Column

Het feest van de democratie? Nee, een opiniepeiling

De inzet van deze verkiezingen is de vraag of Nederland voortvarend en stabiel kan worden bestuurd dan wel ten prooi valt aan bestuurlijke instabiliteit, zo niet chaos. Deze woorden zijn niet afkomstig van een politicus van VVD, CDA of PVV, ze zijn zelfs niet van recente datum. Ze kwamen uit de mond van PvdA-senator Han Noten en dateren van de vorige campagne voor de Provinciale Staten- en senaatsverkiezingen.

Hans Goslinga

Het kabinet van PvdA, CDA en ChristenUnie was zojuist aangetreden en nu kwam het er volgens de sociaal-democraat op aan dat het op basis van stabiele meerderheden in beide Kamers voortvarend aan de slag kon gaan.

De geschiedenis heeft laten zien dat de meerderheid die Noten in de Eerste Kamer van zulk cruciaal belang achtte, er is gekomen. Van de beloofde voortvarendheid hebben de kiezers evenwel weinig gezien in de daaropvolgende periode. Na drie jaar bezweek de coalitie van Balkenende, Bos en Rouvoet aan haar onmacht en droeg aldus zelf bij aan een grotere instabiliteit in de politieke verhoudingen. De chaos is uitgebleven, ook al zit er nu een kabinet dat - destijds het schrikbeeld van Noten - gedwongen is beurtelings bij links en rechts met de pet rond te gaan om steun.

De moraal van dit verhaal is dat politici bescheidener zouden moeten zijn en niet zo'n overspannen voorstelling van zaken behoren te geven, laat staan termen gebruiken als 'ik of de chaos' die thuishoren in het idioom van een dictator.

Het kan wel zijn dat zij volgens de wetten van Machiavelli bijna onontkoombaar worden meegetrokken in de machtsvraag, maar in een democratie komt het erop aan de burgers serieus te nemen. Dat gebeurt niet als nationale politici de verkiezingen voor gemeenteraden en provinciale parlementen voor eigen gebruik kapen en het karakter geven van een vertrouwensvotum voor of een plebisciet tegen het zittende kabinet. Noten deed dat in 2007, politici van de huidige coalitie doen dat nu met even weinig gêne.

Op haar beurt heeft de PvdA er nu geen moeite mee bestuurlijke chaos te riskeren, mocht zij er met de andere oppositiepartijen in slagen de coalitie van een meerderheid in de senaat af te houden. "De keuzen van het kabinet komen er bij ons in de Eerste Kamer niet door", zei Marleen Barth, de eerste kandidaat-senator van de PvdA, vorige week op het congres van haar partij.

Waar je staat, hangt af van waar je zit, luidt een Britse politieke wijsheid, waarvan politici nog altijd de geldigheid bewijzen, ongeacht hun politieke kleur.

Het excuus dat deze indirecte verkiezingen voor de Eerste Kamer bemoeienis van de nationale politici rechtvaardigen, klinkt mooi, maar het gaat helemaal niet op. Dit huis beschikt weliswaar over het vetorecht, maar het moet daar uiterst terughoudend mee omgaan, wil het de democratie niet volledig frustreren.

Het voortdurend blokkeren van wetsvoorstellen betekent immers niet alleen dat de senaat een zittend kabinet dwars zit, maar ook en vooral de wil van de rechtstreeks gekozen Tweede Kamer overstemt. Dat kan één keer, maar veelvuldig gebruik van de voorhamer zou neerkomen op minachting van de kiezers die de directe volksvertegenwoordiging een mandaat voor vier jaar hebben verstrekt. In dat geval blaast de senaat uiteindelijk het bestel zelf op.

De nationale politici zijn daar al druk mee doende. Ze ondergraven in wezen zelf dat mandaat door van elke tussentijdse verkiezing, om het even of het om de vierhonderd gemeenteraden of het Europees Parlement gaat, een uitgebreide opiniepeiling te maken. Zij werken aldus mee aan de nervositeit van het politieke bedrijf en daarmee aan de bestuurlijke instabiliteit waarvoor Noten zo beducht was.

Maar het kwalijkste is dat zij de burgers, zelfs nog in de 21ste eeuw, als stemvee blijven beschouwen. Het VVD-Kamerlid Charlie Aptroot rechtvaardigde deze week de annexatie van de Statenverkiezingen met het argument 'dat veel mensen toch niet weten wat de provincie doet'. Het doet denken aan het gevleugeld woord van de kapitalistische werkgever tegen de pastoor: hou jij ze dom, dan houd ik ze arm.

De schijneerlijkheid van Aptroot is nauwelijks te verkiezen boven de schaamteloze wijze waarop de PvdA met de beeltenis van Job Cohen op de provinciale posters de kiezers poogt te misleiden. Als iets de vervreemding tussen de wereld van de politiek en de samenleving in de hand werkt, is het dat politici de goed opgeleide, mondige en zelfstandige burgers van deze tijd nog altijd niet echt serieus nemen. Het gevolg is een naar binnen gericht bedrijf, dat zijn legitimatie ontleent aan opiniepeilingen en zelfs het feest van de democratie dat verkiezingen behoren te zijn tot deze armzalige status verlaagt.

Als de verkiezingen van de Provinciale Staten en de senaat werkelijk van elke democratische ratio zijn gespeend, is het misschien beter deze organen op te doeken of een andere rol te geven.

De politicoloog en oud-senator Joop van den Berg heeft al eens voorgesteld de Eerste Kamer het vetorecht te ontnemen, zodat zij in grotere vrijheid kan oordelen over de kwaliteit van de wetten. Nog een stap verder is de senaat te laten samengaan met de Raad van State, die vooraf de toetsing van wetsvoorstellen doet. De provinciebesturen zouden als een soort reken- en toezichtkamers een nuttige rol kunnen spelen tussen Rijk en gemeenten, vergelijkbaar met die van de Algemene Rekenkamer, de Nationale Ombudsman en de Veiligheidsraad, die door hun effectiviteit en strengheid veel gezag genieten. Dan zijn we in één klap verlost van de democratische schijn, die nu tot zoveel onwaarachtigheid leidt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden