Gevluchte Syrische profvoetballer: 'Ik heb geen voetbalkleren en geen maatjes'

Als keeper van het Syrisch elftal werd Tarek Karboutli op straat aangesproken als 'captain'. Nu zit hij zijn asielprocedure uit in een opvang in Zaanstad, en hoopt hij op een amateurclub. 'Maar ik heb geen geld voor een tenue.'

Tarek Karboutli hoopt op een plek bij de amateurs. 'Maar ik moet er toch mijn brood mee verdienen' Beeld Marc Driessen

Hij verkocht zijn auto, meubels en Playstation inclusief alle voetbalspelletjes. En gaf zijn geld aan smokkelaars. Een reis met auto's en boten bracht hem via Turkije op het Griekse Leros, waar hij vijf maanden een container deelde met tien lotgenoten.

Twee weken geleden werd hij met een Bulgaars identiteitsbewijs op het vliegtuig naar Amsterdam gezet.

Tarek Karboutli (30), keeper van het Syrische nationale elftal, werd 8 februari bij aankomst op Schiphol opgepakt vanwege valse papieren. Hij kon kiezen tussen de gevangenis, een vliegtuig terug of een asielprocedure.

Nu wacht hij in de asielopvang in Zaanstad, ook wel bekend als de Bajesboot, op een advocaat die hem aan een verblijfsvergunning kan helpen.

Huis gebombardeerd
Ogenschijnlijk vrolijk opent hij het hek van het voormalige detentiecentrum - sigaret in de mond, een Arabisch lied zingend. Op weg naar zijn kamer, die hij deelt met een Koerdische vluchteling, groet hij mensen die op de grond zitten of in vensterbanken met hun telefoon bezig zijn. Soepel sprint hij de trap op.

Maar als hij neerploft op zijn bed in de kale kamer, zakken zijn mondhoeken. Zijn vrouw en twee kinderen zitten al ruim twee jaar in Denemarken. Drie jaar geleden werd hun huis gebombardeerd, waardoor ze veel bezittingen verloren. Zijn vrouw vluchtte met haar ouders en kinderen naar Denemarken.

Toen Karboutli werd opgeroepen voor de dienstplicht, besloot hij zijn familie achterna te gaan en de grens over te vluchten. Maar de smokkelaars die hem naar Europa konden krijgen - 4000 euro voor het hele traject - hadden helaas alleen contacten in Amsterdam. Bij aankomst vroeg Karboutli meteen om een fiets: "Hoe ver is het fietsen naar Denemarken?" Het werd hem afgeraden.

Karboutli kwam in een jaar zonder trainen zes kilo aan, maar oogt nog zeer atletisch met zijn sportschoenen, joggingbroek en pet. Hij trekt aan zijn shirt. "Het enige wat ik heb, is de kleding die ik aanheb."

Op zijn plank ligt een netje uien. Dertig euro per week krijgt hij om van te eten, maar hij krijgt niets door zijn keel. "Misschien een appel of een sinaasappel. Maar ik ben depressief. Ik heb geen trek. Ik ben zelfs gaan roken. Mijn vrouw wil dat ik daarheen kom, maar ik weet niet hoe. Als ik papieren heb, kan ze misschien hierheen komen."

In Syrië trainde Karboutli twee keer per dag. Hij speelde bij Al Wahda, de grootste club van Damascus, en Al Shorta, dat ook in de hoogste league speelt. Hij voetbalde in het nationale jeugdteam en sinds 2011 keepte hij bij het nationale elftal, al werd de positie van eerste keeper meestal vergeven aan een alawiet - de etnische achtergrond van Bashar al-Assad.

Basisplaats door corruptie
Trots laat hij zijn Fifa-pasje zien en zijn kwalificatiepapieren voor de Azië Cup. Regelmatig werd hij op straat aangesproken als 'captain', refererend aan zijn aanvoerdersrol. Op zijn smartphone laat hij een filmpje zien van hem in een televisieprogramma en op zijn Facebookfoto's: met geblondeerde en strak gekamde haren in tenue.

Maar van het voetbal in Syrië is nu weinig over. Thuiswedstrijden worden in een buurland gespeeld, zonder publiek. Van de 35 mannen die voor Al Shorta voetbalden, is onderhand zeker twee derde gevlucht. Ook van het nationale elftal zijn zes spelers gevlucht.

"Het is een corrupte boel," zegt hij. "Als een zoon van een generaal wil voetballen op het hoogste niveau, pleegt hij een telefoontje, en het is geregeld. Zeker een handvol spelers heeft zijn positie te danken aan connecties, niet aan zijn spel. Als soenniet heb ik me echt moeten bewijzen. Vind je het gek dat de Syrische teams weinig grote successen halen in de Aziatische competitie?"

Karboutli wil graag bij een Nederlandse amateurclub voetballen. "Een andere Syriër is het ook gelukt. In een paar weken ben ik weer op mijn oude gewicht," verzekert hij. "Alleen kan ik nu niet trainen, ik heb geen voetbalkleren en geen trainingsmaatjes."

In Leros heeft hij al met een amateurteam mogen meevoetballen en werd hij zelfs gevraagd voor wedstrijden. "Dat is leuk, maar het was onbetaald. Ik moet er uiteindelijk toch mijn brood mee verdienen. Maar als het mij niet lukt, hoop ik dat mijn zoon hier een grote voetballer kan worden. Geen keeper, maar een spits. Net als Van Persie of Robben."

Deserteurs de cel in

Een dienstplichtige die Syrië verlaat zonder een adres achter te laten, is wettelijk strafbaar en riskeert twee maanden tot twee jaar gevangenisstraf en een geldboete. Bij controleposten en grensovergangen, bijvoorbeeld op de internationale vlieghaven van Damascus, worden Syriërs systematisch gecontroleerd op al dan niet vervulde dienstplicht.

President Bashar al-Assad heeft sinds het begin van het conflict in 2011 meermalen een amnestieregeling afgekondigd voor dienstplichtontduikers en deserteurs.

Deze regelingen hielden in dat ontduikers en deserteurs zich voor een bepaalde tijd straffeloos konden melden bij de militaire autoriteiten, om vervolgens hun dienstplicht te vervullen. Naar verluidt was het animo voor deze regelingen niet groot.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden