PlusInleiding

Het filmfestival is terug: eindelijk weer films bingen in een (bijna) volle zaal

Na anderhalf jaar zoomen en streamen mogen we eindelijk weer met zijn allen in een bioscoopzaal zitten. En dat doe je nergens beter dan op een filmfestival.

Zouden we het verleerd zijn, filmfestivallen? Als die evenementen in 2020 en de eerste helft van 2021 al doorgingen, dan was dat in ­virtuele vorm, met screenings voor de thuisbioscoop. Hoe welkom die ook waren in tijden van schaarste, het bleef behelpen.

Hoog tijd, dus, dat we weer het festivalgewoel in mogen. Maar kunnen we het nog wel? Of zijn we door het eindeloze doomscrollen door de vergaarbakken van de streamingdiensten het puzzelen met blokkenschema’s verleerd? Voor wie het geheugen vast wat op wil frissen, zetten we het op een rij: wat was hier ook alweer zo leuk aan?

Randprogrammering

Het is geen toeval dat de eerste filmfestivals ontstonden in de tijd dat cinema zijn achtergrond als kermisvermaak écht ontgroeid was en serieus genomen wilde worden als kunstvorm. Venetië was er als eerste bij – ’s werelds oudste ­f­ilmfestival werd daar opgericht in 1932, als ­onderdeel van de kunstbiënnale die er al sinds 1895 wordt georganiseerd. Cannes volgde in 1946, Berlijn in 1951, en dat zijn nog altijd de Grote Drie van de wereldwijde festivals.

De film als kunstwerk, dat vieren al deze festivals, en de vele duizenden andere die er inmiddels wereldwijd zijn – van groot tot klein, en welke niche ze ook bespelen. Ze ­bieden een podium aan de hoogtepunten van de kunstvorm, en zijn daarmee een tegenwicht voor en een aan­vulling op de ‘popcornfilms’ in de megabioscopen.

Festivals vieren de meesterwerken, maar bieden ook een veilige haven voor een ander soort films, die het op ­zichzelf aangewezen in de markt misschien niet zouden redden. Omdat ze te klein zijn, te experimenteel, gemaakt door een onbekende maker met onbekende acteurs, of in een genre waarin slechts een beperkt publiek interesse heeft.

De kracht van festivals is echter niet alleen dat ze andere films vertonen, maar ook dat ze films anders vertonen. Want in de context van een festival krijgen films op allerlei manieren iets extra’s mee. Ook als het een festival van voorpremières is, met films die niet veel later ‘gewoon’ in de bioscopen te zien zijn.

Allereerst omdat er op festivals van alles om de films heen wordt georganiseerd. Makers zijn fysiek of virtueel aanwezig om tekst en uitleg te geven in talkshows en q&a’s. Films worden begeleid door inleidingen door experts, ­nagesprekken met betrokkenen, muzikale omlijsting of andere randprogrammering.

Bingen

Maar ook als er niets extra’s wordt georganiseerd, biedt een festivalvertoning toch een meerwaarde, simpelweg doordat festivals het publiek bij elkaar brengen. Niet voor niets beginnen steeds meer bioscopen hun eigen festivals, na jaren met lede ogen te hebben toegezien hoe ­dezelfde film die in hun filmhuis voor drie man en een paardenkop draaide, op een festival volle zalen trekt. En film gedijt bij een volle zaal.

Natuurlijk: de hel, dat zijn de anderen, dus films kijken in een groep levert soms ook ergernis op. Als twee rijen achter je iemand de hele film lang chips uit een krakerig zakje zit te vissen, bijvoorbeeld, of als iemand vlak voor je ­doodleuk gaat zitten appen en je zo onbewust vol in de schijnwerper zet.

Maar goed: thuis op de bank is er óók overal afleiding, en films hebben ook veel te winnen bij al die mensen om je heen. Komedies zijn grappiger als een volle zaal buldert van de lach. Tragedie is triester wanneer ook de mensen om je heen naar hun zakdoeken reiken. Horror is des te ­enger wanneer honderden mensen zich tegelijk het lep­lazarus schrikken.

Bruggetjes leggen

En dan is er nog het feit dat films op festivals niet op ­zichzelf staan, maar in bulk worden aangeboden. Als je ­gewoon een avondje naar de film gaat, is het uitzonderlijk om meer dan één film te bekijken (onterecht, maar dat is een ander verhaal). Festivals nodigen er juist toe uit om te bingen in een bioscoopstoel. Twee films is sowieso een ­beetje het minimum, met drie begint het ergens op te ­lijken, en met vier of vijf films op een dag heb je écht waar voor je geld.

Als je meerdere films achter elkaar kijkt, gaan ze onver­mijdelijk met elkaar in gesprek. Er is altijd wel iets – een thema dat in meerdere films terugkomt, een opvallend rekwisiet, of een stukje dialoog dat doet denken aan een tekst uit de vorige film. Het nodigt uit tot vergelijken, tot bruggetjes leggen en verbanden zoeken, tot het zoeken naar een groter geheel.

Juist ja, dát is het met die festivals: het geheel is meer dan de som der delen.

Volg alles over filmfestival Paff op onze overzichtspagina.

Volle bioscoopzaal tijdens een eerdere editie van Paff. In de context van een festival krijgen films op allerlei manieren iets extra’s. Beeld Amaury Miller
Volle bioscoopzaal tijdens een eerdere editie van Paff. In de context van een festival krijgen films op allerlei manieren iets extra’s.Beeld Amaury Miller

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden