Plus

Hester van Eeghen: 'Ik werk met 350 kleuren, dat moet ik gewoon'

Hester van Eeghen (59), telg uit de beroemde handelsfamilie, deed zich op haar dertiende voor als haar vijftienjarige zus om alvast te kunnen werken. Haar mini-imperium in veelkleurig leer - tassen, schoenen, portemonnees - bestaat 30 jaar. 'Het begon met een bakje leer, waarmee ik ging frutten.'

Beeld Imke Panhuijzen

Vanuit het centrum van Amsterdam, vanuit de Hartenstraat om precies te zijn, bestiert Hester van Eeghen haar mini-imperium in lederwaren. Twee winkels heeft ze daar, waar haar schoenen, tassen, portemonnees - allemaal fel gekleurd, allemaal in haar karakteristieke, originele vormen - worden verkocht.

Van daaruit verspreidt ze haar spullen, ook over wereld. Daardoor is het een va-et-vient van perfect gekapte en stijlvol geklede dames, die het smalle trappetje van winkel-naar-kantoor bestijgen, en daar horen of ze ofwel achter de kassa moeten zitten, ofwel orders naar Amerika verzendklaar moeten maken, ofwel een nieuwe lading net-afgeleverde handtassen moeten uitpakken.

In het midden van dit alles Hester van Eeghen, die op vriendelijke doch besliste toon vertelt wat er zoal moet gebeuren - het haar druk achteroverzwiepend, mobiele telefoon bij de hand. Extra druk nu, want het dertigjarig jubileum in aantocht - toen begon ze met het verkopen van haar eerste tassen - en dat moet gevierd worden.

"Als je zo lang tassen maakt voor Nederlandse vrouwen, begin je te begrijpen waar de Nederlandse vrouw een tas voor draagt. Want: het moet functioneren, meedraaien in haar scenario. En ga je naar allerlei buitenlanden, waar ik óók werk, dan zie je opeens dat er voor elk moment, voor elke stemming een andere tas is."

Een Nederlandse vrouw vindt dat zonde, zo veel tassen?
"Wij zijn zo ontzettend gericht op functie."

De oerkracht van Dutch Design.
"Is ook zo. En ik vind het ook móói om daarvoor te ontwerpen. Ik streef naar de universele tas: een tas die overdag enorm goed zijn werk doet voor werkdingen, die 's avonds nog even meekan naar het restaurant, opgerold kan worden tot iets kleiners en uiteindelijk ook mee op reis moet kunnen, plat in de koffer. Dat is eigenlijk de wens van de Nederlandse vrouw."

Dat gaat niet tegen uw principes in?
"Ach, ik ben wel van de origami. Je kunt bij mij dingen vinden die breeduit kunnen, maar ook weer minuscuul... Ik hou ervan als tassen metamorfoseren: ogenschijnlijk is het dit, maar het wordt dát."

"De Duitsers - niet lachen hoor - zeggen: 'Metamorfosis und malen mit Leder ist was Hester van Eeghen macht.' En inderdaad, ik werk met 350 kleuren, dat is ook een beetje absurd - waarom dóe je dat?!"

Ja, waarom doet u dat?
"Ik moet gewoon. Zelf ben ik niet eens zo van de giga-hoeveelheid kleuren, maar omdat ik verder reik dan Nederland... Amerikanen willen bijvoorbeeld een regenboog aan kleuren. Omdat dat veel meer prikkelt."

"Als ik een ontwerp wil laten uitvoeren, moet ik er ten minste vijftig exemplaren van laten maken. De omloopsnelheid in mijn winkels is beperkt, ik kan er hier misschien tien of vijftien van verkopen. Wat doe ik met die andere vijfendertig?"

"En dus ben ik ook groothandel, ga ik naar beurzen. Ik ben een soort kleine multinational, ik verkoop tot in Saoedi-Arabië, Zuid-Korea, Australië, Nieuw-Zeeland."

In Amerika zijn ze gek op uw veelkleurigheid, heeft u er ooit over gedacht uw winkel naar Manhattan te verplaatsen?
"Ja, maar nou wil het geval dat ik verbonden ben aan iemand, zolang als ik al aan die tassen verbonden ben, want hij was een van mijn eerste klanten. En is met mij getrouwd. Hij is ook nog een soort bewaker, ziener, aanvoeler - een enorme werelddenker. Hij is theoretisch natuurkundige, maar van alle markten thuis."

"Hier zigzag ik de hele dag op mijn fiets van hot naar her, ik kan in mijn winkels invallen, wat ik ook doe als het moet. Als ik zo werk, met shipments naar de hele wereld, ben ik veel onafhankelijker. Ik controleer het proces totaal, met mijn Nederlandse cultuur en merkwaardige Nederlandse precisie en degelijkheid."

Heeft uw bedrijf deze winkels wel nodig om gaande te blijven?
"Nee, ik heb die winkels niet nodig voor mijn afzet, maar wel om inspiratie te krijgen. Van alle mensen die binnenkomen. Het is hier een soort toneel, we moeten voortdurend improviseren, dat vind ik te gek. We hebben echt de meest uiteenlopende karakters als klant. Zij zetten mij aan tot het maken van een tas."

"Zo'n mens dat zegt: 'Ik vind het gewoon niet, wat ik zoek, ik wil iets waarbij ik drie afdelingen heb: zakelijk, persoonlijk en voor door-de-dag-heen. Ik wil het kunnen zíen.' Dan praten we erover en ik maak een tas die drie vakken heeft, helemaal niet dik, maar je kunt hem uitklappen tot drie onafhankelijke compartimenten."

Beeld Imke Panhuijzen

"Een soort archiefkast, maar dan met mijn esthetiek natuurlijk. Dat doen mensen met mij."

Maar de impuls om Amsterdam teverlaten heeft u weleens gehad?
"Ik ben een nomade, dus ik zou het heel makkelijk kunnen. Met mijn man heb ik ook in Milaan gewoond, terwijl het hier doorging, en in Londen. Dan ging ik gewoon op en neer. Dat was van de gekke."

"Ongeveer 2 procent van deze baan omvat 'leuk ontwerpen', dat kun je overal doen, daarnaast is het ontzettend veel: logistiek, nabellen, systemen, grafiekjes afvinken, ritsjes uitzoeken, over lijmsoorten steggelen... Er zijn negen lijmsoorten, bijvoorbeeld, je moet weten welke er gebruikt wordt."

Wat maakt het uit welke lijmsoort er gebruikt wordt?
"Soms vind ik prachtig leer bij een bepaalde looier, maar looiers geven hun recept niet, dus vervolgens weet je niet of een bepaalde lijm dan effect heeft op de kleurstoffen, om maar eens wat te noemen. En moet je eindeloos veel proefjes doen."

"Dan weet ik al: o god, in Nieuw-Zeeland looien ze zus en zo, daar hebben ze dus veel meer aluinzuren in de looiing, dat betekent dat ik beter met melklijm kan werken dan met paraffine. Want dan zie je na een jaar lijmranden door het leer."

"Ik ben geen Chinees hè, die gewoon 500 vierkante meter van één type leer koopt en dat er in massaproductie doorheen jaagt. Ik ben in China geweest om te kijken hoe het daar gaat, echt zo onpersoonlijk, zo vies. Ze sprayen alle huiden dicht, dan is het gedekt als het misgaat."

Huiden dicht sprayen is voor u not done?
"Nee! Dan krijg je een soort filmlaag over de huid. Terwijl de huid zijn gebreken moet kunnen laten zien. Het mooie van de huid is dat je er het leven in kunt zien, de rimpels."

En massaproductie is niets voor u.
"Ik wil groter worden door mijn maat te houden. Of, zo je wilt, klein te blijven. Zoals een dokter graag zijn patiënten wil zien, wil ik al mijn producten zien. Ik wil weten hoe ze van de band komen, hoe ze uiteindelijk hier binnenkomen, stuk voor stuk."

En dat zijn dan vijftig exemplaren, of honderd.
"Ja. Ik heb nu een opdracht van het L.A. Philharmonic - erg leuk bedrijf - die een giftshop in hun hal hebben. 'You won't believe it,' zeiden ze, 'once we hang them, they're sold.' Zulke klanten zijn natuurlijk heerlijk, dan gaan we door de voorraad heen en mag ik weer nieuwe dingen bedenken."

U maakt tassen, portemonnees, schoenen - alles van leer. Maar u begon met de tassen, toen u nog student Nederlands was. Had u toen al een visioen van hoe uw bedrijf zou worden?
"Uiteindelijk ben ik een heel negentiende-eeuws mens, denk ik, want ik hou van erg veel dingen. Ik houd van muziek, van theater, eigenlijk wil ik de hele tijd met mijn fantasie concepten creëren."

"Mijn moeder wist niet wat ze met me aan moest, want als ze een homp klomp klei neerzette, begon ik te kleien - 'misschien moet ze op de kleiclub!' - maar daarna maakte ik weer een cabaretlied, en dacht ze: Jezus... Ik deed álles, met een doodsangst voor saaiheid."

"Ik zag zóveel mensen die niks deden, die gewoon maar een beetje doorhobbelden, terwijl ik dacht: het is nú, dat leven. Had ik als kind al. De eerste dichtbundel die ik van mijn vader kreeg was van Marsman - in elk woord voel je dat het leven nu moet zijn."

Maar hoe bent u dan bij die tassen uitgekomen?
"Ik was altijd wel aan het prutsen, maar ging meer in de richting van het toneel. Ik studeerde Nederlands, schreef toneelstukken, musicals, eenakters. Ik werkte nauw samen met een decorbouwer."

"De stilte van zijn decoratelier vond ik zo fantastisch. Ik wil een werkbank, dacht ik toen. Op een gegeven moment brak ik mijn voet en moest ik arbeidstherapie gaan doen. Ik heb een bakje leer gekocht op de Zeedijk en ben daarmee gaan frutten."

"Wat ik maakte, ging ik verkopen op Koninginnedag. Mensen zeiden dat ik een collectie moest ontwerpen - pardon, een collectie, wat ís dat? Daar kwamen de eerste objecten uit die je, inderdaad, kon dragen. Ik was klaar met Nederlands en ging rechten studeren, want ik durfde nog helemaal niet de maatschappij in, en langzamerhand ging leer het echt winnen. Omdat er opdrachten kwamen."

U bent telg van de beroemde familie Van Eeghen. Wat is dat voor familie?
"Het zijn oorspronkelijk Belgen, beland in de handel, in de zeventiende eeuw hebben ze een handelshuis gesticht met wol en katoen, of althans, linnen. Ze hebben, denk ik, hard gewerkt."

"Vooral één mevrouw, die veel Van Eeghens overleefde, een zekere Susanna Block, aangetrouwd, die het handelshuis, geloof ik, vijftig jaar heeft gerund. Een heel krachtig mens."

"In mijn familie werd altijd gezegd dat Susanna het succes heeft weten door te trekken naar de achttiende, misschien wel naar de negentiende eeuw, met haar zoons. Het patroon in onze familie was dat je het handelshuis in ging."

Kon uw vader zich daar makkelijk in schikken?
"Ik denk dat dat wel moeilijk voor hem was. Hij had ook een kunstzinnige kant, had misschien wel de muziek in gewild, maar kwam ook in de handel terecht. Op allerlei plekken in de wereld heeft hij gewoond tot hij met mijn moeder in Nederland terugkwam."

"Mijn vader was veeleisend voor mij. Vioolspelen? Leuk, maar doe het goed. 'Die c die je daar speelde, dat moet een cis zijn, dat hoor je toch!' Of had ik Brecht gespeeld op school: 'Die Duitse uitspraak van jou, dat kan echt niet!' Terwijl mijn moeder alleen maar 'enig!' zei.

Hester van Eeghen
11 november 1958, Amsterdam

1978-1983 Studie Nederlands
1985-1987 Opleiding leerbewerken in Den Bosch
1987 Eerste winkel, Hartenstraat 1
1988 Eerste tassencollectie
1990-nu Opdrachten voor o.a. Marlboro Classics, Jaguar, Museum of Modern Art, Van Gogh Museum, Los Angeles Philharmonic
1991-1994 Woont in Milaan
1998 Tweede winkel, Hartenstraat 37
1998 Stichting Hester van Eeghen Leather Design
1999-2001 Woont in Londen
2018 Derde winkel, Nieuwe Spiegelstraat 32

Hester van Eeghen woont met haar man Roland Kupers in het centrum van Amsterdam.

Hester van Eeghen Beeld -

"Maar hij was authentiek. Hij was getalenteerd. Hij kon je mangelen in moordende opmerkingen, maar hij kon je óók verlichten door zijn ongelofelijke, sprankelende, gekke kijk op de wereld. Hij had zulke leuke, rare verhalen."

"Hij kon ontzettend grof tegen me zijn, maar ik vóelde dat hij van me hield. Toen hij bijna doodging zei hij, heel goeiig: 'Ik heb van mama begrepen dat ik soms te ver ben gegaan.' Nou weet je, zei ik, dat maakt toch niets uit. Het was ook leuk."

'Als dat zo is,' zei hij, 'weet dan dat het mijn onvermogen is geweest, en niet mijn moordende verlangen om je klein te krijgen.' Zo lief."

Denkt u aan hem als u beslissingen neemt over uw bedrijf?
"Hij ís er wel. Hij zit ook in mijn atelier. En ik weet dan dat hij tegen mij zegt: 'Hes, zijn er nou eigenlijk mensen die jouw tassen kópen? Ik zie ze nooit!' Hahahahaha! Dan zeg ik: papa, in Den Haag lopen ze niet met die tassen, dat is veel te uitgesproken. Ja, hij is er wel, net zoals mijn moeder er is."

U bent in feite ook handelaar geworden, helemaal in de familietraditie.
"Ja. Toen ik dertien was, wilde ik al werken, mocht nog niet, maar toen heb ik aan mijn zus van vijftien gevraagd of ik haar naam en geboortedatum mocht lenen. Ik vond de dynamiek van het leven echt te saai, ik moest aan de slag."

Want het leven is nu en mag niet verkwanseld worden.
"Het is heel kostbaar. Ik heb een soort explosieve energie die eruit moet. Ik ken talloos veel mensen met talent, maar de energie zit er niet. Er alsmaar bovenop blijven zitten, dat is denk ik echt wel nodig om het vol te houden. Ik ben echt verliefd op mijn vak. Dat houdt me krachtiger aan het leven dan mijn echte geliefde, zelfs."

Is uw leven geworden wat u ervan hoopte, als pakweg dertienjarige?
"Ik ben een kortetermijnmens en heb de toekomst altijd for granted genomen. 'De toekomst', 'tijd' - dat zijn ingewikkelde, fluïde begrippen voor mij. We vieren nu ons dertigjarig jubileum, maar dertig jaar geleden is gisteren voor mij. Ik ben nooit een dromer geweest, ik ben nooit aan het duwen geweest - dat ik weer een nieuwe beslissing moest nemen, dat er weer een nieuwe vertakking kwam - het is gewoon gebeurd."

"Het gaat mij om de dag: die moet zo goed mogelijk worden besteed. Terugkijkend is het dan grappig om te zien hoe het gegaan is. En ik voel wel dat de maat die ik nu heb, met achttien mensen in dienst en een lekker accountantskantoor waar ik dingen naartoe kan schuiven, dat die constructie mij een ongelofelijke veerkracht geeft om mijn werk te doen."

U bent trouw aan uw werk, en blijkbaar ook trouw in de liefde.
"Mijn ouders hebben vijf kinderen, die zijn allemaal nog bij hun eerste echtgenoot, die we allemaal vrij jong hebben leren kennen. Mijn moeder zei altijd: 'Zorg wel dat je een boeiend karakter om je heen krijgt, anders ga je je echt vervelen."

"Dus ik heb een beetje een bewerkelijke, maar heel interessante echtgenoot. Precies wat ik wilde. Hij is onmogelijk soms, en ik ook, dat hoort er óók bij. Perfectie, daar geloof ik niet in."

Zoals u ook niet wil dat er een filmlaag over leer wordt gespoten.
"Nee, helemaal niet. En dat vind ik ook heel leuk. Maar ik heb weleens liefdes hoor, dat is alleen geen enkele reden om mijn eigen liefde opzij te zetten. Dan is er gewoon een liefde bij, ik ben nog steeds weleens betoverd door anderen. 'Een beetje flirt, helemaal niet verkeerd,' zei mijn moeder altijd.'"

Heeft u nog talent voor mismoedigheid?
"Nee, dat zit er helaas niet in bij mij. Mijn zusje vindt mij van de majorette: jij blijft altijd maar doortrommelen, met je witte laarsjes aan."

De telefoon gaat. Die moet worden aangenomen. Van Eeghen begint druk in het Italiaans te rebbelen met een meneer of mevrouw aan de andere kant. Dan hangt ze op.

Enthousiast: "Ja, die mannetjes hè! Dit is echt fascinerend. Dit is iemand die mijn tassen produceert. Ik koop al jaren datzelfde leer, maar het flapje dat eroverheen gaat heeft een afdruk in de kleur gemaakt, het zwart op het rood. Dat betekent dat de looier iets heeft veranderd in het proces, en me dat niet heeft verteld."

"Dit is dus het risico van het vak. En dat betekent dus - doet er verder niet toe, maar hij is in paniek - dat dat een kostenpost is van, goh, moet ik even nadenken, er zijn er tien mislukt, dat is ongeveer 2500 euro. Gewoon jammer.'

Kunt u het niet op de looier verhalen?
"Dat is een lost case, heb ik ontdekt in dertig jaar. De looier trekt zich heel vaak terug. Ik ben weleens hard gegaan en gezegd: ik wil een nieuwe partij leer, op zijn minst, al is het om het opnieuw te kunnen maken. Lukt heel af en toe. Meestal zeggen ze: 'Het komt door jouw kantverf, door jouw lijmsoort...'"

Dat leer is een onuitputtelijke bron voor u.
"Het is bizar."

Zal u altijd blijven knutselen met leer?
"Ongetwijfeld, al zijn het eenmalige dingen, gewoon in mijn atelier. Zonder commercie, zonder druk, zonder agentes, zonder personeel.'

Zoals de stilte van het decoratelier, waar u ooit voor viel.
"Het klinkt een beetje simpel, maar dat blijft heel boeiend en bevredigend."

Beeld Imke Panhuijzen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden