God

BOB FROMME

Ik weet niet hoe lang het er al is. Ik kom vaker op die plek, maar deze week zag ik het voor het eerst. Locatie: Prins Hendrikkade, vier panden verwijderd van de Nicolaaskerk, op de bovenste verdieping, boven café Hendrik VIII, het rechterraam gezien vanaf de straat. Ik wist niet wat ik zag.

Dit is het: rode neonletters achter dat raam vormen het woord besta. Maar daar blijft het niet bij. Erboven gaat het woord GOD aan en uit, ook in rood; de regel besta wordt tegelijkertijd aangevuld met -at en NIET. Je leest dus afwisselend besta en GOD bestaat NIET.

Dat is een verbluffende tekst om zomaar vanuit de tram te zien oplichten. Dat God bestaat, wordt in het stadsbeeld vaak beweerd. Elke aanwezigheid van een in gebruik zijnde kerk, synagoge of moskee beweert het. Klokgelui beweert het, net als die grote gevelreclame voor Gods woord op de hoek Elandsgracht/Lijnbaansgracht: LEES DE BIJBEL HET BOEK VOOR U. Op de Overtoom kon je heel lang lezen: ' Twijfel niet. God bestaat.' En soms hoor je mensen op straat Gods of Jezus' lof zingen en de verlossing aankondigen die Zijn of Zijn bestaan teweeg kan brengen. Ook bij de voorbijganger, op voorwaarde dat die zich op dezelfde gedachten laat brengen.

Het omgekeerde, de bewering dat God NIET bestaat, zie je eigenlijk nooit, althans niet in het stadsbeeld. Je kunt het lezen in geschrifte en misschien horen in een verborgen hoekje van de radio, maar geen gevel, omroepinstallatie, straatorkestje of Stille Omgang ontkent Zijn bestaan en heerlijkheid.

Zij die niet in God geloven, nemen eigenlijk een heel bescheiden positie in. Ze vormen geen gemeenschap, ze bestaan niet in de openbare ruimte. Ze leiden niet eens een zelfstandig bestaan in de manier waarop ze worden aangeduid. Niet-gelovigen worden alleen gedefinieerd door het ontbreken van hun geloof. Zij zijn iets NIET, terwijl zij wel degelijk iets zijn.

Ik heb al eens tevergeefs geprobeerd een woord te bedenken voor ongelovigen zonder gebruik van het begrip geloof. Zoals homo qua betekenis op hetzelfde niveau staat als hetero, zo zou je ook een term voor ongelovige moeten hebben die niet afhankelijk is van de term gelovige.

Lezers stuurden: reëlen, nuchteren, vrijdenkers, nozelen. (Nozelen werd voorgesteld door lezer Peter Berkhout, die wel van een taalgrap houdt, gezien zijn anagrammatische ondertekening Hubert Retekop.)

Het nadeel van al die termen is de ontactische suggestie van superioriteit die eruit spreekt. Maar dat is natuurlijk niets vergeleken bij de grootheidswaan van alle uitverkorenen des geloofs die hooguit meewarig naar hun gedepriveerde, godloze medemensen kijken.

Daarom was het zo'n opluchting te zien dat iemand, zij het vierhoog, hardop beweerde dat God niet bestaat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden