Column

Het CDA is goed af zonder leider

Het CDA heeft geen politiek leider. Kennelijk zorgt dat bij groepen mensen, in de media maar gek genoeg ook in de partij zelf, voor een onrustig gevoel. Kennelijk zijn we in de Nederlandse politiek al zo vertrouwd geraakt met dit op zich bizarre fenomeen, dat er een gevoel van verweesdheid ontstaat als we niemand als zodanig mogen beschouwen.

"Het woord leider geeft mij een ongemakkelijk gevoel, ik moet dan altijd onwillekeurig aan stampende laarzen denken", zei de inmiddels overleden VVD-politicus Henk Vonhoff ooit.

De Nederlandse politiek heeft het nooit zo opgehad met het idee dat een individueel politicus het gezicht, de verpersoonlijking en het hart van een politieke beweging is. Er wordt veelal besmuikt gesproken over de politiek leider. En al helemaal als iemand zich als zodanig wil opwerpen, zoals de huidige burgemeester van Den Haag Jozias van Aartsen ooit merkte. Toen hij met Gerrit Zalm streed om het partijleiderschap van de VVD was het uiteindelijke resultaat dat Van Aartsen zich aanvoerder mocht noemen.

Toch is de figuur van politiek leider uit de Nederlandse politiek niet meer weg te denken. Nu ideologie en interne partijorganisatie minder belangrijk geworden en de politiek verpersoonlijkt is, is de eerste man of vrouw van een politieke beweging van eminent belang geworden. Dat is geen ontwikkeling die het gevolg is van de opkomst van het populisme in de politiek, maar een sluipend proces sinds het einde van de jaren vijftig van de vorige eeuw. De democratie werd vanaf die tijd een televisiedemocratie, waarbij een gezicht even belangrijk werd als de inhoudelijke politiek van een partij.

Het politiek leiderschap is echter (gelukkig) in het Nederlandse bestel nog niet zover gevorderd dat één man of vrouw de koers van een partij kan bepalen, laat staan een verandering van die koers.

In die fase zit het CDA sinds de verkiezingsnederlaag van juni vorig jaar. Die nederlaag heeft de partij diep in de ellende gestort en het tot op de dag van vandaag merkbare resultaat is een algeheel gevoel van desoriëntatie.

In die situatie kan het CDA heel goed zonder politiek leider, sterker, voor de beweging van onderaf, die de nieuwe partijvoorzitter Ruth Peetoom zegt te willen, zou een politiek leider alleen maar een enorme sta-in-de-weg zijn.

De ambitie van Peetoom is vooralsnog behoorlijk vaag. Wat moeten we ons voorstellen bij het 'hertalen van de grondbeginselen van het CDA'? Is dat hetzelfde in modernere woorden of betekent dat ook een fundamentele toetsing van de uitgangspunten aan de moderne tijd? Wil het CDA zich ideologisch tot op zekere hoogte opnieuw uitvinden of worden rentmeesterschap en verantwoordelijke samenleving 'slechts' van een modernere verpakking voorzien? Het valt aan te nemen dat niemand binnen de partij op die vragen het exacte antwoord heeft. In een dergelijke situatie zou een politiek leider vleugellam worden en uit de aard der zaak met een onduidelijk profiel worden opgescheept.

Politieke leiders zijn prima in staat om het profiel van een politieke beweging uit te dragen, maar totaal ongeschikt om leiding te geven aan het ontwerp van zo'n profiel. De afwezigheid van een politiek leider is voor het CDA vooralsnog een geluk bij een ongeluk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden