Goldstein speelt op safe in Stedelijk

De tekstinstallatie van Barbara Kruger, een oude bekende van directeur Ann Goldstein. Foto ANP Beeld ANP
De tekstinstallatie van Barbara Kruger, een oude bekende van directeur Ann Goldstein. Foto ANPBeeld ANP

AMSTERDAM - Zaterdag opent Temporary Stedelijk, met de eerste exposities in de gerenoveerde oudbouw van het Stedelijk Museum. Directeur Ann Goldstein maakt een schoorvoetend debuut.

Route langs 18 hoeken, heet een kunstwerk dat Willem de Rooij in 1993 maakte. Hij fotografeerde alle hoeken van zes aaneengesloten zalen in het Stedelijk. Het kan gezien worden als een eerste, voorzichtige positiebepaling van een jonge, ambitieuze kunstenaar, toen nog student aan de Rietveld Academie, ten opzichte van het grote Stedelijk Museum.

Nu is het werk daadwerkelijk in dat museum te zien. Dat wil zeggen: op foto's in een folder waarmee de bezoeker de hoeken kan opzoeken en vergelijken met het origineel. Dat blijkt niet mee te vallen, want door de renovatie zijn de hoeken stuk voor stuk onherkenbaar veranderd.

De speurtocht van De Rooij - die eigenlijk plaatsvindt in zes volkomen lege zalen - is onderdeel van Taking Place, de eerste tentoonstelling van directeur Ann Goldstein.

Sinds haar aantreden op 1 januari groeide de directeur uit tot een zwijgende sfinx die geen interviews gaf, haar visie op het museum geheimhield en vastbesloten was de collectie veilig opgeborgen in het depot te houden tot de definitieve heropening, dus mét de nieuwbouw van Benthem Crouwel.

Het gebouw gaat nu toch open, met veel zalen die bewust leeg gelaten zijn. Taking Place is bedoeld als een hernieuwde kennismaking en daarom zijn veel ruimtes nog niet gevuld, aldus Goldstein.

Om met het gebouw te beginnen; het is een feest van herkenning, hoewel vrijwel alles subtiel is veranderd. Het krakerige visgraatparket zoals vastgelegd door Willem de Rooij heeft plaatsgemaakt voor een wat minder prominent aanwezige eiken plankenvloer. De wanden zijn wat dikker geworden en de welbekende velums zijn vervangen door exemplaren die hoger in de ruimtes zijn gemonteerd. Zo zijn de zalen een tikkeltje kleiner geworden, maar wel beduidend hoger.

En er is veel ruimte bijgekomen. De bibliotheek en het prentenkabinet zijn verdwenen en zalen die voorheen werden gebruikt als kantoor of atelier, kunnen nu gebruikt worden voor het tonen van kunst. Veel veranderingen dus, maar de sfeer van vroeger is gelukkig nog aanwezig. Met dat gebouw zit het dus wel snor, maar hoe zit het met de kunst?

Het grote gebaar
Die is, gezien het verleden van Goldstein, nogal voorspelbaar. Conservatoren en museumdirecteuren hebben de neiging om bepaalde kunstenaars te volgen en Ann Goldstein, voorheen 25 jaar werkzaam in het Museum of Contemporary Art (Moca) in LA, is daarin geen uitzondering. En dus zien we nu kunstwerken van Martin Kippenberger, Barbara Kruger, William Leavitt, Willem de Rooij, Louise Lawler en Diana Thater; kunstenaars van wie ze in het Moca tentoonstellingen organiseerde of waarover ze catalogusteksten schreef.

Dat Goldstein het grote gebaar niet schuwt, bewijst de zaalvullende installatie van Barbara Kruger. Zij heeft de erezaal voorzien van grote, zwart-witte tekstblokken met confronterende uitspraken. Maar dat is een uitzondering. Goldstein heeft een voorkeur voor conceptuele en minimalistische kunst uit de jaren 60 en 70 en voor hedendaagse kunstenaars die op deze traditie reflecteren. Dat is precies het soort kunstenaar dat we in Taking Place tegenkomen. Ger van Elk maakte een nieuwe versie van een kunstwerk dat hij in 1969 had bedacht: hij boende een driehoek op de vloer van een van de zalen. Een geraffineerde ingreep, bijna niet zichtbaar, maar een aardig commentaar op de renovatie van het gebouw.

Het is tekenend dat Van Elk, net als Jan Dibbets, vertegenwoordigd is met een vroeg, conceptueel kunstwerk en niet met een later, meer picturaal werk. Van een andere conceptuele kunstenaar, de in New York woonachtige Hans Haacke, is ook een vroege sculptuur opgenomen die recent door Goldstein is aangekocht: Condensation Cube uit 1965. Het bestaat uit een kubus van een plexiglas dat een kleine hoeveelheid water bevat. Omdat het vocht tegen de binnenwanden condenseert, kun je zeggen dat het werk niet puur autonoom is, maar dat het op een subtiele manier op zijn omgeving reageert. Daarmee is Condensation Cube een voorbode voor Haackes latere oeuvre.

Ook de jongere kunstenaars reflecteren veelal op de erfenis van de jaren zestig en zeventig. Mario Garcia Torres bijvoorbeeld, die in vijf diaprojecties laat zien hoe een groep figuranten in het kaalgestripte Stedelijk rennen, fietsen en langs de wanden liggen.

De sfeer verandert radicaal op de benedenverdieping, waar de rechtervleugel is ingericht voor de jaarlijkse tentoonstelling met Gemeentelijke Kunstaankopen.

Ook in Monumentalisme kijken de kunstenaars terug in de tijd, maar met een specifieker doel: de tentoonstelling laat zien hoe ze omgaan met het begrip nationale identiteit. Er is een grote wandschildering van Iris Kensmil over de emancipatie van slaven in Suriname, een indrukwekkende presentatie van Gert Jan Kocken over de deportatie van joden in Amsterdam en een zinsbegoochelende installatie van Job Koelewijn.

Monumentalisme is druk ingericht, en niet alles is even geweldig. Maar de expositie getuigt van meer nieuwsgierigheid en energie dan het schoorvoetende debuut van Goldstein. (KEES KEIJER)

The Temporary Stedelijk . 28 augustus tot en met 9 januari, stedelijk.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden