veel beter kan worden opgetuigd. Er komt dan veel meer kans en ruimte voor nieuwe en andere partijen. Er is geld voor zaken als talentontwikkeling en diversiteit.

En het gewenste politieke doel, om de subsidiëring van cultuur op afstand van de politiek te plaatsen, wordt in een klap ook gerealiseerd.

Wilt u reageren op dit artikel? Dat kan. Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

null Beeld /
Beeld /
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden