Het debat over Kunduz smaakt naar veel meer

Het was inderdaad een fascinerend debat vorige week in de Kamer. Opener – wat uitkomst en inzet van kabinet en fracties betreft – was een debat in jaren niet. Het debat was een voorbeeld van hoe het óók kan: dat een niet door een regeerakkoord gekneveld parlement een krachtige tegenmacht kan zijn. En dat het ontbreken van die tegenmacht in ieder geval één van de oorzaken is van de crisis in de parlementaire democratie.

De vraag of het nu verstandig is een trainingsmissie naar Kunduz te sturen of niet, valt ook na vorige week niet echt te beantwoorden. Dat moet je dan ook niet proberen. Waar het hier om gaat, is de constatering dat argumenten voor en argumenten tegen werden gewisseld in een open debat. Open in die zin, dat niet tevoren duidelijk was of het kabinet de Kamer mee zou krijgen voor een missie en ook niet in welke vorm de eventuele missie dan precies zou moeten plaatsvinden.

Het is niet geheel toevallig dat juist op buitenlands politiek terrein dit open debat plaats kon vinden. Juist op dat terrein immers kunnen Rutte en Verhagen niet door één deur met Wilders. Het debat vorige week mag dan open geweest zijn, met een prettige nadruk op argumenten, bij de PVV was het nee en bleef het nee, met als belangrijkste argument dat de islamisering beter in Gouda bestreden kan worden dan in Afghanistan.

Dat Rutte van andere partijen dan de coalitie afhankelijk is voor zijn initiatieven in het buitenland was al bekend sinds het kabinet in oktober aantrad. Veel prestige kan er dan ook met dit avontuur niet gemoeid zijn geweest. Een nederlaag in de Kamer zou, zoals altijd, voor het kabinet gevoelig geweest zijn, maar het zou het hart van het kabinetsbeleid niet geraakt hebben.

Het is, kortom, veel te kort door de bocht en in ieder geval veel te snel om nu de conclusie te trekken dat een minderheidskabinet een zegen zou zijn voor de parlementaire democratie. De omstandigheden waren vorige week te bijzonder om uit het wezen van de coalitie optimistische conclusies te trekken over een verbeterende positie van de Kamer.

Regeer- en gedoogakkoord hebben het binnenlands beleid niet veel minder dichtgetimmerd dan coalitieakkoorden van ’gewone’ kabinetten. Ook in de huidige akkoorden staat de doelstelling rond het te bereiken financieringssaldo in 2015 centraal. En net als in andere akkoorden ligt al tot in detail vast hoe de daarvoor benodigde bezuinigingen op de overheidsuitgaven bereikt moeten worden. En, wellicht terzijde, die bezuinigingen zijn ook nog eens net zo boterzacht als bij de meer traditionele coalities.

Bij zijn aantreden verklaarde minister van sociale zaken Henk Kamp zich niet gelukkig met het verbod in de akkoorden om te morrelen aan de ontslagbescherming. Hij kondigde aan de uiterste grens van die afspraak te willen zoeken in de komende jaren. Zou hij dat doen en zou hij dan handelen tegen de wil van een coalitiepartner, dan zou dat veel meer dan een politiemissie naar Kunduz een lakmoesproef kunnen zijn voor het aanzien en de opstelling van de Kamer.

Kamp zou zich in dat geval op een veel wezenlijker punt dan de opleiding van Afghaanse agenten afhankelijk maken van een Kamermeerderheid. De woorden van Kamp maken nieuwsgierig naar zijn plannen. Immers – dat dan weer wel – het debat van vorige week smaakt absoluut naar veel meer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden