Femke van der Laan.Beeld Agata Nowicka

Het eerste uur vrij, alsof alles normaal is

PlusFemke van der Laan

Ik zit op het bed van de jongste, aan het voeteneinde, en kijk hoe hij doet alsof hij slaapt. Zijn ogen zitten net iets te stevig dicht, zijn adem is net iets te hard. Ik heb zijn naam al drie keer gezegd. Steeds wat luider.

Ze wilden uitslapen. Een beetje. Ik had ze elke doordeweekse ochtend wakker gemaakt, alsof alles normaal was. Alsof er tijd nodig was om tassen te pakken en boterhammen te smeren. Om gymspullen te zoeken. Toch maar iets anders aan te trekken. Naar school te fietsen.

Nu wilden ze het eerste uur vrij. Als we deden alsof alles normaal was, hoorde dat er ook bij.

Ik had een tijdje in de woonkamer gezeten. Ik had mijn dromen van me af proberen te schudden. Ik had het van donker naar schemer naar licht zien gaan. Terwijl de rest van het huis het eerste uur vrij had, was de zon boven de daken uitgekomen en had ik in een bad van licht gezeten en gewacht, met mijn teen in de kraan en mijn haren over de badrand, tot het tijd was om ze wakker te maken.

“Ik droomde dat ik in een ziekenhuis was,” klinkt het aan het hoofdeinde.

“Ik ook,” zegt het voeteneinde.

Het is waar. Ik droomde vannacht over een ziekenhuis. Ik probeerde in te breken. Wat ik er precies kwam doen, werd nooit helemaal duidelijk. Misschien wilde ik iets stelen. Misschien was ik naar iemand op zoek. Wat me is bijgebleven, is mijn bedrevenheid. Hoe handig ik een ruit insloeg. Hoe vaardig ik door een ventilatieschacht kroop. Hoe routineus ik de gangen afspeurde. Alsof ik nooit iets anders had gedaan.

“Het zag er anders uit.”

“Dat is meestal in dromen. Maar het voelt hetzelfde.”

Ik denk aan het ziekenhuis in mijn droom. Hoe het meer op een pakhuis leek. Een opslag. Een plek om dingen te bewaren, in stellingkasten waar je je makkelijk achter kunt verstoppen. Als je een inbreker bent.

Er komt een voet onder het dekbed vandaan. Een ­grote teen tikt tegen mijn been.

“Was je op bezoek?”

Het hoofdeinde knikt.

We zijn stil. Ik kijk hoe er zonlicht op het hoofdeinde valt. En op haren. Een oor.

Het lijkt op de vorige keer dat de wereld stilstond. De vorige keer dat we deden alsof alles normaal was, net zolang tot het daadwerkelijk normaal was. Het zag er anders uit, maar het voelt hetzelfde.

Er komt een tweede voet tevoorschijn. Nog een grote teen raakt mijn been. Dan zie ik twee armen. De jongste rekt zich uit.

“Hoe laat is het?”

“Een uur later.”

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden