Grote Zaal Concertgebouw is de muziekkamer van God

Mano Bouzamour (1991) publiceerde eind 2013 zijn debuutroman De Belofte van Pisa. De film-, theater- en hoorspelrechten van het boek werden verkocht, en ook verschijnt de roman in 2016 in het Duits. Elke zondag lees je hier zijn column uit Het Parool.

Mano Bouzamour. Beeld Floris Lok
Mano Bouzamour.Beeld Floris Lok

Zaterdag was ik op één van de mooiste plekken van Amsterdam. In het Concertgebouw speelden twee pianisten op twee vleugels schitterende stukken van Ludovico Einaudi en Arvo Pärt. Het was een bijzonder concert: men mocht ligmatjes meenemen en midden in de Grote Zaal liggen terwijl een lichtspektakel op het prachtige plafond werd geprojecteerd. Op de maat van de muziek vloeiden de kleuren in elkaar over.

Ik lag niet op een mat. Ik zat op een stoel op het balkon, de ellebogen rustend op de zachte fluweelrode leuning, zodat ik goed zicht had op de zwierig spelende vingers van de pianisten. Naar spelende pianisten kan ik urenlang kijken, anders dan operazangers. Het aanzicht van vreemd vormende gezichten tijdens het zingen vind ik behoorlijk storend en staat in schril contrast met het mooie gezang.
Maar goed.

De laatste keer dat ik er was, was toevallig ook bij een ligconcert, maar dan van Simeon ten Holts Canto Ostinato - het meest heilzame stuk ooit geschreven. Einaudi en Ten Holt zijn de meesters van de minimalistische muziek.

Elke keer wanneer ik de Grote Zaal betreed, heb ik dezelfde gedachte als de eerste keer: mijn hemel, dít is een exacte blauwdruk van de muziekkamer van God.

Ik was zestien toen ik voor het eerst voet zette in het Concertgebouw. Een bevriende klasgenoot vroeg of ik mee wilde naar een pianoconcert van Chopin, uitgevoerd door één of andere briljante Rus wiens ingewikkelde naam mij even ontschoten is. De vader van de bevriende klasgenoot, meester van het cabaret en de column, had kaartjes gekocht, maar was vergeten dat hij die avond Carré voor de duizendste keer ondersteboven moest halen. Ik stemde in.

Ik moest in de namiddag wel eerst een uurtje kickboksen in de gymzaal van buurthuis Cinetol in de Tolstraat. Daar kregen we namelijk een tijd lang les van een legendarische K1-vechter: Badr Hari. Dat deed hij niet voor de lol, hij voerde een taakstraf uit. Tijdens de training was zijn Pradatas met daarin zijn portemonnee en een Rolex uit zijn BMW 5-serie gejat. Iemand had een ruitje ingetikt en was hem gesmeerd. Hari werd zo kwaad dat hij tijdens een tyfusteringtirade een andere ruit van zijn sportauto aan diggelen sloeg.

Een half uurtje later zat ik op het balkon in het Concertgebouw. Heel verwonderlijk en vrolijk om me heen starend. We zaten een rij achter de zitplaatsen waarop de koninklijke familie meestal zat. Maar die stoelen waren leeg. Vlak voor het begin van het concert stapten we zo nonchalant mogelijk over de stoelen en nestelden we onze konten erin. Vanaf dat moment was ik verkocht.

Ik raad zo'n zomerconcert ten zeerste aan. In plaats van een zaterdagavond zuipen en zinloos gezever, eventjes fijn wegdromen terwijl je jezelf cultureel opvoedt.

Dat is vele malen beter voor het gemoed.

Wilt u reageren op dit artikel? Dat kan. Scroll een beetje naar beneden om een reactie te plaatsen of stuur een mail.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden