Max Pam en Paul Brill.Beeld Artur Krynicki

Gouden tijden voor ­waarzeggers, piskijkers en Lidewij Edelkoorten

PlusOm de wereld

Eén kwestie, twee visies: de Amsterdamse blik en een mondiale kijk op de actualiteit. Deze week: alles moet anders.

Van voor af aan

Alles moest anders. Onder die pregnante titel verscheen in 1991 een bundel waarin voor­malige activisten terugblikten op de soms sympathieke, maar merendeels groteske omwen­telingsideeën waarvoor ze in de jaren zestig en zeventig hadden geijverd. Tot die ex-hemel­bestormers behoorden Andrée van Es, Elsbeth Etty en Max van Weezel.

Zo’n gevoel dat het leven helemaal anders moet worden ingericht, zie je ook weer opbor­relen in deze coronacrisis. En het hult zich vaak in dezelfde apodictische bewoordingen die een halve eeuw geleden courant waren: als we het niet radicaal over een andere boeg gooien, dan gaat de wereld naar de ratsmodee. “Misschien moeten we weer van voor af aan beginnen, zoals bij de wederopbouw na de oorlog,” verkondigde schrijver Ilja Leonard Pfeijffer vanuit zijn woonplaats Genua.

Uiteraard zou het goed zijn als een aantal ­aperte misstanden wordt aangepakt en wie weet, werkt de coronacrisis daarbij als vliegwiel. Dat je voor 20 euro naar Barcelona kon vliegen was altijd al belachelijk; nu is er een extra motief om paal en perk te stellen aan dergelijke stunt­praktijken. Het is echter een illusie te denken dat mensen nu reikhalzend uitzien naar een totaal ander levenspatroon.

Vergelijkingen met een oorlog zijn sowieso misplaatst. De coronacrisis stelt ontegenzeglijk het geduld en de saamhorigheid op de proef, maar er marcheren geen soldaten in de straten, er worden geen razzia’s gehouden, er zijn geen bombardementen en er is geen voedseltekort. De infrastructuur is niet verwoest, de economie moet alleen weer op hogere toeren gaan draaien.

Zelfs na WOII werd er niet ‘van voor af aan’ begonnen. Nederlanders verlangden vooral naar normaliteit. In menig opzicht was er sprake van restauratie. ‘Meer dan op vernieuwing richtte men zich op herstel,’ zo typeerde historicus Jan Romein de naoorlogse periode. Het nieuwe ­politieke bestel dat koningin Wilhelmina voor ogen stond, bleef (gelukkig) een hersenschim.

Hoe zeer institutionele continuïteit telt in een crisissituatie, zagen we afgelopen week in Groot-Brittannië. Terwijl het sterftecijfer gevaarlijk opliep, moest het land het ineens zonder de ­politieke regie van zijn premier doen: Boris Johnson verhuisde in allerijl naar het ziekenhuis. Tegelijk werd houvast geboden door twee andere sleutelfiguren in het Britse bestel.

De Queen hield een afgewogen tv-toespraak, waarmee ze aangaf nog steeds te weten wanneer en hoe ze er moet zijn. Tweede opluchting in bange dagen: de nieuwe Labouraanvoerder Keir Starmer brak ostentatief met de sektarische eenkennigheid van zijn voorganger en liet daarmee zien dat het land weer een oppositieleider heeft die vertrouwd kan worden met de macht. Een restauratie die een geweldige vooruitgang is.

Paul Brill

Vruchtbare bodem

Het zijn gouden tijden voor ­futurologen, toekomstvoorspellers, trendforecasters, waarzeggers, piskijkers en Lidewij Edelkoorten. En voor filosofen als Marli Huijer, die ons tot vervelens toe komt vertellen dat de dood bij het leven hoort en dat wij ons daar maar beter op kunnen voorbereiden. In onzekere tijden ­willen mensen graag horen welke kant het opgaat en of wij nu echt terechtkomen in een ‘1,5 metersamenleving’. Nederlanders houden van dominees en donderpreken – wat dat betreft viel het coronavirus op vruchtbare bodem.

Het geruststellende van al die vergezichten is dat 99 procent ervan geen werkelijkheid wordt. Niet: alles moet anders. Wel: alles gaat altijd anders. Dat is een waarheid als een koe en het grappige is dat wij daar als individu nauwelijks invloed op hebben. Slechts een enkeling heeft de geschiedenis veranderd, en dan nog kun je je afvragen hoe bewust hij (of zij) dat heeft gedaan.

In tijden van onzekerheid wordt ook altijd het verlangen uitgesproken dat iemand de leiding neemt. Daarom hoeft premier Rutte maar een toespraak te houden of zijn populariteit gaat met sprongen omhoog. Toch is het zeer de vraag of hij andere keuzen had kunnen maken met een ander – een veel beter – resultaat.

Niet wat Mark Rutte doet of wat Marli Huijer ervan vindt, is uiteindelijk bepalend voor onze toekomstige manier van leven, maar het antwoord op de vraag of een serum tegen het coronavirus wordt gevonden. Het zijn de onderzoekers en de ingenieurs die hier de oplossing moeten bieden. Mochten zij erin slagen een serum te ontwikkelen dat je immuun maakt, zoals bij ­pokken of polio, dan zal het leven snel zijn oude gang hernemen. Die zoektocht kan wel even duren, het is dus vooral een kwestie van geduld. Het doemscenario is dat zo’n serum niet wordt gevonden, maar mij lijkt dat vooralsnog onwaarschijnlijk. Wel zie ik in mijn glazen bol een lange strijd tussen de wetenschap en het virus, dat een draak lijkt te zijn met vele koppen. Die moeten er allemaal af.

“Yes, we can!”

Ik herinner me dat Henk Hofland en Renate Rubinstein ooit een polemiek hebben uitgevochten over de vraag of na WOII alles was veranderd of juist niet. Hofland wees erop dat de politieke verhoudingen na de oorlog gewoon werden hersteld, terwijl Rubinstein beweerde dat die een andere invulling hadden gekregen. Ze hadden natuurlijk allebei gelijk.

Overigens geloof ik dat het niets wordt met die 1,5 metersamenleving. De mens is een seksueel wezen dat behoefte heeft aan lichamelijk contact. Zelfs met een pot viagrapillen kun je die afstand niet overbruggen.

Max Pam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden