Plus PS

Herstellen van plafondlijsten: 'Gieten en plakken. Daar komt het op neer'

Rozetten, kransjes, hoekstukken, plafondlijsten: Oscar Paanen (74) en zijn mensen jagen er jaarlijks 1400 zakken gips doorheen om plafondversieringen te herstellen. 'En dat is hoognodig, de komende jaren lazert het spul allemaal naar beneden.'

Peter van Aalst (l) en Eric Paanen trekken de mal van een nieuw ornament. Beeld Mats van Soolingen

Vooral geen gezeik met handschoentjes. Goed gips gieten is een kwestie van voelen met je vingers. Van witte rouwrandjes onder je nagels. Net zo lang wrijven tot je wéét dat het perfect is. Met je blote klauwen, want met van die handschoentjes, hoe dun ook, gaat toch zeker alle gevoel verloren? En het is dat gevoel dat Oscar Paanen nu juist tot zo'n vakman maakt.

Hij is 74 jaar en voormalig judoka. Een sterke vent, net iets meer dan een tikje eigenwijs. Oud? Elke dag in touw, meneer. Zie hem staan met een joekel van een versgegoten ornament boven zijn hoofd en je weet dat híj de boel niet uit zijn poten zal laten lazeren, dat die rozetten er niet vanaf donderen. Geen twijfel mogelijk: Paanen is er zo een die weet wat hij doet.

Gieten en plakken
Wat dat dan is? Vraag het hem zelf en je krijgt een kort antwoord. "Gieten en plakken. Daar komt het op neer." Je zaagt een dichtgeverfd ornament uit een plafond en vervangt het door een nieuw of een gerestaureerd exemplaar, zodat het er weer uitziet als oud. "Meer is het niet. Eigenlijk."

Eigenlijk ja. Maar vraag het Peter van Aalst, ornamentist in Paanens bedrijf, en je krijgt het perspectief. "Oscar is een hoeder van ons cultureel erfgoed, hij bewaakt een vergeten metier. Hij doet soms alsof het allemaal maar gewoon is, maar het is niets minder dan dat." Hij is Oscar de mallenman, gewoon werkend vanuit een loods in Heerhugowaard.

Een geschiedenis lang zaten ze in Amsterdam. Aan het eind van de Sarphatistraat tegenover de Texaco, waar nu een Albert Heijn zit. Verder terug in de tijd nog een stukje verder weg in Oost, op het Zeeburgerpad. Een gieterij waren ze. Een mallenmaker, gespecialiseerd in restauratiewerken. Beelden, kransjes. "Allerhande flauwekul," zegt Paanen.

Ernstig verwaarloosd
Totdat eind jaren tachtig de geornamenteerde plafonds op zijn pad kwamen. Authentieke plafonds om precies te zijn, zo traditioneel: één in de voorkamer en één in de achterkamer. Typisch Amsterdams, vinden Amsterdammers. Paanen maakt ze. Maar ook hoekstukken, plafondlijsten, complete plafondornamentatie.

Ooit de pronkstukjes van de woning, nu hoe langer hoe meer ernstig verwaarloosd. "Dichtgeverfd, soms wel twintig lagen dik," zegt zijn partner Yvonne Piters (64), ook meewerkend in de zaak. "Aangetast door vocht, door de tijd. Waardoor alle reliëf is verdwenen en er een onherkenbaar geheel is ontstaan. Zo zonde."

Paanen en zijn mensen herstellen. Of beter: ze restaureren. Zoals het ooit was, zo wordt het dan gewoon weer. Hoe het er pak 'm beet 150 jaar geleden ook uitzag.

Silberling is hot
Silberlingen, dat is wat ze kunnen bij Paanen. Hij schat in te beschikken over zomaar 350, 400 moedermodellen van Silberling, het bedrijf dat van het versieren een specialisme maakte. Zoals in de negentiende eeuw, precies zo kunnen mensen het nu weer krijgen. En, niet minder belangrijk voor zijn bedrijfsvoering: zo wíllen veel Amsterdammers het weer.

Want Silberling is hot in Amsterdam en omstreken. Eind negentiende eeuw was het familiebedrijf, zo is de inschatting, verantwoordelijk voor zo ongeveer álle versieringen op plafonds. Silberling modelleerde en vervaardigde, liet een stempel na voor wie de moeite nam binnenshuis omhoog te kijken.

Totdat de tierelantijntjes aan het begin van de twintigste eeuw ineens passé werden en plaats moesten maken voor een nieuwe zakelijkheid. In de woningen van na ongeveer 1920 zie je geen rozetten meer, maar juist strakke versieringen. Ze zijn misschien niet eens seriematiger, maar zo voelen ze wel. Saaier kun je zeggen. Soberder en zeker ook goedkoper.

Een laag verse verf
Maar wat er op dat moment zát in de Amsterdamse huizen, dat zat er maar mooi. Bewoners kwamen en bewoners gingen, maar de klassieke ornamentering, die bleef. Hooguit smeerde iedere nieuwe huurder, iedere nieuwe eigenaar er een laag verse verf overheen. Er zijn er velen geweest die de boel hebben wegejekkerd, alles lekker strak, maar in zijn algemeenheid kun je zeggen dat de Silberling geliefd was. Bij de meeste mensen dan in elk geval. En toch ook best duurzaam.

Oscar Paanen: 'Gieten en plakken. Daar komt het op neer.' Beeld Mats van Soolingen

Tot zo'n beetje nu dus. Sinds een jaar of wat móeten woningbezitters er iets mee. Omdat de kwaliteit door de tijd achteruitgekacheld is, maar ook omdat de ornamenten een soort levensduur blijken te hebben. Een levensduur waarvan het einde langzaam maar zeker in zicht komt.

Wat het precies is, Yvonne Piters weet het niet helemaal. "De kalkmortelspecie uit die tijd begint na 100, 125 jaar te ontmengen, waardoor scheuren in het plafond ontstaan. Dat is het begin van het einde. De mortel werd aan riet verbonden met dunne ijzerdraadjes. Deze roesten door en knappen. Hierdoor laten de kunstwerken los en wordt het plafond onveilig." Of, zoals Paanen het uitlegt: "De komende 25 jaar lazert het hele spul allemaal naar beneden."

Een duur gevoel
Want 'veel plafonds uit die tijd zijn inmiddels uitgewerkt'. En dat moet je niet op je hoofd willen krijgen, wil Paanen er maar mee gezegd hebben. Of we wel weten dat een beetje plafond uit de negentiende eeuw misschien wel 700 kilo weegt. "Dan praat je over een plafond van drie bij vier meter, hè. We hebben het hier niet per se over ruimtes van gigantische afmetingen. Meestal niet zelfs."

"Mensen krijgen bij ornamenten vaak een duur gevoel, maar je hoeft echt niet alleen aan van die gigantische grachtenpanden te denken. Ook in eenvoudige huizen kun je de prachtigste plafonds tegenkomen."

Gouden tijden dus? Dat blijkt tegen te vallen. "De economie trekt aan, mensen investeren weer in hun woning. Maar het is extreem arbeidsintensief werk. We hebben veel mallen klaarliggen, maar regelmatig toch ook niet. Dan doen we al het werk hier, in de werkplaats. Schoonmaken, herstellen en een mal produceren."

De stille kracht
Piters is op dit vlak de stille kracht binnen het bedrijf, zegt Paanen. 'De restaurateur,' wordt ze genoemd, hoewel pietje-precies ook regelmatig langskomt. Gewapend met een kwast en een schrapertje kan ze oeverloos focussen op de miniemste details.

Hele dagen zit ze, in een ongemakkelijke houding, gebogen over een uitgehakt plafond van zomaar een eeuw oud. Paanen: "Voor Yvonnes werk moet je geduld hebben en een enorm oog voor detail. Dat heb ik allemaal niet. Daarom is het goed dat ze ons daarbij helpt."

Schuifel voorzichtig met Paanen door zijn propvolle werkplaats en de Amsterdamse adressen vliegen je om de oren. Die daar komt van de Overtoom, zegt ie. Die andere is onlangs nog geplaatst op de Keizersgracht, of was het op de Heren? En die uitbundige bloemen in de hoek liggen al een tijdje te wachten op plaatsing in de Bloemenbar in de Handboogstraat.

Amsterdamse klanten
Zoveel Amsterdamse klanten, waarom zitten ze dan hier, in Heerhugowaard? Paanen zucht. "We hebben ruimte nodig, af en toe wordt het best een zooitje hier. Je moet ook troep kunnen maken, dat is in Amsterdam ingewikkelder."

Yvonne Piters, volgens Paanen de stille kracht binnen het bedrijf. Beeld Mats van Soolingen

Het zeiknatte gips wordt met soepele handbewegingen op de grond geschoven, op sommige plekken loop je zomaar een centimeter of wat hoger. Van Aalst gaat af en toe langs met een schep en steekt de hardgeworden plakken van het beton.

Het heeft iets industrieels, wat ook blijkt als broer Eric (56), een sigaartje bungelt in een mondhoek, voorrekent hoeveel zakken gips er bij Paanen op jaarbasis doorheen gaan. "Wij gebruiken 35 ton. Eén ton is 40 zak, dus je zit al snel aan de 1400 zakken per jaar."

Maar toch, is het niet een beetje uit de richting, zo in Heerhugowaard? Paanen vindt van niet. Even afgezien van het feit dat hij tegenwoordig in de buurt woont, biedt het bedrijventerrein vooral de rust om het werk goed te kunnen doen. Trouwens: hij komt genoeg in de stad dus.

Exotischer locaties
En bovendien: met regelmaat flikt Paanen zijn kunstje ook op exotischer locaties. Hij en zijn vrouw zijn net terug van de Bahama's. Niet om te overwinteren, stel je voor, maar voor een klus van een week of twee. "Het interieur van een aantal schepen van cruisemaatschappij Holland America Line was verouderd en ze hadden behoefte aan mensen die zich wilden ontfermen over de driedimensionale kunstwerken. Geen plafonds, maar dat hebben wij ook gedaan. Een mooie klus hoor."

Over kunst gesproken: hoe kijkt hij aan tegen de cultuurhistorische kant van zijn werk? Originele plafonds worden toch vervangen door moderne ornamenten. Is dit niet historiserend?

Ach ja. Ze versieren huizen, zo zien ze het bij Paanen. Zoals hij zelf zegt: "We geven een woning een beetje statuur terug." En dat kan op verschillende manieren. Natuurlijk hebben ze hun ideeën over hoe een ornament eruit zou moeten zien, ook in combinatie met de geschiedenis van het huis, de stijl waarin het is gebouwd.

Jugendstilplafond
Vooral Piters, jaren werkzaam geweest in de kunst, vindt dat een plafond wel moet 'kloppen'. "Wij zijn kenners, dus hebben wij ook de plicht klanten goed te adviseren." Wat er vervolgens met zo'n advies wordt gedaan, daar gaan ze dan weer niet over.

Soms leidt dat tot keuzes die de deskundigen zelf niet direct zo zouden hebben genomen. Een grachtenpand uit de zeventiende eeuw waarvan de eigenaar een jugendstilplafond wil? Ze kijken er niet meer van op. Paanen: "We zeggen wat we ervan vinden, maar als mensen dan zeggen: wat kan mij het schelen, ik vind het gewoon mooi, wie zijn wij dan om werk te weigeren?"

Er zijn eigenlijk maar twee groepen mensen waarvan Paanens nekharen echt overeind gaan staan. "Architecten en van die mensen van Monumentenzorg. Níet mee te werken, echt niet. Soms zijn mensen aan het verbouwen en bellen ze ons voor een ornament. Mijn eerste vraag is dan: is er Monumentenzorg bij? Anders kom ik niet."

"Sta je daar te praten met zo'n typetje met een veganistisch tasje over de schouder. Dat dít niet kan en dat dát niet past. Als mensen nou jugendstil in de voorkamer willen en Louis XVI in de achterkamer. Dat wordt een kermis, zeggen ze dan. Laat ze, het is toch mooi."

'Oscar is een hoeder van ons cultureel erfgoed, hij bewaakt een vergeten metier.' Beeld Mats van Soolingen

Silberling & Zoon

Het moeten vele tienduizenden huizen in Amsterdam zijn die een versierd plafond hebben van de firma Silberling & Zoon. Tussen 1820 en 1920 voorzag het Amsterdamse familiebedrijf, opgericht door de Delftse ingenieur J.C.L. Silberling, de woningen van representatieve plafonds. Het bedrijf ontwierp ornamenten in alle denkbare stijlen, maar gaf ook opdracht aan kunstenaars om nieuwe ornamenten te ontwerpen.

Omdat van grote en kleine onder­delen 'moedermallen' van gips werden gemaakt, kon het bedrijf na verloop van tijd elke stijl leveren of ontwerpen: van barok en jugendstil tot rococo, classicisme en art deco.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden