Plus

Het bijzondere verhaal van rijschoolhouder Seweta Zirak

Hoge hakken, lippenstift en eigenaar van een rijschool in Amsterdam. Het levensverhaal van Seweta Zirak (34), op haar zestiende gevlucht uit Afghanistan. 'Hier kan ik meer mezelf zijn.'

Seweta Zirak: 'Ik houd zo van rijles geven.' Beeld Ivo van der Bent

Seweta Zirak loopt over de parkeerplaats van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen bij Sloterdijk, op weg om theorieboeken te kopen voor haar leerlingen. Met haar hoge United Nudehakken, strakke jurk en lippenstift is Zirak een opvallende verschijning op het asfalt.

De afgelopen jaren gaf ze rijles aan tientallen Amsterdammers, die haar in recensies roemen om haar betrokkenheid en flexibiliteit. Vrolijk en met veel aandacht laat Zirak ze inparkeren bij het Surinameplein, de hellingproef oefenen in Nieuw-West of minirotondes ­opsturen in de havens. Het wegennet van de stad, van Gaasperplas tot ­IJtunnel, heeft geen geheimen voor haar: volkomen rustig vertelt ze haar leerlingen wat ze moeten doen.

Ze ziet hen als familie en nodigt ze zo nu en dan uit om bij haar in Osdorp te komen eten, rijst met okra bijvoorbeeld. Dat eten verraadt haar wortels: Zirak is geboren in Afghanistan en op haar zestiende gevlucht.

Grijze haren
"Ik wil mijn verhaal zo graag eens vertellen," zegt ze, terwijl ze uien snippert voor de lunch. "Er wordt veel gezegd over vluchtelingen, ik wil de andere kant ­laten zien." Zirak heeft leren autorijden in Groningen, waar ze nadat ze via Pakistan naar Nederland was gevlucht les kreeg van meneer Van de Berg.

"Een engel, echt. Ik bakte er niets van, had twintig lessen nodig om koers te leren houden. Hij bonkte met zijn vuist tegen het raam en zei dat ik voor zijn haarverf zou moeten betalen, omdat hij grijze haren door me kreeg. 'Mevrouw Zirak,' riep hij dan, 'wat doet u nu!'"

De aanhouder wint, en sinds een paar jaar is Ziraks A1 Rijschool een feit, naast een baan in de zorg. "Ik houd zo van rijles geven," zegt ze over haar vak. "Ik houd van het coachen van mensen en van de ontmoetingen die ik er voortdurend door heb. Zo veel verschillende verhalen uit alle hoeken van de stad, ik ben echt bevriend geraakt met een aantal van mijn leerlingen. Ze zijn een soort familie geworden."

Beeld Ivo van der Bent

Sinds een tijdje is Zirak naar eigen zeggen de eerste ­Afghaanse vrouw in Nederland die motorinstructeur is. Ze is er trots op. "Ik vind het zo veel vrijheid geven, op een motor zitten. Mijn zussen zeggen dan: hoezo vrijheid, je zit helemaal vast in een pak met een helm op. Maar het is een ander soort vrijheid die je voelt als je over de weg zoeft. ­Tegelijkertijd geeft een motor tegengas. Daar ben ik door alles wat ik heb meegemaakt aan gewend, tegengas. En ik heb het ook wel nodig."

Levensverhaal
Het levensverhaal van Zirak is getekend door de ­oorlog in Afghanistan. Ze werd geboren in Kaboel, maar bracht het grootste gedeelte van haar jeugd door in een vluchtelingenkamp bij de noordelijk stad Mazar-i-Sharif. "Van mijn tijd in Kaboel weet ik weinig. Ik herinner me dat ik uit het raam keek en overal vuur zag. Ik was nog zo jong, ik vond het alleen maar mooi."

In het vluchtelingenkamp, waar ze zeven jaar verbleef, hadden haar grootouders, broertje, moeder en zussen het zwaar. "Mijn grootvader was te oud om te werken, mijn broertje te jong. Vrouwen konden niet werken," zegt ze.

"Ik had het best naar mijn zin, ondanks de armoe. Ik speelde veel buiten, maakte een pop van wat stof of danste op Hindimuziek met mijn vriendinnen. Een kennis van ons had een roman uit Iran en dat was het enige boek dat ik kende. Mijn zus kon het voorlezen, en dan zat er een hele groep meisjes om haar heen te luisteren."

Zirak viel op, omdat ze extravert en rebels is. "Ik speelde veel met jongens en had voortdurend ruzie met ze. Mijn moeder liet mij boodschappen doen, maar als ik thuiskwam bleek de slager vooral botten in mijn tas te hebben gedaan. Dan ging ik terug en bekogelde zijn plastic ruiten met klei: dat pikte ik echt niet. Later zei hij tegen mijn moeder dat hij haar de beste kwaliteit vlees zou geven, als ze die ene dochter maar niet meer zou sturen, ha!"

Kleurpotloden en een kip
Veilig was het in het kamp niet: de Taliban vielen drie keer aan. Zirak: "Mijn grootvader was zo beschermend. Ik haatte hem soms, dan mocht ik niet naar buiten. Als het te gevaarlijk werd, gingen we af en toe bij een neef van mijn vader schuilen. Dan mochten we niet bij elkaar slapen, omdat hij bang was dat, als er iets gebeurde, iedereen dood zou gaan."

Toen de Taliban het kamp innamen, vluchtten haar familieleden en daarbij raakte Zirak hen kwijt. Ze werd een tijdlang ondergebracht bij een Duitse familie, die voor het ­Rode Kruis in Afghanistan zat. "Ze hadden kleurpotloden, dat was heel bijzonder. Steeds dacht ik: als ik mijn zussen weer zie, geef ik ze allemaal een kleurpotlood."
Zirak zat lang in onzekerheid over haar familie.

"De grootste zorgen maakte ik me over mijn huisdier. Ik had een kip die prachtige eieren legde met twee dooiers en ik was bang dat die werd geslacht." Maanden later zag ze haar ­familie terug in Pakistan. Haar vader woonde toen al in Groningen, Zirak en de rest van haar familie volgden in juli 2000.

Complimenten
Nederland past Zirak vanaf het begin als een warme jas. Ze ontmoet na een paar jaar haar huidige man en woont sinds 2007 met groot genoegen in Amsterdam. "In landen als ­Afghanistan kun je als vrouw beter introvert zijn en stil; ik kreeg altijd op mijn donder om de dingen die ik deed. Ik wilde altijd een jongen zijn, want mannen hebben veel meer vrijheden."

"Vrouwen worden al snel oneervol genoemd. Mensen zeiden dat als ik onder de regenboog door zou lopen, ik in een jongen zou veranderen. Soms zag ik een regenboog en dacht ik: eens zal ik eronderdoor kunnen. In Nederland kon ik meer mezelf zijn."

"Toen ik hier net was, zei iemand dat ik zulke mooie ogen had. Dat was iets raars; ik kom uit de Hazarastam en wij hebben Aziatische ogen. In Afghanistan vinden ze dat niet mooi, ik werd er vreselijk mee gepest. En toen ineens zei iemand in Nederland dat mijn ogen móói ­waren! Ik heb zo gehuild. Ik dacht: misschien ben ik wel thuis."

Soms krijgt ze goedbedoelde complimenten, die niet ­altijd zo overkomen. "Dan zeggen mensen dat ik zo goed geïntegreerd ben. Of ze vragen of ik ook een boerka moest dragen en zeggen dat ik blij mag zijn dat ik hier ben. "­

"Natuurlijk ben ik ook heel blij met de kansen die Nederland me heeft gegeven. Ik ben hier thuis, maar mensen spreken soms over Afghanistan alsof het een achterlijk land is. Het is volkomen verscheurd door oorlog, maar het is nog steeds een ­oude beschaving."

Nu ze met haar rijschool succes heeft en haar leven goed op orde heeft, droomt ze weer. "Ik wilde vroeger altijd actrice worden. Dat kon niet, want in Afghanistan staat dat ongeveer gelijk aan hoer. Ik doe nu een vooropleiding voor de toneelschool. Ik hoop uiteindelijk door te acteren de ­Afghaanse vrouwen een stem te geven."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden