Column

Gijs en Wally van Hall

THEODOR HOLMAN

Wanneer ik, zoals afgelopen week, de naam 'Theo van Gogh' in een column laat vallen, gebeurt er iets merkwaardigs. Per e-mail stuurt men mij dan in gelijke mate bijval ('Goed dat je over onze Theo blijft schrijven') als afkeuring ('Walgelijk zoals jij over het lijk van je zogenaamde vriend beroemd probeert te worden.')
Vooral om die laatste reacties moet ik altijd gniffelen.

Op straat gebeurt het me ook geregeld dat ik 'beledigingen' naar m'n kop krijg. Het is nooit zeker of ik die krijg vanwege Theo of vanwege mijn in het openbaar geformuleerde standpunten inzake het geloof in het algemeen en de islam in het bijzonder. Vermoedelijk het laatste.

Ook dat glijdt langs me heen. Want eens komen jullie tot het inzicht dat ik gelijk heb.

Hoe voelt zulk inzicht? Dat kan ik sinds kort vertellen.

Ik weet dat ik als intens puberende piemel als vermeende provo demonstreerde tegen de Amsterdamse burgemeester Gijsbert van Hall, die ik een vuile kapitalistische regentenzoon uit een bankiersgeslacht vond. Toen Van Hall op tv in in huilen uitbarstte bij Mies Bouwman en even later vertrok als burgemeester, dacht ik: opgeruimd staat netjes!

Jaren later ontdekte ik dat Van Hall, samen met zijn broer Wally, een grote rol in het verzet had gespeeld. Dat ga ik nu niet uitleggen, maar neem van mij aan dat Wally en Gijs de grote financiers van het verzet waren. Wally werd verraden - een zaak waarin een Paroolkoerierster ook nog een rol heeft gespeeld. Zijn liquidatie is door het verzet vlak voor de bevrijding nog vergolden. (De bronzen boom op het Frederiksplein is het onlangs onthulde monument voor Walraven van Hall. In het Verzetsmuseum is tot april een tentoonstelling aan hem gewijd.)
De rol van Gijs van Hall was eveneens groot en groots.

Ik merk dat elke keer als ik langs dat monument fiets, ik denk: godverdomme, godverdomme, godverdomme, wat heb ik over die Gijs van Hall, ook al was ik vijftien, schandalig gedacht! Dat voelt rot. Ik weet niet hoe ik het anders moet uitdrukken. Heel rot!

Tegelijkertijd denk ik: Ooit zullen ze over ons ook zo denken en Theo en mij gelijk geven.''

Dat is een troostende gedachte, maar niet troostrijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden