Column

Het allerergste dat er is: politiek correct

Roos SchlikkerBeeld Floris Lok

Als je tegenwoordig niet schrijft dat ebolapatiënten hun eigen rotzooi maar moeten opruimen, pedoseksuelen aan hun ballen dienen te worden opgehangen en Boze Buitenlanders je vier keer per dag trachten te beroven en je hondje willen slachten voor het avondmaal, krijg je het verwijt onmiddellijk naar je hoofd. Je bent politiek correct. Péécéé.

Erger bestaat niet. Je kunt beter uitgemaakt worden voor zeehondenwurger, tandeloze straatslet, racistische Pietenknuffelaar of naar Panama gevluchte NSB'er.

Nu heb ik helaas de schijn enorm tegen. Ik ging naar een keurig gymnasium, mijn huis ligt op de route van de grachtengordel, ik studeerde iets letterkundigs en draag soms een bloem in mijn haar. En dan moet ik ook nog bekennen dat ik er best een ietsepietsie klein beetje moeite mee heb als ik op internet bloemrijk proza lees als: 'Tief op naar je Berberhut van stro en stront, ga je zoon leren geiten neuken en val ons niet lastig met je vooroor­delen over Nederlanders.'

Dit soort teksten maakt me chagrijnig, maar daar kan ik beter over zwijgen. Tuttebol die ik ben. Overgevoelig popje. Voor je het weet, word ik weggezet als naïeve blonde doos zonder streetcred die nooit in tha hood is geweest, het harde leven niet kent en ter compensatie boude stelling noch pittig standpunt durft in te nemen.

Godzijdank heb ik kinderen. Want als iets een mens ervoor behoedt al te netjes en verantwoord te worden, zijn het kinderen. Zo stonden wij bij de Sinterklaasintocht in de Vijzelstraat tussen allemaal andere brave péécéé-ouders keihard de Zwarte Pietendiscussie te negeren. Ik durf het bijna niet op te schrijven, maar ik heb in deze een nogal genuanceerd standpunt in de categorie 'Laten-we-vooral-met-z'n-allen-feestvieren-en-niemand-voor-het-hoofd-stoten-Pieten-mogen-van-mij-ook-paars-zijn-maar-kunnen-we-het-alsjeblieft-gezellig-houden-en-niet-elkaars-kop-er-afbijten-waar-onze-hartenlapjes-bij-zijn. Belachelijk laf natuurlijk, gespeend van alle realiteitszin. Gelukkig riep mijn zoon toen er net een stilte neerdaalde keihard: 'Hé mama, worden al die Pieten nou echt zo pikzwart geboren?" Even veranderde mama in een blozende Stamelpiet.

Gisteravond stond ik pannenkoeken te bakken. De open haard gloeide, ik humde zachtjes 'our house is a very very very fine house', mijn echtgenoot schonk glimlachend een glaasje wijn in, de idylle was compleet. Tot ik mijn oudste vanaf de bank hoorde schreeuwen: 'MAMA! HEB IK EEN PIEMEL IN MIJN MOND?' 'Sorry?' verslikte ik me geschrokken. 'Ik bedoel dat dingetje achter in m'n keel!'

't Is duidelijk. Beschaafd en péécéé zit er voorlopig niet in. Wat een geruststelling.

r.schlikker@parool.nl

Wil je reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden