Herinnering aan Herman Brood: op het randje is het mogelijk vrij te zijn

Op 11 juli 2001 beroofde kunstenaar en muzikant Herman Brood zich op 54-jarige leeftijd van het leven door een sprong van het Hilton Hotel in Amsterdam. Een dag later schreef Martin Bril onderstaand verhaal over de legendarische 'rock-'n-roll-junkie' in Het Parool.

Herman Brood, foto uit 1998Beeld ANP

BROOD is dood. Het klinkt goed, maar het is natuurlijk slecht nieuws. Heel wat mensen zullen zich over 25 jaar nog herinneren waar ze waren toen ze het nieuws hoorden. Ik was bijvoorbeeld met mijn vrouw en een van onze dochters op de Euromast in Rotterdam, waar het vreselijk waaide. We hadden net een plekje gevonden waar de wind niet zo bulderde, toen de telefoon ging. Herman Brood was een half uur eerder van het Hiltonhotel gesprongen.

Ik zal u besparen wat door mij heen ging. Als de dood zich heeft aangediend, heeft een man veel vrienden - maar ik ben nooit een vriend van Herman geweest. Wel had ik hem in mijn hart gesloten, en bij ons thuis werd hij Ome Herman genoemd. Mijn dochters zitten bij zijn jongste dochter op school.

'Wat is er?' vroeg mijn vrouw toen ik klaar was met bellen.

'Herman is dood,' zei ik, 'hij is van het Hilton gesprongen.'

We moesten terug naar Amsterdam. Op de autoradio waren de eerste reacties al te horen en op alle zenders was ineens muziek van de Wild Romance te horen. Dat was het enige goede nieuws. God, wat was het lang geleden dat Brood en zijn rock-'n-roll op de radio waren. En hoeveel mensen weten dat hij vorig jaar een ongelofelijk goeie plaat maakte, Ciao Monkey, een plaat die over Hermans strijd met de middelen ging, was de strekking.

Gewonnen of verloren
Die strijd had hij gedeeltelijk gewonnen, of verloren - het is maar hoe je het bekijkt. In ieder geval gebruikte hij geen speed meer. Helaas ging hij wel door met drinken. Maar ook daarin wilde hij zich matigen, want hij wist dat het moest, anders ging hij dood.

Brood wilde niet dood. Ik heb hem vaak gesproken na dat interview, bij hem thuis, op straat, in de Hiltonbar, in de Beethovenstraat, in het theehuis tegenover Huize Ria op de Overtoom waar hij vaak kwam, en hij wilde niet dood.

Er werden wel grappen over gemaakt. Brood was geen man voor zelfbeklag. Over zijn depressies moest gelachen worden. Toch kon hij altijd op die typisch Broodse manier laten doorschemeren hoe zwaar hij het had, hoe erg het voor hem was dat hij niets anders meer kon dan rillend van angst in bed liggen of drinken.

'Het is heel erg,' kreunde hij dan. En het woordje heel hield hij zo lang aan dat het geestig werd. Hij kon verdomd goed twijfel zaaien. Maar ooh, wat was hij trots op zijn laatste plaat.

En op zijn kinderen.

En op zijn schilderijen.

En op Xandra en het geweldige huishouden dat zij om hem heen had opgebouwd. Misschien zag het er van buiten vreemd uit, maar dat was een zorg die Herman niet kende. Hij was in die zin een vrij man. Hij deed wat hij wilde. Hij had met niemand iets te maken. Zijn muziek en de populariteit daarvan hadden hem die vrijheid gegeven. Meer kan rock-'n-roll niet doen.

Domme pech
Broods laatste uren, domme pech en eenzaamheid Brood was een fenomeen. Hij deed gekke dingen. Ze zijn nu, amper 24 uur na zijn dood, al breed uitgemeten. Iedereen herinnert ze zich weer. Herman was een clown, maar gelukkig geen hofnar.

Aan welk hof had hij zijn kunsten moeten vertonen? Hij had de majesteit plat op de bek gezoend als hij in haar buurt was gekomen, en daar zou het niet bij gebleven zijn.

Ik heb Herman nooit als een clown beschouwd. Voor mij was hij Herman, en thuis Ome Herman. Hij was er gewoon en om de zoveel tijd dook de vraag op: 'Hoe zou het met Herman zijn?' Dan zocht ik hem op. Ik leefde met hem mee en als ik gelovig was geweest, had ik voor hem gebeden.

Mijn standpunt was dat Brood met zijn muziek - en hij wás zijn muziek, ook als hij niet speelde - zoveel mensen had aangeraakt, een goeie tijd had bezorgd, had ontroerd, had laten dansen, het gevoel van vrijheid had gegeven, het verlangen naar iets anders, iets groters, iets mooiers, dat hij toen die muziek was uitgeraasd alles kon doen en laten wat hij wilde.

Het deed er niet toe dat hij zijn broek liet zakken, met een papegaai op zijn hoofd liep of een honderdje aan een zwerver gaf. Het was allemaal mogelijk omdat hij zich vrij had gespeeld, letterlijk.

Alleen
Brood was een eenzame man. Hij kon zich weliswaar niet op straat vertonen of hij werd aangesproken, hij was altijd alleen. Kijk naar een film als Rock & Roll Junkie.

Herman scharrelde altijd in zijn eentje rond. Toch wilde hij altijd aandacht, want op aandacht had hij recht. Hij heeft zijn publiek zoveel gegeven, in de jaren zeventig en tachtig, avond aan avond, dat hij nooit genoeg heeft gekregen van wat het hem terug wilde geven. Het is allemaal liefde, en de liefde kan niet van één kant komen. Herman wilde dat iedereen van hem hield, en denk er maar eens over na: wat is daar eigenlijk tegen in te brengen?

Brood aan het werk in 1994Beeld ANP

We hielden ook allemaal van hem.

En toch was hij eenzaam.

Gistermiddag rond een uur of twaalf is hij van zijn huis naar het Hilton gelopen. Ik zie hem gaan. Zijn swingende loopje had hij niet meer, maar zijn benen waren wel genezen. Tientallen jaren had Brood open benen van het spuiten en last van zijn aderen daar. Sinds kort waren de benen geheeld. Jongensbenen had hij weer, hij wilde ze nog wel eens laten zien.

Typisch Herman
Ik zie hem lopen, het hoofd gebogen, een muts of een hoedje op, want hij had zich kaal geschoren om alle gelijkenis met het onlangs voltooide wassen beeld voor Madame Tussaud te verstoren. Typisch Herman. Ze maken hem na en ze zijn nog niet klaar of hij verandert zichzelf ingrijpend.

Ik zie hem lopen, zijn kleine, tedere gestalte. Zou hij geregistreerd hebben dat het ontzettend waaide?

Had hij zijn afscheidsbriefje al geschreven, of ging hij gewoon naar het Hilton om aan de bar te zitten en te drinken? Xandra en de kinderen gingen naar het circus die middag. Wist hij dat? Had hij thuis nog iets gezegd, of was hij gewoon verdwenen, een typische Herman-truc?

Ik zie hem lopen en als ik in de buurt was geweest, had ik hem aangesproken en waren we samen naar het Hilton gegaan, om het leven door te nemen, wat te lachen, een beetje voor ons uit te staren. Maar ik was niet in de buurt en Herman kwam alleen in het Hilton aan. Hij ging naar de bar, hees zich op een kruk en bestelde een van zijn bizarre drankjes: melk met whisky en Pisang Ambon.

Hij moet daar aan de bar zijn moed hebben verzameld. Hij was waarschijnlijk de enige gast, en de bediening had weinig aandacht voor hem. Uiteindelijk, uren later, is hij naar boven gegaan. Hij kende de weg, hij wist hoe hij op het dak moest komen, hij was er wel eens geïnterviewd. En daarbij: Herman was een man die overal vreemde routes kende.

Dak
Hij kwam op het dak.

Hier wordt het moeilijk om hem nog te zien. Het moet er verschrikkelijk hebben gewaaid. De wind doet rare dingen met mensen en dieren, er zijn heel wat studies over verschenen. Liep hij naar de rand en heef hij nog getwijfeld? Keek hij naar beneden? Naar zijn huis in de verte? Allemaal dingen die ik nooit zal weten.

Had hij dat domme briefje niet bij zich gehad, dan had ik nu glashard kunnen beweren dat hij naar mijn overtuiging van het dak was gewaaid en dat hij er alleen maar was om te kijken hoe het er was, om zichzelf te overtuigen dat het een kutidee was om naar beneden te springen.

Maar goed.

Het briefje was er.

En Herman sprong.

Hoe eigenlijk?

Ik denk dat hij vreselijk bang is geweest. Herman begon al te piepen als hij zich liet tatoeëren. Hij kon niets hebben, hij was geen held. Hij zal zijn ogen dicht hebben gedaan en iets doms hebben gedacht. Toen ging hij.

Vriend
Brood was geen man die zijn vrienden belde als hij in nood was. Hij heeft ook de gelegenheid niet meer daar spijt van te hebben.

Als hij een vriend was tegengekomen die middag, was hij niet dood geweest, en met vriend bedoel ik hier: iemand die hem in zijn hart had gesloten, want daar waren er duizenden van. De kans dat hij zo iemand tegen zou komen was enorm, voor Herman altijd de reden de straat op te gaan. Hij had gewoon domme pech en was aan zichzelf overgeleverd.

Daar ga je dan.

Het ging niet zo heel slecht met Brood de laatste tijd, en dat is belangrijk om te weten, al schuilt er geen troost in. Hij schilderde weer een beetje, voor het eerst sinds Ciao Monkey, hij had ergens een tentoonstelling van een vriend geopend. Hij zat vol praatjes en hij was zeker niet zonder plannen. Of zijn dood ook op het programma stond, ik weet het niet - ik kan het niet geloven - maar dat het een slecht plan was, is een ding dat zeker is.

When I Get Home
Ciao Monkey - koop die plaat! - sluit af met een liedje van Nick Cave, een zanger die Herman bewonderde, zoals hij eigenlijk iedereen bewonderde die op het randje van de zelfkant balanceert en daar kunst van kan maken, desnoods levenskunst (Brood was een grote, gulle en oprechte vriend van zwervers, hoeren en junkies, zoals het hoort, want op het randje is het mogelijk vrij te zijn, al moet je er niet overheen kukelen). Het liedje heet When I Get Home.

Bloemenzee voor het Hilton Hotel in juli 2001Beeld ANP

Herman zingt terwijl hij zichzelf begeleidt op de piano. Zijn stem is helder en dromerig tegelijk. De piano is rinkelend en traag:

When I get home, I know it ain't no sin, when I get home you know I take off my skin. When I get home I'm gonna see my girls. When I get home I'm gonna buy them a toy. When I get home they're gonna jump with joy. But right now, right now, right now - I fly on my own.

Het is het mooiste, het waarste, het ontroerendste en liefste wat Brood ooit heeft gezongen. Ik zal het nooit vergeten. En verder, om met Chabot te spreken: we moeten er nog maar eens een hartig woordje over wisselen straks, daarboven, want dit was natuurlijk een mislukt idee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden