PlusReportage

Het centrum van Brussel is voor 3 maanden een woonerf

In veel steden krijgen fietsers en wandelaars nu ruim baan. Noodgedwongen, want alleen zo kunnen de 1,5 meterregels werken. Ook Brussel perkt de ruimte voor de auto voorlopig in.

Het centrum van Brussel is in eerste instantie voor drie maanden tot woonerf gemaakt.  Beeld Getty Images
Het centrum van Brussel is in eerste instantie voor drie maanden tot woonerf gemaakt.Beeld Getty Images

Met zijn stok stevig in zijn rechterhand steekt een oude heer tergend traag een ­brede kasseiweg in het centrum van Brussel over. Terwijl de man zich op de straatstenen concentreert, ontstaat een korte rij wachtende auto’s. Pas als hij aan de overkant is, trekken ze weer op.

Brusselaar Geert Van Waeg aanschouwt het tafereel met een mengeling van verbazing en tevredenheid. “Zo veel hoffelijkheid ben ik niet gewend. Normaal gesproken waren die automobilisten allemaal gaan claxonneren,” zegt de voorzitter van de internationale voetgangers­federatie IFP.

Eerder deze maand is het volledige centrum van de Belgische hoofdstad, ‘de vijfhoek’ in de volksmond, veranderd in een woonerf. Voetgangers mogen er midden op straat wandelen en hebben altijd voorrang, auto’s (en fietsers) mogen niet sneller rijden dan 20 kilometer per uur.

De ingreep geldt voorlopig voor drie maanden en is een direct gevolg van de coronacrisis. “Voetgangers en fietsers hebben meer ruimte nodig om zich aan de 1,5 metersamenleving te kunnen houden,” verklaart verkeerswethouder Bart Dhondt (Groen).

Wennen

Brussel is vanouds een autostad, ingericht op pendelaars uit Vlaanderen en Wallonië.

Dat betekent veel baanvakken voor de auto, en vaak krappe fiets- en voetpaden. Dat is een probleem nu de coronamaatregelen stukje bij beetje worden afgebouwd – de winkels en kappers zijn weer open – en het drukker wordt op straat. “Als we dat veilig willen doen, moeten we de open­bare ruimte eerlijker verdelen,” zegt Dhondt.

In de pittoreske Sint-Katelijnestraat is te zien waar hij op doelt. Aan weerszijden staan op de smalle stoep wachtrijen bij de delicatessen­zaken waar de straat bekend om staat. “Hier kun je elkaar onmogelijk op anderhalve meter afstand passeren.”

Toch valt op dat maar weinig wandelaars voor de straat kiezen. De meesten wurmen zich tussen de geparkeerde auto’s en de rijen op het trottoir door. “Mensen moeten nog wennen,” zegt Dhondt. “Voelen dat het veilig is om voorrang te nemen.”

Chaotisch

Een van de weinige voetgangers die de straat verkiezen, is Eva Deroo. Met haar witte slechtziendenstok in de ene hand en haar rode boodschappentrolley in de andere loopt ze met ferme passen midden op de weg. “Hier durf ik dat wel,” zegt ze. “In deze straat rijden auto’s altijd al traag, omdat het zo smal is.”

Deroo is niet onverdeeld enthousiast over het woonerf. “Het is heel chaotisch. Veel automobilisten lijken niet te weten dat ze maar 20 mogen rijden. Bij de drukke straten is het voor mij als slechtziende nu zelfs moeilijker om over te streken, omdat de verkeerslichten zijn uit­geschakeld. Auto’s stoppen niet meer automatisch bij de zebrapaden. Ik heb ook al twee slippende fietsers voor mijn voeten gehad terwijl ik overstak.”

Toch wil ze het initiatief niet meteen afschrijven. “Ik denk vooral dat er beter gecommuniceerd moet worden.”

Experiment

Bij een invalsweg aan de rand van het centrum concludeert Geert Van Waeg van de voetgangersbeweging hetzelfde. Hij wijst hij op het bescheiden formaat van de nieuwe woonerf­borden: die zie je makkelijk over het hoofd. “Weet iedereen dat de maximumsnelheid op een woonerf 20 kilometer per uur is? Dat staat nergens expliciet aangegeven.”

Toch is Van Waeg blij verrast. “Op sommige plaatsen lijkt het wel autoloze zondag,” zegt hij. Maar als hij op de hippe Dansaertstraat een foto maakt, zoeft een stadsbus vlak langs hem, overduidelijk sneller dan 20 kilometer per uur.

Dhondt benadrukt dat de invoering van het woonerf nog niet af is. “Vanwege de coronacrisis moesten we snel beslissingen nemen, zodat mensen veilig naar buiten kunnen. We hadden al plannen om de vijfhoek de komende jaren ­autoluw te maken, maar die waren nog niet af. Dit is dus een experiment dat we voortdurend bijsturen.”

Bloembakken

Dat past in de Brusselse traditie. Vijf jaar geleden werd de brede Anspachlaan in het centrum van de ene op de andere dag autovrij gemaakt. Pas nu begint het werkelijk op een voetgangerszone te lijken, maar de werkzaamheden zijn nog altijd niet afgerond.

Om automobilisten eraan te herinneren dat ze een woonerf binnenrijden, komen er bloembakken en andere snelheidsvertragers bij de invalswegen, zegt Dhondt. Ook zijn de nieuwe verkeersregels binnenkort op digitale displays in de stad te zien en komen er snelheidsdisplays om bestuurders op hun snelheid te wijzen.

Vooralsnog zijn het tijdelijke ingrepen, al kijkt Dhondt verder vooruit. “Door de coronacrisis is het tekort aan fietspaden, schone lucht en ­verkeersveiligheid nog groter geworden. Het kan best zijn dat we straks op een aantal verkeers­assen opnieuw 30 kilometer per uur gereden mag worden, maar we zijn deze weg ­definitief ingeslagen. Koning Auto is hier vanaf nu te gast.”

 
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden