Herinnering aan Martin en Ischa

Gisteren werd mijn bundel 'Holman liegt' met de beste ­columns uit Het Parool ten doop gehouden. Ik vertelde toen een anekdote waarvan iedereen zei: 'Zet je die morgen in de krant?'

Bij deze. Vijfentwintig jaar geleden liep ik met de prachtjournalist Martin van Amerongen van de redactie van De Groene Amsterdammer naar café Oosterling. Nadat we de straat waren overgestoken, kwam Ischa Meijer uit café Kale. Ischa liep breed lachend op ons toe. 'Hallo antisemieten,' begroette hij ons. Hij bracht de Hitlergroet.

Martin van Amerongen begon daarop, zij het zachtjes, de eerste regels van het Horst Wessellied te zingen, en zei daarna: 'Heb ik geleerd van Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard. Hij overhoort me altijd als ik me ten paleize heb begeven teneinde weer te vernemen hoeveel olifanten hij eigenhandig heeft omgebracht met een geweer dat hem werd aangereikt door een lokale kannibaal.'

Ischa nam afscheid van ons met de zin: 'Ik ga even iemand van me laten houden,' die ik heel mooi vond, en ­Martin en ik liepen door naar café Oosterling.

'Hè, nu heb ik weer het Horst Wessellied in mijn hoofd, en nu ga ik het weer de hele dag neuriën en fluiten. Het moet dus wel een heel mooi lied zijn', zei Martin.

Wij gingen altijd naar Oosterling om plannen te verzinnen. Het was in dat café dat Martin van Amerongen me vertelde over café Central in Wenen. Martin betreurde het dat wij in Amsterdam niet zo'n café hadden, en hij vertelde wie er zoal wie ontmoette in dat café. Hij begon zijn liefdesverklaring over Central met een ­aforisme van Karl Kraus: 'In Berlijn lopen zo veel mensen, dat je niemand treft. In Wenen tref je zo veel mensen dat niemand loopt.'

'Stel je eens voor', zei Martin, 'een café, niet groter dan Américain. En wie kwamen daar rond 1900: Karl Kraus, Trotski, Freud, Peter Altenberg, Schnitzler, Schönberg, Adolf Loos, Wittgenstein, Mahler, Schumpeter, Max ­Weber... En weet je wie er ook kwam?'

Martin hield zijn mond, keek om zich heen, en fluisterde: 'De bekende kunstschilder, auteur en politicus Adolf Schicklgruber, geboren op 20 april 1889, onwettig kleinkind van ene Alois Hiedler met ie in het midden.'

Kunnen deze twee Joden op eerste paasdag niet uit de dood terugkeren, alstublieft? Het lukte al eens eerder.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden