PlusReportage

GVB pakt drukte tram 26 aan met gekoppelde voertuigen

In normale tijden zit tram 26 regelmatig tjokvol. Meer trams inzetten is geen optie, maar langere trams wel. Het GVB doet nu testritten met gekoppelde voertuigen.

Een tram met twee gekoppelde voertuigen achter CS tijdens een testrit op het traject van lijn 26. Beeld Marc Driessen

Het is een enorme sliert die je achter je aan lijkt te zeulen. Zestig meter tram. Met nog een metertje extra vanwege de koppeling tussen de twee voertuigen. Bij het eindpunt aan de achterkant van CS is de bestuurder de bocht van achttien meter al door, terwijl de laatste passagiers er nog aan moeten beginnen. Als hier een beetje te veel gas, pardon stroom, wordt gegeven, voel je dat achterin zo ongeveer dubbel.

Toch is dat precies wat instructeur Nordin Harrando de bestuurder die deze ochtend les krijgt in het rijden met gekoppelde voertuigen laat doen: net een beetje te hard de bocht door. Voorin is dat geen enkel probleem, maar als we even later met twee andere bestuurders achterin in het tweede voertuig zitten en helemaal voorin de 26 door de bocht wordt gejast, blijkt dat je je hier goed moet vasthouden. Harrando: “Als bestuurder heb je er niet altijd erg in, daarom laat ik ze ervaren dat dat met zo’n lange tram best onprettig kan zijn.”

Paul Koert, unitmanager van het GVB ziet het allemaal met tevredenheid aan. “Hoe langer het voertuig hoe groter de zwiep die de reizigers achterin maken.”

Ze zijn er al een paar weken mee bezig: tests met twee aan elkaar gehangen trams. Op het traject van lijn 26, die ingewikkelde tramlijn waarover zo veel wordt geklaagd. Wegens uitval op het storingsgevoelige traject, maar ook omdat de trams hier tijdens de spits vaak tjokvol zitten.

Doorstroming

Meer trams op dit traject laten rijden is nauwelijks een optie, vijftien in een uur lijkt wel zo’n beetje het maximaal haalbare. Openbaar vervoer krijgt namelijk prioriteit bij kruisingen en stoplichten: als er nog dichter op elkaar wordt gereden, komt de doorstroming van het overige verkeer in de knel en bestaat de kans dat het stil komt te staan tot aan de afrit van de A10.

En als er dus niet méér trams kunnen rijden, moet de capaciteit maar worden opgevoerd. Het streven is dat het in augustus zo ver zou moeten kunnen zijn: twee gekoppelde trams. Niet dertig meter lang, maar zestig waardoor de capaciteit verdubbelt (zie kader).

Er komt meer bij kijken dan veel mensen denken, zegt Koert, juist omdat optrekken en afremmen bij gekoppelde trams met net zo veel gemak gaat als met enkele. Koert: “Elk voertuig rijdt op eigen kracht, het wordt nu alleen bediend door één bestuurder. Als het moet kunnen we vijf trams aan elkaar hangen, dan gaat het ook nog prima.”

Halverwege de rit naar IJburg laat Harrando de bestuurder een noodstop maken. Om ze niet al te zeer te verrassen zijn de meerijdende bestuur­ders achterin kort daarvoor via een portofoon op de hoogte gebracht. Met een klap komt de tram op de IJburglaan tot stilstand. Schokkerig zoals dat bij een noodstop gaat, maar niet anders dan een plotselinge stop met een enkel voertuig.

Als de tram straks gaat rijden, betekent dat niet automatisch de inzet van meer mankracht, zegt Koert. “Er is één bestuurder, maar ook één conducteur: in het voorste rijtuig zal de balie onbezet blijven.”

Aanpassingen

Behalve op lijn 26 gaan de dubbele trams straks ook rijden op de Amstelveenlijn. Toch is gekoppeld rijden volgens Koert geen oplossing voor volle trams op andere trajecten. “We hebben hier wel allerlei aanpassingen moeten doen, aan haltes, verkeerslichten en het opstelterrein van lijn 26 op Zeeburgereiland. Daarnaast was er bij de aanleg van deze lijn al over nagedacht. Zo’n lange tram ook inzetten op plekken waar je wat minder ruimte hebt, is niet echt een mogelijkheid. Het lijkt me niet verstandig om met zestig meter tram door bijvoorbeeld de Leidsestraat te gaan rijden.”

Beeld Laura van Der Bijl

Kleinere capaciteit

De inzet van gekoppelde trams op het gecompliceerde traject tussen IJburg en CS leek een oplossing te gaan bieden voor overvolle voertuigen in de spits. Maar het wenkende perspectief van méér mensen comfortabeler vervoeren heeft door de coronacrisis een flinke knauw gekregen. Veertig reizigers per tram is het nieuwe maximum, alleen dan kan iedereen 1,5 meter afstand van elkaar houden.

Unitmanager Paul Koert van het GVB: “Er passen 184 mensen in een tram, maar voor ons gold al dat ie vol was bij 120 reizigers. Dat betekent dus dat we nu op drukke momenten nog maar een derde van onze capaciteit kunnen benutten. Hoe we daarmee omgaan, zijn we nog aan het uitzoeken.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden