Interview

Henk Hofland: 'Ik heb nooit willen kiezen voor één genre'

Henk Hofland is dinsdag op 88-jarige leeftijd overleden. In 2010 sprak Het Parool uitgebreid met de 'Journalist van de Eeuw'. Lees het interview hieronder terug.

Henk Hofland in 2011, bij de uitreiking van de P.C. Hooftprijs.Beeld anp

Nadat hij eerder al was uitgeroepen tot journalist van de eeuw, mag Henk Hofland (1927) komend voorjaar ook nog eens de P.C. Hooftprijs in ontvangst nemen.

Het is natuurlijk prachtig, zo'n P.C. Hooftprijs, maar het heeft ook een hoop voeten in aarde. Vanaf het moment dat de jury het voornemen bekend maakte de prijs in 2011 aan Henk Hofland uit te reiken, begon bij de laureaat thuis de telefoon te rinkelen.

Veel interviewverzoeken, maar ook veel gelukwensen van vrienden en bekenden. Hofland: "Het zijn gesprekken die gemakkelijk te voeren zijn. Ze beginnen met: Gefeliciteerd! Daarna ben ik aan de beurt om de beller te bedanken voor zijn vriendelijke woorden. Dan is het afgelopen. Het is misschien plichtmatig, maar ook onvermijdelijk. Als een goede makker van mij een prijs zou krijgen, zou ik ook meteen bellen met de felicitaties. Het hoort erbij. Het is de nasleep van de eer."

En een eer is het. Met het binnenslepen van de prestigieuze literatuurprijs treedt Hofland in de voetsporen van Simon Vestdijk, Adriaan Roland Holst, Leo Vroman, Gerard Kornelis van het Reve, Harry Mulisch, Hella Haasse, Jan Wolkers, kortom de volledige artillerie van de vaderlandse letterkunde. Hofland: "Ik ben er heel blij mee. Als je die lijst met winnaars ziet... Het is goed gezelschap."

Nadat hij eerder al was uitgeroepen tot journalist van de eeuw, is deze prijs een pluim voor de taalmeester Hofland. Uit het juryrapport: 'De paradox van Hoflands zowel gedistantieerde als geëngageerde houding wordt opgelost in de subtiliteit en de souplesse van zijn virtuoze omgang met het woord.'

U heeft op 83-jarige leeftijd nog steeds een indrukwekkende productie. Wat is uw geheim?
"Het roken doet mij ontzettend goed. Ik rook nu 71 jaar. Voor die tijd was ik een meeroker, dankzij mijn vader. Van mijn moeder leerde ik dat het eten van yoghurt goed is. Ik eet nog steeds iedere dag een bakje. Veertig jaar geleden ben ik begonnen met aspirientjes ter bestrijding van katers. Daarvan neem ik er ook elke ochtend een. Ik lees nu steeds vaker wetenschappelijke onderbouwde berichten in de krant dat aspirine ontzettend goed voor je is. En u weet wat ze zeiden over de hoogbejaarde Winnetou? Hij scalpeert nog zonder bril. Zo probeer ik ook te leven."

Geniet u van het schrijven? Voor anderen is het soms een worsteling.
"Schrijven is mooi werk. Woord achter woord achter woord zetten tot er een mooie zin ontstaat. En dan op naar de volgende zin, die naadloos hoort aan te sluiten op de vorige. En zo verder. Als je bezig bent met een column, commentaar of essay, werk je toe naar een conclusie die zich, zoals dat in letterkundige kringen zo mooi heet, onontkoombaar aan de lezer opdringt. Als je een roman schrijft, ben je vrij om te dwalen. Ik ben kort na de oorlog begonnen als romancier. Ik had De Avonden gelezen, een prachtig en meeslepend boek."

"Ik dacht: weet je wat, ik ga ook zo'n roman schrijven. Dat heb ik gedaan. Mijn vader was ontzettend trots en heeft het manuscript laten inbinden. Die eerste druk verscheen in een oplage van twee exemplaren: één voor de auteur en één voor zijn vader. Sinds het overlijden van mijn vader heb ik beide exemplaren bij mij thuis in de boekenkast staan."

U krijgt de P.C. Hooftprijs voor uw werk als essayist. Is dat een terechte keuze?
"Ik vind niet dat je het schrijverschap in afdelingen kunt verdelen. Als je zin hebt om een roman te schrijven, schrijf je een roman. Ik heb er vijf geschreven. Ik heb nooit willen kiezen voor één genre, maar dat geldt voor zo veel mensen."

"Du Perron heeft een prachtige roman geschreven, maar ook dagboeken en essays. Willem Frederik Hermans heeft bij u in de krant Boze Brieven van Bijkaart kunnen plaatsen. Geweldig was dat, echt één van de toppen uit zijn oeuvre, dat ook nog eens een vijftiental romans beslaat. Er kan een zwaartepunt liggen in het oeuvre. Maar dat merk je later, als je op sterven na dood bent. Voor die tijd kun je alle kanten op."

Uw eerste boek was een essay over tijdgebrek in het moderne management.
"Dat was in 1955. Mijn journalistieke loopbaan is begonnen in 1953, toen ik tijdens mijn studie vakantiekracht werd op de redactie buitenland van het Algemeen Handelsblad. Daar werd ik benaderd door Floris F. Bakels van de uitgeverij Scheltema & Holkema: of ik een boek wilde schrijven over de vreselijke manier waarop de moderne manager werd geteisterd door tijdgebrek. Het werd een bestseller. Van de opbrengst kocht ik een Volkswagen."

"Toen de Hongaarse opstand uitbrak, vroeg mijn baas bij het Handelsblad, meester Chris Steketee, of ik zin had om dat van dichtbij te volgen. Met mijn nieuwe Volkswagen ben ik naar Boedapest getuft. Ik heb later nog een boek geschreven over het fenomeen vakantie. Dat verkocht opvallend veel slechter dan het boek over tijdgebrek."

De journalistiek was in die jaren nog een jongensboek.
"Ik zal u een verhaal vertellen. Ik had vriendschap gesloten met Jan Vrijman, later columnist bij uw krant. Hij wilde een televisiemaatschappij oprichten, Television Motion Pictures. De eerste productie: Het Wonder van Anne Frank. Het zou geweldig worden. Geweldig, dat woord gebruikte Jan graag. Ik was in Straatsburg bij de Raad van Europa toen Jan mij belde. Hij zei: je bent vlak bij Bazel, ga jij langs bij Otto Frank en haal hem over in de film op treden."

"Goed, ik naar het huis van Otto Frank. Ik bel aan en leg hem uit wat de bedoeling is. Otto houdt de boot af, met hulp van zijn tweede vrouw. Ik redeneer verder en doe een stap vooruit, waarop Otto een stap achteruit zet en achterwaarts over de drempel van de tussendeur struikelt. Dat was een tegenvaller. De schrik was groot, bij beide partijen. Ik besloot, met inachtneming van de beleefdheid, razendsnel de plaat te poetsen."

Dat is een verhaal!
"Wacht, het gaat nog verder. Jan Vrijman was een geweldige doorzetter. Niet veel later is Otto Frank op bezoek in Amsterdam. Wij naar Krasnapolsky, waar hij logeert. Jan en ik, aan weerszijden van Otto gezeten, doen nog een ultieme poging hem over te halen. Maar Otto houdt voet bij stuk. Hij ziet er geen heil in. Jan neemt daarop het laatste redmiddel te baat. Hij knielt voor Otto neer, grijpt hem bij de knieën en roept: meneer Frank, u moet het doen! Ja, u lacht, maar Otto viel flauw. Een zucht en hij kantelde. Arme man, verdomme."

"Van links en rechts schoten obers toe en wij werden Krasnapolsky uitgejaagd. Jawel, ook dat nog. Uiteindelijk is het toch gelukt: Otto Frank heeft in onze film opgetreden. De film is uitgezonden door de VPRO en kreeg niet anders dan boze kritieken. Behalve van Han Hoekstra, de filmcriticus van Het Parool. Zo, daar heeft u het hele verhaal."

De journalistiek is veel zakelijker geworden.
"Ik heb daar geen verstand van. Mijn journalistieke carrière hangt van avonturen aan elkaar. Het minst avontuurlijke was mijn periode in de jaren zeventig als adjunct-hoofdredacteur en hoofdredacteur. Dan ben je plotseling een manager. Daar is achteraf gezien een bijzonder gelukkig einde aan gekomen door de fusie van het Handelsblad met de NRC. Tegels Lichten was mijn wraakboek. Daarmee haalde ik mijn gram. Dertien drukken binnen een paar maanden. Toen kon ik verder."

"Ik ben televisie gaan maken, ik ben gaan schrijven, ik mocht als columnist naar New York. Ik heb echt een ontzettend leuk leven gehad. En nog steeds. Het is geen gemakkelijke tijd. Het lijkt soms alsof de samenleving uit elkaar spat. De opstand tegen de elite leidt tot een gelijkschakeling naar een lager niveau. Maar dat maakt de tijd ook allemachtig interessant. Aan onderwerpen geen gebrek. Er gaan de laatste tijd wel veel goede vrienden van me dood: Blokker, Mulisch, Van Mierlo. Dat vind ik erg jammer."

U moet het nog even volhouden, in elk geval tot de uitreiking in mei.
"Het zal mij benieuwen. Ze kunnen hem niet meer afnemen. Ja, dat zou wat moois zijn: de oude Hofland dood en de prijs aan iemand anders geven."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden