Column

Helpende hand Jorrie heeft ook wel eens iemand in zijn hals gestoken

Beeld Jean-Pierre Jans (www.jeanpierrejans.nl)

'Godverdómme!'

Het was dinsdagmiddag, het regende en ik vróeg nog: heb jij de sleutels bij je? Ja-haa, had De Man geantwoord. Niet dus, en nu stond hij te vloeken bij de voordeur. 'Ik heb hier geen tijd voor! Ik heb een deadline, ze belden net al, dit gaat me uren kosten godverdego...'

'Ssst!' zei ik, want er liep net een dame met een hondje langs. 'Geen paniek. We lopen wel even naar Marcel.'

Marcel was de eigenaar van minisuper Oosterwaal op de Brinkstraat, een man die de Betondorpers niet alleen van brood en loten voorzag, maar ook van goede moed en wijze raad.

'Is ie weer gestopt met roken?' zei hij toen we de zaak binnenstapten en hij de onweerssnuit van De Man zag.
'Nee,' zei ik. 'We hebben onszelf buitengesloten. Mogen we hier even bellen voor de sleutelkoning?'
'Tuurlijk,' zei Marcel. 'Maar waarom neem je hem niet gewoon mee?'

Hij keek over zijn bril heen naar een broodmagere man in een bruin-zwart geruit jasje en panamahoed die net een traytje Red Bull uit de schappen trok. Het was Jordano, in de buurt beter bekend als Jorrie of De Man met de Hoed, een vijftiger met een tatoeage in zijn nek en twee gouden tanden. 'Hij komt overal binnen.' En zo kwam het dat we even later met Jorrie in ons midden naar huis liepen.

'Ben jij inbreker?' vroeg De Man.
'Nee,' zei Jorrie terwijl hij ondertussen bezig was een kleerhanger te verbuigen. 'Ik ben een VP.'
De Man keek hem niet begrijpend aan.
'Veelpleger. Ik ben jaren dakloos geweest. Dan moet je jezelf beschermen.'
We keken hem appelig aan.
'Ik heb wel eens iemand in de hals gestoken.'

Het was een nuchter feit, een voetnoot in een toch al troosteloos leven. Het goede nieuws was dat hij sinds 2008 niemand meer had vermoord. Hij had een huisje toegewezen gekregen in Betondorp en vulde zijn dagen nu met betrekkelijke braafheid, alleen.

'Nadat mijn vrouw zelfmoord had gepleegd heb ik nooit meer van een ander kunnen houden. Gaat jullie deur open met zo'n trekhaakje?'
'Eh, ja,' zei ik. In de hals, sodeju.

Bij de woning aangekomen stak hij de kleerhanger door de brievenbus. Toen dat niet lukte liep hij naar achter, waar hij via de schutting ons balkon op klom. Her en der hingen mensen uit het raam, en ondertussen stonden wij beneden ons hart vast te houden.

'Doe je voorzichtig,' riep ik toen hij zijn verbrijzelde knie - ook een incidentje uit een vorig leven - in de dakgoot zette. Eén zwakke pees, één uitglijer en wij waren voor eeuwig mantelzorger - of erger. Maar Jorrie trok zich op, haakte zijn handen in het openstaande zolderraam en slingerde zich zo, floep, naar binnen.

'Je hebt helemaal geen haakje, man,' zei hij toen hij de voordeur even later met een grijns opendeed. 'Het is een elektrische. Die krijg ik ook wel open maar dan moet je een stok hebben met een punt.'

Toen liep hij weg, terug naar huis, terug naar een tray Red Bull en een fles wodka.

En ik kan me vergissen, maar volgens mij liep hij net iets rechter dan normaal.


Wil je reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden