Haring nog niet op zijn best

Het visproductschap laat het haringseizoen beginnen op een moment dat de haring nog niet op zijn best is. Foto ANP Beeld
Het visproductschap laat het haringseizoen beginnen op een moment dat de haring nog niet op zijn best is. Foto ANP

Mijn visboer twijfelt nog. Hij kan toeslaan en in Katwijk een partij haring reserveren voor de rest van het jaar. Dan moet hij zeker weten dat het niet nóg beter kan, dat hij de beste van het seizoen te pakken heeft. Af en toe laat hij me er een proeven. Een machtig gevoel: de klant mag meebeslissen. Ik zei: wachten man, op vettere.

Het visproductschap laat het haringseizoen beginnen op een moment dat de haring nog niet op zijn best is. Ook dit jaar was het op het nippertje. Katwijk en Spakenburg konden in de weken vooraf aan het Nieuwe Haringspektakel in Denemarken en Noorwegen nauwelijks geschikte vis vinden om Hollandse Nieuwe van te maken. Bekende Nederlanders moesten hun haringparty's vieren met schrale maatjes.

Ik mocht het beleven in Egersund, een stadje niet ver van Stavanger aan de Noorse kust. Het haringseizoen was al tien dagen oud. Er kwam schip met haring binnen. Uit het ruim werd een kistje haring geschept en aan wal gezet. De Hollandse inkopers stopten er hun handen in. Ze betastten de haringen en maakten ze open om te zien wat er in de maagjes zat. Daarna boden ze op de partij.

De schipper kwam even later het veilinggebouwtje uit. Dolgelukkig. Hij had voor de 120 duizend kilo haring in zijn ruimen een euro per kilo geboden gekregen, bewaard in zeewater van anderhalve graad onder nul (zout water bevriest later).

De Nederlandse koper vertelde dat dit de eerste partij haring van het nieuwe seizoen was die er naar zijn maatstaven mee door kon. Er waren in de weken daarvoor al heel wat schepen geweest die geen visje aan de goudgeld betalende Nederlanders konden slijten. Te mager.

Wat gebeurt er dan mee? Naast de visveiling, een kleine gebouwtje in Egersund, staat een forse fabriek met opslagtanks. 'Egersund Sildoljefabrikk' staat er op. Als je weet wat sild betekent weet je wat de fabriek maakt. Sild is haring. De fabriek haalt olie uit de vis. Van wat er dan overblijft, voornamelijk eiwit, wordt vismeel gemaakt.

Het is haast onvoorstelbaar maar waar. Visolie was jarenlang niks waard. Van vis werd vismeel gemaakt voor de veehouderij (varkens en kippen). De haringstand is er bijna aan onderdoor gegaan, zoveel werd er van weggevangen voor de veevoerindustrie. Olie was een bijproduct. In Denemarken werd de olie verstookt in elektriciteitscentrales. Dat is veranderd. Visolie is begeerd en meer waard geworden dan vismeel. Het is een belangrijk ingrediënt in het voer voor kweekzalm. En omdat voedingsdeskundigen, die om de tien jaar van opvatting veranderen (melk is goed voor je, melk is niet goed voor je) de laatste tijd toevallig in omega-3 geloven, is visolie in de mode als medicijn tegen alle kwalen en als elixer voor een lang leven. In Oostenrijk kun je het bij de apotheek kopen.

Niet doen, zegt de dierenpartij sinds kort. Je moet geen vis eten omdat de zee bijna leeg is en je moet geen visolie nemen omdat die ernstig is vervuild met gifstoffen die de mens in zee heeft laten lopen. De dierenpartij heeft dat niet van zichzelf, maar van een eenmansactievoerder die zich ambassadeur van de zee noemt: Dos Winkel. Hij denkt dat als hij ons bang maakt voor visolie, wij geen haring meer lusten. Hij wil ons aan de pompoensoep en zo de zee redden. Maar hij jokt een brok. Haring is er genoeg en zijn vet is puik. Ik ga weer even mijn visboer adviseren. (WOUTER KLOOTWIJK)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden