Plus Klapstoel

Gregory Sedoc: 'De WK atletiek analyseren is één groot feest'

Gregory Sedoc (1981) is politieagent, sportcommentator en voormalig hordeloper. Donderdag staat hij in de finale van het tv-programma Expeditie Robinson.

Gregory Sedoc met de klapstoel Beeld Harmen de Jong

Amsterdam
"Ik voel me nog steeds Amsterdammer. Dat zal ik mijn hele leven blijven. Mijn atletiekclub is AAC, mijn vrienden wonen er, ik kom er nog heel vaak. Buitenveldert is mijn thuis. Ik herken het er bijna niet meer terug. Vroeger was het een dorp. Wat nu de Zuidas is, was bebost. Nu wonen er veel expats; mensen die te veel geld hebben gaan in Buitenveldert wonen."

"Mijn moeder zat in de zorg, mijn vader werkte voor een glasmerk. Het was een sportfamilie. Iedereen deed aan atletiek: mijn ouders, mijn oudere broers. Alleen mijn jongere broer niet, die voetbalde. Dat was ook leuk, hij ging heel vroeg naar Ajax. Later is hij profvoetballer geworden in Groningen."

"Het draaide allemaal om sport. Tekenfilms interesseerden mij niet, strips las ik niet. Ik doe aan veel spelprogramma's bewust niet mee, omdat ik heel veel niet weet. Als je me vraagt: wat was Aladdin? Dan weet ik dat niet. Nog steeds niet."

7,52
"Mijn Nederlands record hordelopen. Met maximale snelheid over een horde gaan, dat is kicken. Het gaat hard hoor. Die horde is wat het leuk maakt, anders sprint je alleen maar."

"Ik wilde geen hordeloper worden, ik wilde verspringer worden. Mijn helden waren Carl Lewis en Dan O'Brien, een meerkamper. Zoals mensen nu willen sprinten omdat Dafne Schippers of Usain Bolt goed is. Maar ik kreeg te veel last van mijn enkels. Je moet op een heel hoge snelheid kunnen afzetten. Dat is heel belastend voor je enkel. Dat moet je kunnen."

Expeditie Robinson
"Als ik de uitzendingen nu bekijk, denk ik vooral: wat ben ik mager. Je onderschat hoe zwaar het is. De verveling is killing. Dat zeggen ze ook bij het startgesprek: de verveling kun je twee dagen hebben, daarna wordt dat heel, heel zwaar. Je ligt en wacht."

"We hebben ook wel spelletjes gedaan, met Jody Bernal en de an­deren, maar je bent zo moe. En je wilt geen energie verspillen, want je weet niet wat er gaat gebeuren: er kan opeens een boot komen en dan moet je een proef doen."

"De uitzendingen zijn soms wel heel dom geknipt en geplakt. Bij een proef moest je water meenemen in een koker met twee open zijkanten. Dat was lastig, maar het fragment is zo gemonteerd dat het net lijkt alsof ik niet wist dat er twee gaten in zaten. Terwijl: voor je een spel gaat doen, krijg je een uur uitleg. Je kunt zelfs even oefenen. Ik snap het wel, ze knippen en plakken voor leuke televisie, maar het ziet er heel dom uit. Ik krijg daar dus duizenden berichten over, dat is echt niet cool."

Toine van Peperstraten
"De eerste die eruit moest. Ik ken Toine heel goed. Het was heel vervelend om hem eruit te moeten stemmen, maar hij was niet te redden. Ze gingen op Toine. Weet je wat het is: je moet meegaan met de groep, anders ben jij de volgende die eruit ligt."

"We hebben elkaar later weer gesproken, we zijn helemaal oké. Ik ben zo ver gekomen omdat je het spel moet spelen - ik heb pas op het laatst proeven gewonnen, toen het ertoe deed. Bij de halve finale moest ik een zitproef doen ­tegen Dominique. Dat ging lekker, dus toen was ik de eerste finalist."

"Ik vrees Dominique het meest als tegenstander. Zij is allround, heel sterk en kan goed puzzelen."

Schilderswijk
"Wat een geweldige wijk om te werken. Ik werk er nu een jaar als hoofdagent. Dat is gewoon een rang, ik kan verder niet te veel zeggen over wat ik precies doe. Mijn bureau zit bij de Haagse markt. Ik vind het er heel gezellig. Je hoeft nooit lunch mee te nemen, want je hebt er duizenden eettentjes. Fantastisch."

"Hiervoor zat ik bij de politie in Leidschendam-Voorburg. ­Nederlandse mensen: zedendingetjes, huiselijk geweld. In de Schilderswijk is de criminaliteit anders. Je hebt eergerelateerd geweld, schietpartijen, steekpartijen - heel andere problematiek. Het is heftiger en meer."

Dafne Schippers
"Wereldatlete, schat van een meid. Ik ken haar goed. Ze is 11 jaar jonger, maar we trainden met elkaar op Papendal. In 2012 zijn we nog samen naar de Olympische Spelen geweest. Zij was bij de junioren al fenomenaal. Zij gaat niet kapot. Als je die motor zo hard intrapt, gaat er een keer iets stuk. Bij haar niet. Dat maakt haar zo goed."

Analist
"Voor de Fanny Blankers-Koen Games van 2015 was ik geblesseerd. Toen vroeg de NOS of ik, als ik toch niet meedeed, met Dione de Graaff het commentaar wilde doen. Dat sloeg zo aan dat ik ook de WK atletiek mocht analyseren. Voor mij was dat één groot feest, want ik kon alles zien. Thuis lukt dat nooit, daar is veel te veel ­afleiding."

"Ik spreek die gasten die nu lopen nog heel vaak. Dat houdt natuurlijk een keer op; straks is er een hele generatie sporters die ik niet meer ken. Daarom probeer ik betrokken te blijven. Commentaar geven is voor mij makkelijker ­omdat ik dingen weet: wie waar traint, met wie het goed gaat, wie wat probleempjes heeft."

"Het is daardoor ook wel lastig om kritisch te zijn, maar ze kennen mij, ze kennen mijn rol, ze ­weten dat het niet persoonlijk is. Ik beoordeel alleen de prestatie, wat ik zie."

Kamp Holland
"Afghanistan. De eerste keer dat ik daar was, was in 2009, op werkbezoek in Uruzgan. Ik zat in de topsportselectie van Defensie en ging in die rol de troepen ondersteunen."

"De raketaanvallen zijn me het meest bijgebleven. In de bergen worden raketten afgeschoten, op goed geluk, en die belanden dan in het kamp. Er zijn gewonden gevallen en één dode. Dat was heel naar - maar je bent in oorlogs­gebied, je weet dat er iets kan gebeuren."

Punt Vijftig
"Een van de mooiste wapens. Met een Punt Vijftig kun je van een kilometer afstand nauwkeurig schieten. Richtpunt is trefpunt. Je knalt er voertuigen mee kapot. Grof geschut. Je mag er niet mee op mensen schieten, dat zijn de rules of engagement. Als je met een Punt Vijftig op mensen schiet... Daar blijft niets van over."

"Het was heel gaaf om mee te schieten. Ik heb op een oefenterrein 200 patronen leeggeschoten in een halve minuut."

God
"Ik bid elke dag, meer keren per dag. Voor het slapen, voor het eten, als ik me niet lekker voel. Het geeft me kracht, steun, vertrouwen. Als ik die kleine naar bed breng, bid ik hardop voor hem. Dan bedanken we God, en zeggen we dat de engeltjes over hem waken. Ga nu maar lekker slapen."

Restaurant
"Ik zou het liefste een eigen restaurant hebben voor ontbijt en lunch. In Den Haag, ik ben duidelijk Amsterdam uit. Ik vind het heel pijnlijk om te zeggen, maar Den Haag is echt heel erg leuk om te eten."

"Ik heb twee lievelingssandwiches. Pastrami met een mosterdsausje, klein beetje veldsla, pijnboompitje. Zongedroogd tomaatje, getoast op boerenbrood. Daar ben ik dol op. Begrijp me goed: vis is mijn lievelingsproteïne, maar op een broodje eet ik het liefst vlees. Getoast met piripirisaus, klein beetje sla. Op lekker boerenbrood. Lekker vers brood."

Gele hesjes
"Die mensen demonstreren ook in Den Haag. Ik snap niet waar nu opeens die onvrede vandaan komt. Belastingverhoging is van alle tijden, en kritiek op Mark Rutte ook. Waar maken ze zich dan nu opeens zo druk om?"

Schorsing
"Mijn grootste dieptepunt. Ik vind die schorsing nog steeds onterecht. Ik had in 2011 een paar keer niet goed ingevuld waar ik was op het moment dat ik gecontroleerd kon worden op dopinggebruik. Drie keer een missed test: een jaar schorsing. Dat betekent een jaar geen wedstrijden, niet met je coach kunnen trainen."

"Je kunt eigenlijk helemaal niks. Ik heb vier maanden niets gedaan, op de bank gelegen. Toen heb ik mijn spullen gepakt en ben ik naar Amerika gegaan en heb ik als een beest getraind."

Londen 2012
"Mijn mooiste Olympische Spelen. Het was zo groots. Mijn broers waren er en atletiek in Engeland is sowieso het mooist. Ik viel uit in de halve finale, spierscheurtje. Ik was juist heel goed in vorm, ik had de finale wel kunnen halen - dan is het extra pijnlijk om het niet te kunnen laten zien."

"Na de Olympische Spelen was het op. Klaar. Die vier jaar topsport daarna waren niet de bes­te van mijn leven. Nu doe ik niks. Heel soms train ik tien minuutjes. Ik ben te druk, kan het zelf ook niet echt opbrengen. Mijn lichaam is op, ik heb het laatste restje dat er nog in zat als topsporter eruit geperst."

Zoetermeer
"Mijn vrouw is de reden dat ik in Zoetermeer woon. Anders was ik hier nooit van mijn leven gekomen. In mijn wijk wonen allemaal tweeverdieners, de hele straat is overdag leeg. Heel leuke mensen, leuke buren. Het is heel rustig. Een slaapstad? Voor de politie Haaglanden is dit het drukste district."

Anne-Marie Grijzenhout
"Van Café Nol? Ik ken haar niet, ik kom nooit in cafés. Ik drink ook eigenlijk geen alcohol. Een glas wijn bij het eten, maar zeker niet elke week, en heel soms een glas port."

Finale Expeditie Robinson: donderdag 20 december. Live in de Ziggo Dome en op RTL 5, 20.30 uur

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden