Plus PS

Havendominee voor elke zeeman die aanlegt in de stad

Waar de zeeschepen ooit de stad binnenvoeren tot de Dam, zijn de haven­activiteiten nu verborgen achter de hekken in Westpoort. Vorig jaar legden er bijna 5000 schepen aan. Waar hangen al die zeemannen uit?

De eetzaal van de Piet, een bulkschip van bijna 230 meter lang Beeld Dingena Mol

Het is één uur 's middags en het leven op de hoek van de Oudezijds Achterburgwal en de Molensteeg begint op gang te komen.

Vanuit café Old Sailor - waar een anker hangt aan het plafond, afbeeldingen van schepen verwerkt zijn in het glas-in-lood en op een bronzen plaatje achter de bar staat 'Nobody's perfect, except the ­captain' - heb je zicht op de ramen aan de andere kant van de steeg. Een blonde vrouw kijkt voor zich uit, maximaal een meter of twee ver. Even later zijn de gordijnen dicht.

Ze zal vast geen zeeman als klant hebben. Barman Michael Cozijnsen knikt ­richting het dozijn Engelsmannen dat met grote pullen bier voor de wand met ingelijste scheepsknopen staat. "Dat zijn nu onze mariniers."

Zelfs in Old Sailor, dat in 1935 zijn ­deuren als zeemanspension opende, zien ze maar zelden een zeevarende. Het zijn nu vooral toeristen en voetbalsupporters. Cozijnsen kent, net als de stamgast aan de bar, alleen de verhalen.

Van ver voor de jaren negentig, toen het Oostelijk Havengebied nog geen brave woonwijk was en Old Sailor nog een echt matrozencafé. Boven, in het logement, kon de bemanning de nacht doorbrengen. De ­kapitein betaalde in de ochtend de drankrekening."

Tienduizenden
Om een beetje in de sfeer van vroeger te komen wil Cozijnsen op verzoek best even Amsterdam van Jacques Brel draaien, maar het nummer blijkt niet in het muzieksysteem van het café te staan. Een cover van het origineel uit 1964 ook niet. "Kun je nagaan," zegt hij. "Zelfs dat hebben we niet meer."

Waar Dans le port d'Amsterdam ­lallen de zeelieden dan tegenwoordig wel? In welke dokken ronken ze dronken? Waar zuipen, zuipen en nog een keer zuip-zuipen ze nog? En draaien ze hun wals nog steeds als een wentelende zon, op de klank, dun en vals van een accordeon?

Vorig jaar werden er 4478 scheepsbezoeken in de Amsterdamse haven geregistreerd. Ze zijn er dus wel degelijk, de matrozen, machinisten, koks, stuurmannen en kapiteins. Het moeten er jaarlijks tienduizenden zijn, van over de hele wereld, die na het bevaren van weer een wereldzee aanleggen in de stad Amsterdam. En havendominee Leon Rasser (50) weet waar hij ze moet vinden.

Lady Menna
Met aan boord een lading potgrond, ­afgegraven in een bos in Estland, is de Lady Menna diep in de nacht door het Noordzeekanaal gevaren en afgemeerd in de Carel Reynierszhaven, vlak bij de Hempont. Terwijl het lossen bezig is en enorme bulldozers duizenden kilo's potgrond heen en weer schuiven, loopt Leon Rasser ­tussen de zwarte bergen door naar het 88 meter lange, knaloranje schip.

De Lady Menna legt regelmatig aan in de hoofdstad en Rasser, die dit werk al ­twintig jaar doet, schudt handen met de bemanning. Zeven man in totaal. Het is tegen tien uur 's ochtends, het moment dat het op de meeste schepen even pauze is. Machinist Dirk, die net op het dek een lamp staat te repareren, had de dominee al verwacht. "Altijd als we in Amsterdam zijn, komt hij wel even langs."

In de kleine eetzaal, waar niemand op de vaste plek van de kapitein mag zitten, drinken de twee filterkoffie uit witte mokken. Ze praten over het niveau van de verzorgingstehuizen, de prijs van vliegtickets naar de Filipijnen en dat er op de nieuwe, technologisch hoogwaardige schepen minder bemanning nodig is. Rasser knikt af en toe, zegt 'ja' of 'nee'. Het blijft vandaag bij smalltalk.

Beeld Dingena Mol
De dominee gaat aan boord Beeld Dingena Mol

Als havendominee doopt hij weleens een schip, begeleidt hij soms de uitvaart van een overleden zeeman en maakt hij bijvoorbeeld cd's met een preek zodat ze op zee ook kerstavond kunnen vieren, ­vertelt Rasser later. Maar het grootste deel van zijn werk bestaat uit dit soort scheepsbezoeken. Uit koffiedrinken, kletsen en luisteren.

Ellende thuis
"Aan boord houdt iedereen zich groot voor elkaar," zegt Rasser. "Over gevoelens wordt niet gepraat. Dat doen ze ook om elkaar te beschermen; je wil niet iemand anders opzadelen met jouw problemen en twijfels. Het leven is al zwaar genoeg. ­Terwijl het toch een basisbehoefte is van ieder mens om zijn hart te luchten." Of, in de woorden van Dirk, die niet ­verder op de details wil ingaan: "Soms, als er ellende thuis is, wil je het toch gewoon even kwijt."

Benedendeks laat Dirk, die 56 is en sinds zijn negentiende vaart, zijn vertrek zien. Het is een kleine privécabine, met een bed, douche en tafel met televisie en laptop. De meeste tijd aan boord brengt hij hier óf in de ruimte een verdieping lager door: de machinekamer. Daar werkt hij uren achtereen in een temperatuur die altijd hoger is dan 35 graden. De gehoorbeschermers zorgen ervoor dat hij het continue zware, ronkende geluid van de scheepsmotoren niet hoort. In plaats daarvan zit hij wel de hele dag met zijn eigen gedachten.

Een kans om van boord te gaan heeft Dirk vandaag niet. Nooit, eigenlijk. De Lady Menna doet alleen Europese havens aan en blijft nooit lang. Net als tachtig procent van de zeeschepen verlaat het schip de Amsterdamse haven binnen 24 uur. Time is money en de hele keten is erop ingericht om zo snel mogelijk te laden en lossen. Zo vaart de Lady Menna straks door naar Rouen, via de Noordzee het Kanaal op en dan linksaf, de Seine in. Dirk zit er niet mee. Hij werkt drie maanden op, drie maanden af. Dan heeft hij genoeg tijd aan wal.

Na een uur stapt dominee Rasser van boord. Onderweg raakt hij iedereen nog even aan. Gewoon, even een hand op iemands schouder of arm. Dat is volgens hem nog zo'n universele basisbehoefte die op zee onvervuld blijft. In een oranje veiligheidsjas en met schoenen met stalen neuzen stapt hij op zijn elektrische fiets richting de Vlothaven.

Daar is een dag eerder de Piet aangekomen, een bulkschip met zes miljoen kilo sojameel aan boord. Het zal een paar dagen duren voordat al dat veevoer is gelost, dus die mannen zullen wel willen weten hoe ze van boord komen, vermoedt Rasser.

IJs breken
"This is the Jesus Christ price," zegt Rasser, terwijl hij de simkaarten voor zich op tafel legt. En hij belooft dat Jezus het aantal gigabyte zal verdubbelen. "But only if you pray. And don't watch porn."

Toen hij twintig jaar geleden begon als havendominee, na een studie theologie, wist Rasser alles van de Bijbel. Inmiddels weet hij ook alles van simkaarten en hoe je het ijs moet breken bij zeemannen die je nooit eerder hebt gezien.

In de eetzaal van het bijna 230 meter lange bulkschip - ter vergelijking: de Nuonschoorsteen in het havengebied heeft een lengte van 175 meter - komen al snel een paar Filipijnse mannen bij Rasser staan. Vanuit Argentinië zijn ze 23 dagen onderweg geweest, en al die tijd hadden ze geen contact met familie.

Zodra Rasser bij engineer Mark Gil (33) een nieuwe simkaart heeft geactiveerd, klinkt er een symfonie van notificatiegeluiden. Gil laat een foto zien van zijn gezin, met daarop ook zijn half jaar oude zoon Mark. De volgende keer dat hij hem ziet, zal hij al een jaar zijn, want de komende zes maanden moet hij varen.

Havendominee Leon Rasser (r) verkoopt simkaarten aan zeelieden Beeld Dingena Mol

"Father, je bent te laat," zegt scheepskok Val Esterman (55). Hij vertelt dat er gister, vlak nadat ze voor anker waren gegaan in de Vlothaven, al iemand aan boord was die simkaarten verkocht. Rasser vraagt wat ze hem moesten betalen.

Twintig dollar voor één gigabyte, zo blijkt. Meer dan tien keer zo duur als de kaarten van tien gigabyte die Rasser tegen kostprijs verkoopt. Rasser vertelt, geërgerd, wat er waarschijnlijk is gebeurd. "Zodra een schip aanmeert, komen er allemaal mensen aan boord, bijvoorbeeld van het bunkerbedrijf. Er is altijd wel iemand die even wat extra geld wil verdienen over de rug van deze mensen. Die echt niet varen omdat ze zo rijk zijn. Dat is de reden dat ik die simkaarten ben gaan verkopen; dan krijgen ze een eerlijke prijs en weten ze dat de andere verkopers oplichters zijn."

In de eetzaal van de Piet hangt feestverlichting aan het plafond en er staat een karaokeset naast de grote tv. Aan de wand hangt een kaart van de Filipijnen en een kalender met zwoel kijkende Aziatische vrouwen. De meeste zeevarenden die ­Rasser treft komen van de Filipijnen, ­hoewel hij ook veel Indiërs, Chinezen en Russen spreekt.

Samen bidden
Scheepskok Esterman loopt de kombuis in en komt terug met grote pannen. Bemanningsleden die even pauze kunnen nemen eten zwijgzaam aan de tafel met oranje plastic zeil. Rasser luncht ook mee - ­broccoli met blokjes rundvlees, rijst en zurige oranje soep - en knoopt na het eten gesprekjes aan. Hij vraagt vaak naar familie, waardoor het al snel over gevoelens gaat.

Daarna probeert hij nog een stap verder te gaan en het te hebben over religie. Dan wordt er soms samen gebeden, vertelt hij een verhaal over Jezus of wil iemand bij hem biechten. Zeker nu hij wat ouder is geworden, en zijn baard wat ­grijzer, merkt hij dat zeevarenden dat steeds vaker voorstellen.

Raar vindt niemand het, dat er opeens een scheepsdominee langskomt. In elke haven ter wereld gebeurt dat, vaak door dominees verbonden aan een lokale kerkorganisatie. De Protestantse Kerk Amsterdam, in het geval van Rasser.

Nu zijn Filipijnen over het algemeen vrij gelovig, maar als Rasser één diep gesprek per scheepsbezoek heeft, is dat al heel wat. Meestal gaat het vooral over praktische zaken. Vragen ze bijvoorbeeld: "Father, hoe kom ik van boord?"

Zoete geur
Dat is in dit geval vrij lastig. De Piet ligt niet aan de kade, maar in het midden van de Vlothaven. Het lossen gebeurt door varende kranen die tegen het schip aan worden gelegd. Vervolgens schieten gigantische grijpers het enorme ruim in, waar onderin een bulldozer alles op hoopjes schuift. De soja die uit de grijper waait, verspreidt een zoete geur over het dek.

Rasser is door een sleepbootje afgezet bij het schip en aan boord geklommen via een loopbrug. Als hij belt, komt de boot hem ook weer ophalen. De bemanning kan ook bellen, maar dan moet er wel worden betaald. Soms betaalt de eigenaar van het schip, maar vaak moet de bemanning de kosten (volgens Rasser zo'n zeventig euro per overtocht) zelf betalen. Hij adviseert de bemanning om de kapitein van de Piet te vragen of er iets te regelen valt.

Als ze de kade weten te bereiken, is het vrij makkelijk, legt hij ze uit. Naast de boekjes met 25 Favorite Stories from the Bible deelt Rasser ook altijd folders van het Seamen's Centre uit. "Je hoeft alleen maar dit nummer bellen, dan komen ze je ophalen."

'No pornsites'
Achter de bar van het Seamen's Centre aan de Radarweg gaat de telefoon. Van de bemanning van de Piet horen ze deze week niets, maar drie bemanningsleden van de Ashley Lady, een 248 meter lange olietanker die is afgemeerd in de Usselincxhaven, willen worden opgehaald.

Engineer Mark Gil toont een foto van zijn gezin Beeld Dingena Mol

Milco Philips (50) - 'Ze noemen me Captain Philips' - springt in het witte busje waarmee de bemanning elke avond heen en terug wordt gereden naar het zeemanshuis. Dat is een soort kruising tussen een café en de gemeenschappelijke ruimte van een hostel. Naast een klassieke barinrichting staan er gitaren, een openbare boekenkast en liggen er soms tweedehands kleren om gratis mee te nemen. Er zijn souvenirs te koop en er staat een rij computers die iedereen mag gebruiken. 'No pornsites' staat er op een A4'tje boven de computers.

"Zeemanshuizen vind je overal ter wereld," zegt Philips. "Het is gewoon een veilige plek waar iedereen tot rust kan komen en even in een andere omgeving kan zijn." In het zeemanshuis, dat draait op steun van bedrijven in de haven, komen jaarlijks zo'n tienduizend bemanningsleden. Op de teller van het busje staat ruim negentigduizend kilometer - de afgelopen drie jaar afgelegd binnen de grenzen van het Westelijk Havengebied.

Als Philips komt aanrijden, staan de drie mannen van de Ashley Lady al bij het hek van de terminal te wachten. Ze zijn net uit Saoedi-Arabië komen varen. "24 dagen werken, naar je cabine, werken, naar je cabine, werken en weer naar je cabine," vat scheepskok Arnulfo de Leon (42) de afgelopen weken - of eigenlijk de afgelopen acht maanden - samen. "Het leven aan boord is eentonig. Het is een ritme dat je geest langzaam ­vervangt."

Het eerste wat de drie mannen doen als ze in het Seamen's Centre zijn, is het wifi-wachtwoord vragen, hoewel dat voor het gemak al groot op elke tafel staat. Vervolgens staren ze onafgebroken naar hun telefoon en bestellen ze tussendoor een biertje. De Leon vaart al dertien jaar, vertelt hij als hij al zijn berichten heeft gelezen. Gemiddeld is hij negen maanden per jaar op zee, dus hij hoopt dat hij na de volgende haven - waar dat is, weet hij nog niet - naar huis mag. Naar zijn vrouw en twee kinderen. Hij vertelt hoe hij dan wordt gekust en omhelst. En hoe gelukkig hem dat maakt.

Duiken voor kogels
Later aan de bar, bij nog een biertje, vertelt hij hoe hij eens pas na zestien maanden thuiskwam, nadat Somalische piraten het schip waar hij op voer - de MV Eagle - hadden gekaapt. Hoe hij moest duiken voor de kogels en met een half glas rijst en een aardappel elke dag 23 mannen moest voeden. Zijn lichaam zat vol wonden door het wassen in zeewater.

Bemanningsleden Sergio Pataveg, Ryan del Carmen en Arnulfo de Leon in café Old Sailor Beeld Dingena Mol

Hij kreeg weleens de loop van een geweer op zijn voorhoofd, zag hoe de elektricien in elkaar werd geslagen. En toen er na acht maanden een deal tussen de reders en de piraten was gesloten, werd er met een vliegtuigje vijf miljoen dollar in zee gedropt. "Ik dacht dat je bij een andere vrouw was," zei zijn buurman toen hij weer thuiskwam.

Waarom hij weer ging varen? "Ik heb een simpel leven, het zeemansleven. Ik moet wel varen, want hoe onderhoud ik anders mijn familie?"

Nu verdient hij elke maand dat hij vaart 1960 dollar - een vrij goed salaris voor een zeeman. Zijn collega, lichtmatroos Ryan del ­Carmen (34) krijgt maar 1000 dollar per maand. "De verschillen zijn vaak groot," zegt Chris Burgemeester (54), die vanavond met Philips het zeemanshuis runt. "Ze kunnen hier ook geld wisselen. Meestal komen ze met vijftig of honderd dollar aanzetten, maar er zijn er ook die een paar dollar komen wisselen. Nou, dan weet je het wel."

In de hoek van de zaak drinkt Mahesh ­Thirupathi (37) uit India, chief engineer op een chemische tanker, de hele avond grote pullen bier. Boven de hele rookworst die hij heeft besteld, verklapt hij hoe hij voor zeven maanden varen 19.000 dollar krijgt. Hij zou nog meer kunnen verdienen, maar vanwege het snelle internet dat hij overal ter wereld aan boord heeft, blijft hij op dit schip. Het is zelfs beter dan een baan op land, zegt hij.

"Dan moet je veertien uur werken en zie je je familie nooit. Ik ben altijd online en spreek ze de hele dag door." Vlak voor hij teruggaat naar zijn schip, koopt hij nog een hele doos diepvriesbapao voor aan boord. Aan een tussenstop in de stad heeft hij geen behoefte. "Ik ben overal al geweest."

Seamen's Centre op de Radarweg Beeld Dingena Mol

Arnulfo de Leon en zijn twee collega's willen wél de stad in. Of in elk geval naar een supermarkt. In het donker lopen ze bibberend richting Sloterdijk. Bij de Spar kopen ze zakken Dorito's, al zijn ze eigenlijk op zoek naar telefoonhoesjes.

Ze vragen of Centraal Station ver is. Als ze horen dat het maar vijf minuten met de trein is, worden ze enthousiast.

Op het eerste het beste wisselkantoor op het Rokin wordt meteen geld gewisseld. Ze duiken een souvenirwinkel in. De man in de Haringpakkerssteeg die 'xtc, coke, amfetamine' fluistert, wordt door messman - keukenhulp - Sergio Pataveg III (37) genegeerd. En niet alleen omdat hij aan boord regelmatig een drugstest moet doen. Hij wil vooral een telefoonhoesje, een screenprotector en een geheugenkaartje hebben, zegt hij. In een belwinkel betaalt hij er 45 euro voor.

Red light district
Daarna willen ze toch even naar het Red light district. Erg onder de indruk zijn ze niet. Lichtmatroos Del ­Carmen wil wel even weten wat het kost, maar zegt dat de vrouwen niet 'zijn type' zijn. Waar hij wel op valt? "Mijn vrouw."

Uit zichzelf zouden ze er niet naar ­binnen gaan, maar ze vinden het prima om in het café op de hoek van de Oudezijds Achterburgwal en de Molensteeg wat te gaan drinken. En zo staan er opeens toch nog echte zeemannen in Old Sailor. Een beetje ongemakkelijk te wezen, dat wel. In stilte drinken ze hun biertje. ­Misschien shoppen ze liever dan dat ze in een café tussen de toeristen staan. Of ­misschien is het de drukte, na weken ­solitair op zee, dat het wat onwennig is.

Pas als ze even later terug zijn in ­Seamen's Centre blijkt waarom ze niet per se zin hadden om langer in de stad te ­blijven. In de Filipijnen staat de dag op het punt van beginnen en zijn hun vrouwen al op. Meteen als ze wifi hebben, duiken ze weer achter hun telefoons. Zo kunnen ze elkaar nog kort even zien, voordat de mannen naar hun schip worden gebracht en weer een wereldzee moeten bevaren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.