Plus

Heini Otto: 'Ik probeer de boel een beetje bij elkaar te houden'

Veel Amsterdamser dan Heini Otto (62) kom je ze niet tegen. Hij is ambassadeur van Ajax en tevens de joviale en amicale gastheer op sportpark De Toekomst. 'Ik probeer de boel een beetje bij elkaar te houden.'

'Liever een knuffel dan een appje' Beeld Mats van Soolingen

Heini, de Jordanees

"Ik ben opgegroeid op de Brouwersgracht. Mijn vader heeft 51 jaar om
de hoek gewerkt bij A. Van Wees, de distilleerderij. Ik heb twee broers, ­Peter en Cootje."

"Peter woont in de Palmstraat. Ik ga geregeld een bakkie doen bij hem. Haal ik wat lekkere dingetjes bij slagerij Louman, of bakker Van der Linde. Ik woon in Hoofddorp. Dicht bij mijn kinderen, kleinkinderen en schoonfamilie. Ik hoef niet terug naar Amsterdam."

"Mijn eerste club was SDW. Mijn ­vader had in het eerste van SDW ­gespeeld. Als jonge jongen zat ik in het Amsterdams elftal, in het Uefa-elftal. Ik werd gevraagd door ome Toon Bruins Slot, de vader van Tonny, om bij Blauw Wit te komen spelen. Maar ik wilde niet weg vóórdat ik in het eerste van SDW had gespeeld. Net als mijn vader. Dat gebeurde in het seizoen 1973-1974."

Heini, Het Lieverdje

"Via Tonny Bruins Slot kwam ik in het betaald voetbal terecht. Bij FC Amsterdam. Bijgenaamd De Lieverdjes."

"Ik weet nog goed dat Gerard van der Lem en Nico Jansen bij een wedstrijd van mij kwamen kijken om te zien of ik paste bij FC Amsterdam. Ik maakte mijn debuut tegen HFC Haarlem, als vervanger van Gerard. We zijn nog steeds close met elkaar."

"Ik was in die jaren met keeper Jan Jongbloed de enige fullprof van de club. Ik kon stoppen met mijn werk bij Van Wees. Ik viel bij FC Amsterdam met mijn neus in de boter. Een vriendenploeg, barstensvol humor én kwaliteit."

"Legendarisch is onze wedstrijd in San Siro tegen Interna­zionale. Het grote Inter met Facchetti, Oriali, Boninsegna. We wonnen met 2-1. Daar had niemand op gerekend. We hadden ook maar één supporter mee. Die zat gewoon bij ons in de bus."

"Bij Inter hadden ze nog nooit van FC Amsterdam gehoord. De helft van onze spelersgroep had een sigarenzaak. Wóest waren de Interfans na afloop. Ze verzamelden zich rond onze bus. Schelden. Tieren. Ineens hoorden we een klap. Vloog er een steen door de ruit. Precies op het hoofd van onze supporter. Die lag groggy in het gangpad."

Heini Otto: 'Ik vind het leuker iemand een knuffel te geven en een praatje te maken dan dat ik een appje of mailtje stuur' Beeld Mats van Soolingen

Heini, de eenmalige international

"Het is een bekend verhaal, dat nog vaak opduikt. Het was 1975, ik bracht Jan Jongbloed naar Schiphol voor een interland met Joegoslavië. 'Ga mee een bakkie doen,' zei Jan. Bij de incheckbalie stond bondscoach ­George Knobel. 'Ik heb je misschien nodig,' zei Knobel."

"Ik dacht: misschien moet ik een koffer terugbrengen naar Zeist of zo. Maar hij bedoelde dat hij me nodig had als speler. Willem van Hanegem ontbrak om een medische reden. Toen ben ik snel naar huis gereden om mijn paspoort op te halen, terwijl mijn trainer Pim van de Meent in het Olympisch Stadion mijn voetbalschoenen oppikte."

"Ik viel in bij een 2-0 achterstand, als vervanger van Peter Arntz. Het werd nog 3-0. Maar ik sta wel voor eeuwig in de boeken als international. En ik heb er twee Oranjeshirts aan overgehouden: een trainingsshirt en een wedstrijdshirt. Die gaan nu naar mijn kleinzoons."

"Ik moet dit verhaal nog vaak ­vertellen en dan geef ik er soms een draai aan. Dan zeg ik dat ik na de ­interland naar de hotelkamer van Knobel ben gelopen om te bedanken voor een verdere carrière in het Nederlands elftal. 'Want als het zo makkelijk gaat om international te worden, meneer Knobel, dan hoeft het van mij niet meer'."

Heini, de piek in de kerstboom

"Ik heb overal gestaan op het veld: spits, links- en rechtsbuiten, in de mandekking en op het middenveld. In Engeland, bij Middlesbrough, was ik vooral spits."

"Bij FC Twente stond ik ook wel achterin. Bij FC Den Haag, met Rob Baan als trainer, begon ik midden jaren tachtig puur als middenvelder."

"We werden ongeslagen kampioen van de eerste divisie: 36 duels zonder nederlaag. Dat is nooit geëvenaard. Drie jaar later kwam Co Adriaanse en werd de kerstboom ­opgetuigd."

"Co noemde het de kerstboom omdat onze formatie op het veld leek op de vorm van een kerstboom. Ik was de piek. Het balvaste aanspeelpunt voorin. Kopsterk."

"Ik was al 34 jaar maar het werd een glorieperiode voor mij. Verdedigend had ik geen waarde meer. Als ik me had omgedraaid, was het al rust, zo traag was ik. Maar als piek in die kerstboom; dat was mij op het lijf geschreven."

"Ik ben negen jaar bij FC Den Haag gebleven, waarvan de laatste twee jaar als jeugdtrainer. Ik was voor de North Side, de harde kern supporters, de enige Amsterdammer die ermee door kon. Maar ik mengde me ook ­gewoon onder die gasten. Dat heb ik altijd wel gehad. Ook later als trainer van HFC Haarlem."

"Ik stond na een wedstrijd liever in het supportershome dan in het sponsorhome. Zondag zit ik ook gewoon op de tribune bij ADO-Ajax. Doe ik elk jaar. Ik krijg van ADO als oud-speler keurig twee kaarten voor de wedstrijd. Ik ga met mijn kleinzoon. Ik heb me als Ajacied nog nooit onveilig gevoeld op de tribune in Den Haag."

Heini Otto: 'Als ik me had omgedraaid, was het al rust, zo traag was ik' Beeld Mats van Soolingen

Heini, de trainer

Ik dacht altijd: ik ben de ideale assistent-trainer. Gezien mijn karakter. Een verbindingsman zijn tussen alle partijen, daar voel ik me prettig bij. Ik heb ook een geweldige tijd gehad als assistent van Morten Olsen bij Ajax. Maar ik werd in oktober 2000 door Ajax gedetacheerd als hoofdtrainer bij Haarlem. Ik had niet verwacht dat ik dat zó leuk zou vinden."

"Op 12 juni 2002 onderging ik een keuring bij clubarts Edwin Goedhart, nu hoofd van de medische staf van de KNVB. Hij hoorde een ruisje op mijn hart. Na uitgebreid onderzoek in het VU werd de ernst van de situatie duidelijk: er zat een scheur van negen centimeter in mijn aorta. Ik moest met spoed een operatie ondergaan. Ze zijn 9,5 uur met me bezig geweest. Er was een serieuze kans dat ik de operatie niet zou overleven. Maar ik heb het gehaald."

"Als voetballer was ik nooit geblesseerd geweest. In Engeland heb ik 155 wedstrijden achtereen gespeeld voor Middlesbrough. Bij Den Haag zelfs 221, een record. Die reeks werd pas doorbroken door een schorsing."

"Als je gezondheid zo ernstig wordt bedreigd, ga je zaken relativeren. Na een jaar van revalideren ben ik andere werkzaamheden voor Ajax gaan vervullen. In eerste instantie bij de jeugd, minder stressvol. Ik ben blij dat ik er nog ben. Ik geniet van mijn gezin, mijn familie én van voetbal. Ik ben 62. Een leven lang sta ik al dagelijks op en langs de velden. Wie kan dat zeggen?"

Heini, de Ajacied

"Ik kon in 1975 al naar Ajax. Sjaak Swart belde me op. Er volgde een ­gesprek bij Sjaak thuis, met trainer Hans Kraaij senior. Maar ik was en ben wel een trouwe jongen. Ik had net getekend bij FC Amsterdam en vond niet dat ik het kon maken om na een jaar al weg te gaan."

"Bijna twintig jaar later kwam het er alsnog van, toen Co Adriaanse mij als jeugdtrainer van Den Haag naar Ajax haalde. Co had mij vier jaar meegemaakt en hij wist wat voor mens ik ben, wat voor trainer en hoe ik over voetbal denk."

"Ik vind het belangrijkste dat een trainer warmte uitstraalt, dat een voetballer zich bij hem veilig voelt. Spelers moeten zichzelf kunnen zijn en niet stilvallen als jij de kleedkamer binnenkomt."

"Ik voel me wel Ajacied. Ik ben 23 jaar werkzaam hier. Lange tijd als trainer van een elftal. Dan ligt je focus volledig op dat ploegje. De laatste jaren word ik breed ingezet. Ik ben overal bij betrokken. Een beetje het uithangbord van de vereniging, en een beetje het cement tussen de stenen. Dat ligt me erg goed."

Heini Otto: 'Ik vind het belangrijkste dat een trainer warmte uitstraalt' Beeld Mats van Soolingen

Heini, de ambassadeur

"Ze noemen mij samen met mijn ­collega's Simon Tahamata en Peter van der Hengst 'old school' bij Ajax. Ik vind het leuker iemand een knuffel te geven en een praatje te maken dan dat ik een appje of mailtje stuur."

"Ik ben graag onder de mensen. En op De Toekomst lopen heel veel mensen rond. Jonge en oude voetballers, ­tegenwoordig mannen én vrouwen, vrijwilligers, trainers, mensen van de medische staf, van het facilitair bedrijf, van het studiehuis. Iedereen is uiteraard gericht op zijn eigen werkzaamheden, maar ik probeer de boel een beetje bij elkaar te houden."

"Als medewerker van de afdeling 'operations' ben ik ambassadeur van Ajax voor omringende amateurvoetbalclubs, ik geef clinics aan jong en oud en soms voor mensen met een beperking, ontvang sponsors rondom wedstrijden van het eerste elftal, doe werk voor de Ajax Foundation
en begeleid schoolprojecten zoals Streetwise. Ik ben breed inzetbaar. Op alle dagen van de week. Behalve maandag. Dat is opadag."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden