Plus PS

Hans Croiset: 'Naïviteit houdt mij al 81 jaar in leven'

Hans Croiset (81), genomineerd voor een Louis d'Or in De Vader, blijft onvermoeibaar in zijn strijd meer publiek naar het theater te krijgen - zolang het maar niet hoest. Een interview over leeftijd, liefde voor toneel en familieverhoudingen.

Hans Croiset Beeld Ivo van der Bent

Lovende recensies voor zijn rol van André, oude man met alzheimer in De Vader; een nominatie voor de hoogste toneelonderscheiding, de Louis d'Or, op zak; een paar nieuwe rollen en een boek over Vondel. Hans Croiset mag dan 81 zijn, hij blijft hard werken om meer mensen naar het toneel te krijgen. Een gesprek op het terras voor de Stadsschouwburg.

U bent nu ouder dan uw vader werd, acteur Max Croiset.
"Hij was van 1912, even nadenken... 1993. Ja, klopt. Dat houdt me niet bezig. Ik merk het wel, dat ik ouder word. Het terughalen van de tekst van De Vader, daar ben ik op vakantie al mee begonnen en nu zou ik het vanavond kunnen. Vroeger kwam je terug van vakantie en zat het na één repetitie weer in je hoofd. Nu is het even hard werken. Maar ik sta in de startblokken hoor, en ik ga het wereldrecord 200 meter halen, geen enkel probleem!"

Nog even over uw vader. U heeft over hem geschreven in de roman Badhuisweg. Kort samengevat: uw ouders waren aan het toneel. In de oorlog kwam u met een pleegmoeder en uw jongere broer Jules in Ede terecht, midden in de Slag om Arnhem. Na de oorlog was uw moeder hertrouwd en uit beeld, vader had ondergedoken gezeten en ging volop spelen, die zag u eens in de twee weken. Later trokken u en Jules bij hem en zijn tweede vrouw in. Een moeizame relatie.

"Ja, zeer moeizaam. Ik had hem als kind en opgroeiende jongen heel hoog zitten, hij stond echt op een sokkel, maar daar heb ik hem toch wel vrij snel van af moeten halen, omdat hij dat niet verdiende. Oké, nu ik zijn leeftijd heb, denk ik er wel wat milder over, maar nee: ik kreeg niet de affectie waar ik op uit was. Een klein jaar voor ik ging werken als acteur ben ik bij hem gaan wonen omdat ik dat ook wou meemaken, en dat verliep moeizaam."

Had uw broer Jules ook zo'n moeizame relatie met uw vader?
"Dat durf ik niet te zeggen. Hij is twee jaar jonger, dus heeft langer in dat huis bij mijn vader gewoond. Maar ja, Jules had al heel jong een savoir-vivre, waardoor hij al die dingen kon weglachen. Ik zat alleen maar te somberen, en ik denk dat ik ze daarmee behoorlijk heb geïrriteerd, omdat ik geen houding wist te vinden om me daar te gedragen."

Dat heeft jullie onderlinge relatie vast beïnvloed.
"Jaaaa, tuurlijk! In de periode dat ik het moeilijk had met Max had Jules het goed en andersom. Ik was de oudere broer die alles maar moest oplossen en dat heb ik mijn hele jeugd ook gedaan, met grote liefde. Jules bruiste van levensenergie en dat verzoende mij met alles. Ik moest alleen maar lachen, god, wat heb ik om die jongen gelachen."

"Max wás ook moeilijk hoor, hij kón geen complimenten geven. Hij zei tegen Jules: 'Nou, je broer doet het goed.' Hij zei tegen mij: 'Nou, je broer doet het goed.' Maar nooit direct. Hij had geen ervaring om dagelijks met kinderen om te gaan. Het was onvermogen, denk ik. Dat is in de vijftig, zestig jaren daarna ook wel gebleken."

Als artistiek leider bij Theater in Arnhem en bij het Publiekstheater in Amsterdam vroeg u hem te komen spelen. Waarom deed u zichzelf dat aan?
"Dat heb ik me later ook afgevraagd. Hij was natuurlijk een goed acteur. En ik was zekerder geworden door mijn opgebouwde ervaring met regisseren en mijn succes met spelen, dus ik dacht: dat moet hij gewéldig vinden. Nou, nooit een wóórd. Nooit. Eén. Woord. Waarschijnlijk heb ik het gedaan om zijn hart te winnen, of zo. Maar het is niet gelukt. Toen ik hem na zijn 65ste niet meer engageerde, heeft hij alle banden verbroken."

"Ik heb hem nog weleens in de zaal zien zitten bij een voorstelling die ik speelde, maar verder niks. Ik weet ook nog precies bij welk stuk. De Ingebeelde Zieke van Molière in de regie van Fritz Marquardt, een van mijn helden. Er werd 'bravo!' geroepen en ik dacht: leuk dat mijn vader er is. Hoort ie het ook eens van een ander." (lacht) "Ter overcompensatie heb ik het met mijn kinderen geprobeerd zo goed mogelijk te doen. Waar ik natuurlijk ook niet zo goed in geslaagd ben, dat lukt niet met zo'n vak, hoe goed de relatie met mijn kinderen ook is."

U was veel weg voor uw werk.
"Ik ben veel weggeweest, maar ik verdedig mezelf altijd met: vanaf het moment dat ik gezelschappen ging leiden en regisseren, ben ik minder gaan spelen. Ik was wél gewoon 's avonds thuis! En we gingen twee maanden per jaar met vakantie."

Opvallend dat uw kinderen niet voor het theater hebben gekozen. Een breuk met de familietraditie.
"Ja, ik weet niet... Het waren hyper­intelligente kinderen die met hun hersens toch een andere uitweg zochten dan het toch wat 'simpele' theatervak." (lacht)

Dat meent u niet.
"Ja, toch wel. Alexander is biochemicus, Esther is arts en Julien is psycholoog en daar zijn hun moeder en ik apetrots op. Misschien vind ik het wel prettig dat ze iets anders zijn gaan doen."

Waarom?
"Omdat het een heel hard vak is. Omdat... Je moet een soort eelt kweken waar je geen last van mag hebben, want je moet gevoelig blijven. Als je dat soort eelt niet hebt, heb je er niets te zoeken. Een van mijn kinderen, mijn tweede zoon Julien, die wilde aan het toneel. Hij begon in Maastricht, heeft in Antwerpen nog les gehad van Dora van der Groen, Luc Perceval, Ivo van Hove."

"Maar die wereld was hem op die leeftijd te hard, te wreed. Hij heeft me toen hij ermee was opgehouden, gevraagd: 'Waarom heb je het me niet afgeraden?' Ik zei: 'Dat had ik in die tijd toch echt niet moeten proberen! Een ouder die tegen zijn kind zegt: je mag niet aan het toneel! Het is wel bij me op gekomen, maar dat kon ik niet zeggen.' 'Nou,' zei hij, 'had het risico maar wel genomen'."

"En toen kwam hij tot rust in een ander soort leven. Psychologie. Maar langzamerhand begon dat toneelbloed toch weer te broeien, nu is hij weer volop bezig in combinatie met zijn vak."

Zoals zijn neven Niels en Vincent, de zoons van uw broer Jules, die voor het theater kozen.
"Ja, met Vincent heb ik veel samengespeeld, onder meer in Stilleven. Niels heb ik als student op de theaterschool meegemaakt. Ik voel met die jongens sterk wat je een 'familieband' zou kunnen noemen. Ik herken vooral de oogopslag van hun vader, mijn broer. Ik hoor iets in hun stem dat oervertrouwd overkomt, ja..."

Hoe is uw relatie met Jules, die eind jaren tachtig in de publiciteit kwam vanwege een valse aangifte van een ontvoering?
"Daar wil ik het niet over hebben. De familie Croiset heeft inmiddels genoeg gedaan om die zwarte bladzijde te mogen vergeten."

Andere familieverhoudingen dan. Uw dochter in De Vader, Johanna ter Steege, vertelde me dat u nauwelijks hoefde na te denken toen u gevraagd werd voor de rol van de oude André. Waarom?
"Kijk, ik zit er niet op te wachten om, weet ik veel, de zoveelste dit of dat te spelen. Ik had Don Carlos gedaan hier bij Toneelgroep Amsterdam en toen heb ik al tegen mijn collega's gezegd: 'Ik heb het nu gehad, iets mooiers dan Don Carlos lukt toch niet.' Maar toen Theu Boermans belde voor de dokter in Drie Zusters van Tsjechov, tja... Dat heeft mijn gróótvader gespeeld, mijn váder gespeeld, dat wilde ik graag doen."

"En toen kwam De Vader. De structuur van dit stuk is zo geweldig, waarin scènes worden herhaald en nét even anders worden gespeeld, zodat we zien hoe die oude man de werkelijkheid ervaart en we zijn verwarring meevoelen. Een mooi toneelexperiment, dat wordt gebruikt om iets aan de kaak te stellen waar we kennelijk allemaal bang voor zijn. Dat trok me ontzettend aan."

Als een acteur iets nodig heeft, is het wel zijn geheugen. Bent u bang voor alzheimer?
"Nee, ik merk zoals gezegd dat ik er harder voor moet werken, dat is logisch, maar met dat geknipte scenario van De Vader moet ik een alertheid opbrengen die echt niet onderdoet voor het spelen van Shylock of noem de rollen maar op, en dat gaat me nog goed af."

Tijdens de tournee heeft u zich nogal op Facebook geroerd: met elke dag een verslag hoe de ontvangst in het theater was, hoe de voorstelling ging en vooral ook hoe vaak er werd gehoest. Waarom?
"Wij, de hele toneelspelersfamilie in Nederland, kunnen behoorlijk kankeren over publiek en theaters en ik dacht: laat ik dat nou eens niet doen, laat ik het opschrijven en uitzoeken wat aan mij ligt, wat aan ons ligt, wat aan de schouwburg ligt, wat aan het publiek."

Beeld Ivo van der Bent

"En om te zien hoe het in die schouwburgen gaat. Die directeuren hebben het niet makkelijk in de provincie. Die werken zich een ongeluk. Ik merk wel dat toneel niet meer het belangrijkste is, ze kiezen voor cabaret en musical. En voor mij is toneel een religie! Klinkt hysterisch, maar het is wel zo."

Nederland houdt helemaal niet van toneel, heeft u zelf zo vaak gezegd.
"Nee, het is te makkelijk om te zeggen dat het komt door die 'doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg'-mentaliteit, maar toch zit daar heel veel in."

Frustrerend moet dat zijn: u probeert die liefde al uw hele leven aan te wakkeren en het lukt niet.
"En daarom blijf ik aan het werk! Ik probeer al spelend publiek ervan te overtuigen dat je mensen met een betekenisvol stuk iets van zichzelf kunt laten zien. Daarom ook mijn fascinatie voor De Vader, omdat we hier wél heel veel ander publiek binnenkrijgen. Allemaal mensen die met alzheimer te maken hebben en die via het medium theater een inzicht in het hoofd van die man kunnen krijgen dat je alleen maar kunt krijgen júist door het theater."

En u hoopt dat ze terugkomen bij een andere voorstelling. Is dat niet heel naïef?
"Ja, en die naïviteit houdt mij al 81 jaar in leven! Je moet, als je aan toneel bent, een naïeve houding zien te bewaren, want je moet open staan voor wat er op je afkomt. Als een kind. Ik heb een gelukzalig leven achter de rug met al die grandioze stukken die ik heb mogen regisseren. Als ik een zin hoor uit een oud stuk dat ik heb gedaan, sta ik meteen weer in brand. En dat wil ik meedelen en uitdragen."

"Neem Julius Caesar, nu in het Amsterdamse Bos. Dan schrijft een recensent: 'Zware tekst.' Wat nou zware tekst? Luisteren! Luisteren! Dan is het geen zware tekst. Ja, je zou letterlijk kunnen zeggen: 'Ik steek je dood', maar je kunt daar ook iets ánders van maken - iets wat een andere wereld verraadt, wat een diepere laag kan aanboren. En dat is dan met tekst die je niet de hele dag gebruikt, nee, daarvoor moet je naar de schouwburg! Jij zit te lachen, want je denkt zo langzamerhand: die man is gek, maar zo denk ik erover."

Meer publiek wilt u, maar minder hoesters. Was het zó erg bij de tournee van De Vader? Johanna ter Steege vertelde dat ze u bijna moest overhalen om door te spelen.
"Ik wou ophouden. Voor mij is spelen zo'n dun schilletje over mijn persoon dat, als iemand hoest... Dan kan ik zo uit mijn rol stappen. 'Hoest u rustig uit, pak een zakdoek.' Dat voelde Johanna. Ik ben niet gestopt. Ik heb een paar keer teruggehoest (schraapt theatraal de keel). En dan valt er een stilte, die heb je nog nóóit gehoord, daar kan geen toneelspelen tegenop, haha! Nee, het is de manier waarop hè? Als iemand in zijn zakdoek hoest, heb ik daar echt geen moeite mee, maar 'échh échh échh' en dat op de eerste rij!

"Er is een heel beroemd verhaal uit de grote Haagse Comedietijd: Paul Steenbergen speelde een stuk in Enschede en daar werd zo ontzettend gehoest! Ze hebben doorgespeeld, er werd geklapt, gebogen, Paul Steenbergen legt het stil en zegt: 'Dames en heren, we zijn ontzettend dankbaar voor uw applaus, maar we hebben toch het gevoel dat we u meer dan de helft van het stuk niet hebben kunnen mee­geven, want u bent té verkouden. We doen het nóg een keer!' Tot half drie 's nachts hebben ze het stuk nog een keer gespeeld. Grandioos."

De Vader levert u een nominatie op voor de Louis d'Or, de hoogste toneelonderscheiding. U ontving die prijs ook in 1980, een jaar na uw broer Jules.
"Ja, zo bleef het mooi in de familie. Ik kreeg hem voor de rol van Creon in Antigone van Anouilh. Goed jaar voor het Publiekstheater, want Josée Ruiter kreeg de Theo d'Or voor de titelrol en Siem Vroom ontving de Arlecchino; drie keer in de prijzen. En dat voor een voorstelling die in september van het vorige jaar in première was gegaan, die was dus het hele seizoen bij de jury bovenaan blijven staan."

Heeft u sindsdien mindere rollen gespeeld of hebben de opeenvolgende jury's uw prestaties over het hoofd gezien?
"Wat moet ik daar nou op antwoorden, goeie vraag. Ik heb veel meer geregisseerd dan gespeeld. Maar het is weleens gebeurd dat ik dacht: nou, daar hadden ze me toch wel voor mogen nomineren. Ach, ik vind die nominatie al mooi genoeg en prachtig. Het wordt vast een dolle avond, dat Theatergala."

En dan is het mooi geweest? Uw vrouw, Agaath Witteman, wil vast dat u het wat rustiger aan doet.
"Agaath stimuleert me juist, die ziet mijn werk als levenselixer."

Heeft ze nooit gedacht: mijn carrière als regisseur staat wel erg in de schaduw van Hans?
"Nee, afgunst is ons altijd vreemd geweest. We gingen gelijk op, dat ze vier jaar artistiek leider bij Theater van het Oosten werd in Arnhem, waar ik begonnen ben, ja dat was feest hier thuis! Haar Getemde Feeks bij Persona was een eye­opener voor mij toen ik met Faust bezig was bij de Appel. Toen ze de generale van Faust zag, gaf ze meteen een analyse waar ik blind op voer. Dramaturgische fine­tuning waar ik afhankelijk van was. Dat is haar kracht. Ze zou wat vaker gevraagd moeten worden, ze kan veel betekenen voor het huidige toneel."

"En ik doe inderdaad veel. Eind oktober komt mijn nieuwe boek uit: Ik, Vondel. Een gefingeerde autobiografie van Vondel geschreven vanuit het gevoel: ik heb tien, twaalf stukken van hem geregisseerd en gespeeld, ik ken die man zoals geen Nederlander hem kan kennen."

"En volgend seizoen ga ik bij Het Nationale Theater in de Oresteia onder regie van weer Theu Boermans spelen en daarna ga ik met Elsie de Brauw en Johan Simons samenwerken. En dáárna doe ik met dezelfde mensen een project dat nog geheim moet blijven."

Ja, zo houdt het natuurlijk nooit op.
"Nee hoor, moet dat dan?"

De Vader (geproduceerd door Senf Theaterpartners i.s.m. Kik Productions), 31 augustus, 1 en 2 september, Stadsschouwburg Amsterdam, en 16 september tijdens ­Nederlands Theaterfestival aldaar.

Ik, Vondel verschijnt in oktober bij uitgeverij Cossee, €24,95.

Jeugdfoto Hans Croiset Beeld Privé

Hans Croiset

Geboren
15 oktober 1935, Amsterdam

Zoon van acteursechtpaar Max Croiset en Jeanne Verstraete. Brengt de oorlogsjaren door in Scheveningen, Ede en ­Friesland. Vanaf zijn ­zeventiende aan het toneel

1953-1961
Rotterdams Toneel

1961-1964
Nederlandse Comedie

1964-1970
Artistiek leider Toneelgroep Theater Arnhem

1971-1973
Lid van artistieke leiding Haagse Comedie

1973-1985
Oprichter Publiekstheater, in de leiding tot 1985. Krijgt in 1980 de Louis d'Or voor Beste mannelijke acteur

1985-1988
Gastregies De Appel ­Scheveningen, o.a. Faust 1&2

1988
Oprichter Nationale Toneel

1996-2005
Het Toneel Speelt

Auteur van Badhuisweg (2008), Lucifer onder de Linden (2010), Lente in Praag (2013), Ik, Vondel (verschijnt in oktober) en speelde tal van theaterrollen

Croiset heeft drie kinderen en zeven kleinkinderen, en is sinds 1962 gehuwd met Agaath Witteman.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden