Plus

Hans Wiegel haalde zijn ideeën bij tante Mijntje uit de Jordaan

Over Rutte III wordt al weken onderhandeld. Bij de formatie van Van Agt I kwam het akkoord tot stand bij een etentje met geboren Amsterdammer en VVD-prominent Hans Wiegel. Die haalde zijn politieke ideeën bij tante Mijntje aan de Bloemstraat.

In zijn werkkamer, 1967. Beeld Wout van de Hoef/Spaarnestad

Als één periode het leven van Hans Wiegel (Amsterdam, 1941) heeft bepaald, dan zijn het de jaren zeventig. "Zeker als je kijkt wat ik toen allemaal heb meegemaakt. Fractievoorzitter, oppositieleider, viceminister-president. Ik ben in 1973 getrouwd. Heb mijn kinderen ook in die tijd gekregen."

Waarin verschilde uw generatie van die ervoor?
"Mijn generatie heeft het einde van de jaren zestig meegemaakt, in Amsterdam weet je wel. Het gebouw van De Telegraaf werd bestormd. Het Lieverdje; het Maagdenhuis werd bezet. Die heel andere tijd heeft ertoe geleid dat mensen die in de politiek zaten vrijer waren en zich ook vrijer gingen gedragen. Meer durfden te zeggen dan dat vroeger het geval was. Dat scherpte de geest."

U was het jongste Kamerlid ooit. Moest u als 'jongste bediende' van 25 uw plek bevechten?
"Je moet wel weten hoe je je moet gedragen. De meeste Kamerleden waren veel ouder dan ik. De oudste waren meteen de aardigste. Het Kamerlid Zegering Hadders was de koning van Drenthe, had een auto met chauffeur. Een zeer vermogend man - tenminste, voor Drenthe. Hij behandelde Schiphol, maar ik woonde in Amsterdam."

"Dus ik zeg: 'Roelof,' - want ik mocht Roelof zeggen - 'mag ik dat misschien doen?' 'Nou Wiegel,' - bij mijn achternaam, een echte Drentse eigenschap - 'moet je nou even goed luusteren, als je jong Kamerlid bent, dan is het krijgen wat je krijgen kunt. Als je er een tijdje in zit, dan is het houden wat je hebt. Maar als je er zoals ik al heel lang in zit, dan is het kwiet raken wat je kwiet kunt raken! Doe jij dat maar'."

"Dus toen kreeg ik een kans. Die heb je ­nodig, absoluut."

Eén van uw politieke tegenstanders was Joop den Uyl. U maakte hem op tv uit voor sinterklaas.
"Maar we waren ook zeer op elkaar gesteld. Dat helpt. Als je geen hekel aan iemand hebt, kun je iemand veel harder aanpakken. Want degene die wordt aangepakt, denkt dan: ach, het is toch een aardige jongen' begrijpt u wel?"

Werd er echt zoveel gedronken in die tijd?
"Ja, ook tussen de middag al. Daar moest je wel bij uitkijken. KVP'ers zaten toen in de Rook­salon de begroting Landbouw voor te bereiden. Glazen wijn drinkend. Eenmaal tijdens het debat klom er één het spreekgestoelte op. En die had echt stevig ingenomen. Hij zei: 'Meneer de voorzitter, ik sluit me geheel aan bij de vorige spreker. Dank u zeer!' Hahahaha! Dat bestaat nu toch niet meer."

"Dit moet niet zo'n drankartikel worden natuurlijk, maar toen ik zelf fractievoorzitter was, wees ik wel eens een willekeurig Kamerlid aan en zei ik: 'Jij bent jarig vandaag.' En die moest dan trakteren op sherry. Bij de Anti-Revolutionairen dronken ze altijd jenever. Zo ging dat toen."

Politici van nu worden vaak bedreigd.
"Ik kreeg vroeger ook dreigbrieven. Maar daar werd nooit over gesproken. Mijn huis is ook beveiligd geweest. In de tijd van de linkse bedreigingen hadden we een container met drie man in de tuin. Eén ervan lag met een stengun gericht op ons huis. De heer Rutte gaat er gelukkig heel goed mee om. Die loopt ook fleurig in zijn eentje van hier naar zijn huis. Hij geeft het goede voorbeeld. Fantastisch. Heerlijk. Super."

Wiegel is nog vaak in Den Haag. Beeld Guus Schoonewille

Ziet u Jesse Klaver een beetje als de Hans Wiegel van deze tijd? Hij is ook heel jong partij­leider.
"Ik mag hem wel. Zijn ideeën niet zo, maar dat is niet zo belangrijk. Hij is een uitgekookt politicus. Dat is één. En hij kan andere mensen enthousiasmeren, dat kan ook niet iedereen. Hij heeft ook de gave van het woord. En gebruikt die nieuwe technieken, dat overhemd met opgestroopte mouwen. Ik vind het wel een vakman."

Over nieuwe technieken gesproken, u introduceerde 'de stratenmaker uit Amsterdam'. Daarmee was u trendsetter: tegenwoordig komt elke politicus wel met zo'n willekeurige gewone man op de proppen.
"Die stratenmaker was Piet. Die kende ik van café Chris uit de Jordaan. Als ik 's avonds laat uit Den Haag kwam, dan zette ik de auto voor de deur - dat kon toen nog gewoon - en dan ging ik daar aan de Bloemstraat bij tante Ria en tante Mijntje een biertje drinken. 'Ha jongen, hoe is het toch met je? Tante Mijntje heeft een lekker glaasje bier voor je.'"

"Het was een echte Amsterdamse kroeg; de oudste van de stad. Piet heeft mij het idee aan de hand gedaan dat het misbruik van sociale voorzieningen moest worden aangepakt. Hij legde uit: buren om hem heen lagen tot half tien in hun nest en Piet zat om half zeven met zijn trommeltje achterop de fiets op weg naar het werk."

Niet alle partijgenoten waren daarvan gecharmeerd.
"Die hadden nog nooit een stratenmaker gezien. Dat was nu net het punt. De VVD was een elitepartij, wel vóór het volk, maar niet ván het volk. Daar wilde ik verandering in brengen."

U overnachtte op het Catshuis bij premier Van Agt. Dat zien we Lodewijk Asscher nog niet doen bij Mark Rutte.
"Jullie kennen toch wel dat gekke verhaal over die pyjama? De ministerraad was afgelopen en al die gasten gingen niet weg. Ik zei tegen Van Agt: 'Dries, ik kom zo terug.' Ik hol naar mijn slaap­kamer, trek mijn pyjama aan, kom binnen en zeg (schatert): 'Heren! Welterusten!' Dat kon allemaal."

U spreekt Van Agt nog veel?
"Ja, dat zegt ook iets hè? Hij is een goede vriend. Daar heb je niet veel woorden voor nodig. ­Eigenlijk telt maar één woord, dat geldt voor het hele leven, en dat is vertrouwen. Daar gaat het om. De rest is allemaal bijzaak."

Wat hebben uw ouders u meegegeven?
"Ik ben geboren in de oorlog. In Amsterdam. De lijn thuis was eigenlijk altijd deze: zuinig zijn, je best doen, beleefd zijn, aardig zijn. En niet zozeer aardig tegen belangrijke ­mensen, nee, aardig zijn tegen gewone mensen."

Uw leven kende veel tragiek. U hebt twee keer een echtgenote verloren.
"Het is niet altijd gemakkelijk geweest. Maar dat hoort ook bij het leven. Daar moet je andere mensen niet mee lastigvallen."

U zei bij uw vertrek dat u niet het orakel van Ljouwert wilde worden.
"Dat zei ik, maar het is wel gebeurd. Maar wel even de realiteit: ik deed het altijd op verzoek van VVD-ministers. Die wilden zelf geen gedonder met de Tweede Kamerfractie."

U piekte wel heel vroeg.
"Ik ben ook op tijd weggegaan, vind ik. Dat is ook een kunst hè."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden