Plus PS

Hallo school: mama heeft ook nog een baan hoor

Scholen gaan er iets te makkelijk vanuit dat je als ouder - lees moeder - elk moment kunt komen opdraven, merkt journalist Els Quaegebeur. Moet die uitvoering echt op dinsdagochtend?

Te veel heerst de mentaliteit dat een gezin bestaat uit twee ouders van wie een (de moeder) geen volledige baan heeft Beeld Yoko Heiligers

Woensdagochtend rond half elf, een ruime week voor het begin van de grote vakantie. Honderden vaders en moeders - in een dertig/zeventigverhouding - zwoegen met hun kleuters in bakfietsen en op fietszitjes de brug op naar het Muziekgebouw aan 't IJ. Daar zal een half uur later een van de meest overprikkelde evenementen van het jaar ­beginnen: het Zingzo eindconcert.

Onder begeleiding van een zevenkoppige band brengen de jongste leerlingen van een aantal Amsterdamse basisscholen liedjes ten gehore waar ze maanden op hebben ­geoefend. Songteksten als 'Ik ben een pizzabakker, de beste van het land, ik bak de hele dag in een pizzarestaurant' worden gepassioneerd uitgebruld in een poging boven drums en gitaren uit te komen (en dat lukt nog ook!).

Logistieke operatie
Weken van tevoren kwamen e-mails binnen over de ­logistieke operatie. 'Haal uw kind tussen kwart over tien en half elf om op tijd in het Muziekgebouw te verschijnen. Na afloop mag uw kind meteen mee naar huis. Mocht uw kind naar een buitenschoolse opvang gaan deze dag, kan het niet bij de school worden opgehaald. Geef dit tijdig door aan de instelling waar uw kind naartoe gaat.'

Je kunt het ook zo lezen: 'schrijf deze werkdag maar af, beste ouders.' Of eigenlijk: 'schrijf deze werkdag maar af, beste mamma. Maar je werkt waarschijnlijk toch niet echt heel erg veel, toch?'

De eerste keer dat ik iemand hoorde klagen over de ­omvangrijke ouderparticipatie op Nederlandse basisscholen had ik zelf nog geen kind. Een woord als ouderparticipatie was Chinees voor mij. Een Engelse vriendin, getrouwd met een Nederlander, kwam koffiedrinken op een doordeweekse ochtend.

Noodgedwongen
Moet je niet werken? vroeg ik. Dat moest wel, maar ze had noodgedwongen een vrije dag genomen. Op de school van haar zoontje zouden alle kinderen van groep 3 die dag om elf uur de titel van hun favoriete boek uitbeelden. Haar Scott had gekozen voor Green Eggs and Ham. Aanwezigheid was niet verplicht, maar als je kind een groen ei nadoet, moet je er natuurlijk staan. "Parent participation is a tad much here in Holland. You'll see," sprak ze dreigend.

Inmiddels zijn we zes jaar verder. Het reilen en zeilen van de onderbouw van het basisonderwijs is geen Chinees meer voor mij, zeker niet als het gaat om wat wordt verwacht van ouders. Luizen pluizen. Voorlezen. Helpen met oversteken.

Begeleiding van de gymles en de spelletjesmiddag. Komen kijken naar een dansje. Mee naar Artis, naar Sprookjeswonderland, naar het Mauritshuis. Komen kijken naar de generale van Zingzo en Zingzo zelf. Inspringen bij knutseluurtjes, techniekochtenden en drama.

Onprettig voor de kinderziel
Dit alles gebeurt niet alleen op onze school, ik hoor het van alle kanten van ouders met kinderen tussen de vier en de twaalf jaar.

Strikt genomen valt het komen kijken naar een voorstelling waarschijnlijk niet onder participatie. Aan de andere kant, als enige je ouders moeten missen in het publiek, is onprettig voor de kinderziel. Laten we dit dus toch maar meerekenen en als definitie aanhouden: alle schoolactiviteiten waarbij de aanwezigheid van een ouder wordt verwacht tijdens werktijd.

Begrijp me niet verkeerd. Ik vind het fantastisch en ontroerend om Kate, mijn dochter van zes, te zien optreden als een lancerende raket in balletvorm of om haar een ballad over een dode haan in het kippenhok te horen zingen.

Ik vind het ook lollig om een middag scheidsrechter te zijn bij het touwtrekken. En over luizen en hun hardnekkige eieren kun je me echt alles vragen.

Naar school rennen
Ik doe mee met een heleboel dingen, van harte zelfs, ook omdat ik weet hoe leuk Kate het vindt, maar toch denk ik geregeld: dit zou anders moeten. En dan heb ik maar één kind, als kleine zelfstandige die haar eigen tijd kan indelen. Wat als je drie kinderen in het basisonderwijs hebt, plus een baan bij een bedrijf waar je graag verder wilt ­komen?

Waar ik me aan erger, is het gemak waarmee er vanuit wordt gegaan dat je komt opdraven. Dat er nooit over ons werk wordt gerept in berichten waarin hulp wordt gevraagd.

Dat is niet een bepaalde juf, meester of school aan te rekenen. Er heerst hier in het algemeen nog te veel de mentaliteit dat een Nederlands gezin bestaat uit twee ouders van wie eentje (lees: de moeder) geen volledige baan heeft. Of iets voor zichzelf doet wat ze elk moment uit haar handen kan laten vallen om naar school te rennen.

Natuurlijk zijn Nederlandse vrouwen daar zelf bij: er wordt door zzp'ers heel wat gehotpilatest, koffie verkeerd gedronken en door de Negen Straatjes gedrenteld tijdens uren waarop vrouwen in vergelijkbare landen echt aan het werk zijn. Net als hun man. Net als de juf.

Schuldgevoel
Als de helft van de moeders de kinderen naar school brengt in een yogabroek, is het begrijpelijk dat bij scholen de indruk blijft bestaan dat er nog wel activiteiten bij kunnen. Misschien is het ook wel zo dat vrouwen niet ­alleen graag ouderparticiperen uit verantwoordelijkheidsbesef jegens kind en school, maar ook om een schuldgevoel te sussen: het is een kans om iets nuttigs te doen.

En ouderparticipatie is ook nuttig. De Turkse moeder van een vriendje van Kate, die vijftig uur per week werkt bij een bank met een streng aanwezigheidsbeleid, zei laatst: "In Turkije zijn kinderen de hele dag op school en hoef je als ouder niets te doen, zelfs geen lunch mee te ­geven want ook dat is geregeld. Dat is het andere uiterste. Niet voor niets behoren Nederlandse kinderen tot de gelukkigste ter wereld. Ze zien hun vader en moeder vaak."

Scholen hebben ouders ook nodig. Er is te weinig geld en leerkrachten doen al zo veel buiten hun onderwijstaken. Dat vraagt terecht om hulp. Hillary Clinton hield eens een mooie speech over het 'It takes a village to raise a child'-principe. Er is een dorp nodig om een kind groot te brengen. Ik denk dat dit waar is, en goed. Het doet een beroep op saamhorigheid, hulpvaardigheid, geduld.

Opvoedmachine
Maar voor ieder in het dorp zitten er grenzen aan. Scholen mogen van ouders/verzorgers verwachten dat leerlingen in de klas verschijnen met voldoende kennis van fatsoensregels: iemand aankijken als je een hand geeft, niet overal doorheen gillen en het een klasgenootje gunnen als die een euro van de tandenfee onder zijn kussen vond.

Van een school verwacht ik dat hij meegaat met zijn tijd, dat erover wordt nagedacht dat ouders 'uitnodigen' voor 28 uit te beelden boekentitels niet handig is op dinsdagochtend tien uur. Half negen of het einde van de middag is al een beter moment.

Wellicht kunnen stagiaires een grotere rol vervullen bij uitjes. Kijk in elk geval niet afkeurend naar iemand die bij wijze van ouderparticipatie altijd de oppas stuurt. Zoals een Franse expatmoeder met een fulltime baan zei: "Iek wiel best lauzen plauzen, maar iek krijk het niet kerekeld.'

Ik wil op school niet alleen gezien worden als een moeder. Net zoals wij juffen en meesters niet mogen behandelen als opvoed- en onderwijsmachines die verder geen leven hebben. Natuurlijk is het zelfvertrouwen en levensgeluk van kinderen erbij gebaat als je een keer meegaat op schoolreis. Even zo belangrijk is echter deze boodschap: je wordt nooit de beste pizzabakker van het land als je niet leert wat hard werken is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden