Gesink geslaagd voor Tourexamen

Archieffoto van Robert Gesink. Foto EPA Beeld
Archieffoto van Robert Gesink. Foto EPA

Het is dringen in de Rabobankploeg wie over drie weken in Monaco mag starten in de Ronde van Frankrijk. Over één wielrenner is geen twijfel: Robert Gesink. De buitenlanders Denis Mentsjov, Oscar Freire, Juan Antonio Flecha en Juan Manuel Garate waren al aangewezen, Laurens ten Dam en Robert Gesink ook.

Stef Clement, die gisteren de laatste etappe van de Dauphiné Libéré wist te winnen, is aangeschoven in de wachtkamer waarin Koos Moerenhout, Joost Posthuma en Pieter Weening al mogen duimendraaien.

Robert Gesink heeft de wachtkamer voorgoed verlaten. Hij is toegetreden tot het eerste garnituur van de Nederlandse ploeg. Dat hij op de hoogste toppen in de Alpen het beste tot zijn recht komt, stond wel vast.

Dat hij zich op het dak van Europa zou kunnen meten met de top van het peloton was tot vorige week nog een vraagteken. Het krulletje met puntje is nu een uitroepteken geworden. De Nederlander die op zijn 23ste op helse kuitenbijters als Galibier, Madeleine en Croix-de-Fer durft te stoeien met Tourfavorieten van het geletruikaliber Contador, Valverde, Evans, die mag gaan dromen van de bergtrui (laatste winnaar Steven Rooks, 1988) en zelfs de gele trui (laatste drager Erik Breukink, 1989).

Breukink weet als geen ander hoe moeilijk het is om in de Tour in de buurt van de groten te blijven, in de buurt van het podium te komen. Hij is nu ploegleider bij Rabobank en volgt, genietend en verlangend, de ontwikkelingen van Gesink van dichtbij. Voorlopig is het geduld wat hij zijn pupil moet prediken.

Zaterdag stak de 23-jarige Achterhoeker zijn teleurstelling niet onder stoelen of banken toen hij in de koninginnerit van de Dauphiné Libéré naar de Col de la Madeleine was blijven steken op de tweede plaats, maar op de slotdag was het gevoel heel anders.

In de schaduw van de strijd om de leiderstrui tussen de Spanjaard Alejandro Valverde en de Australiër Cadel Evans klom Gesink zaterdag naar de vierde plaats in het klassement. Hij finishte in de zevende etappe bergop op 41 seconden van de Franse ritwinnaar David Moncoutié als tweede.

Gesink was achter de laatst overgebleven vluchter van een groepje van vijf, op zes kilometer van de finish, in het tegen de Col de la Madeleine geplakte dorp Saint-François-Longchamp, ontsnapt uit de groep favorieten.

In de slotmeters vonden Evans en Valverde weer aansluiting bij de Nederlander, die beide toppers echter aftroefde in de sprint. Contador raakte in de strijd veertien tellen achterop. De tweede plaats leverde gemengde gevoelens op bij de bankploeg. Gesink: Ik baal dat ik de rit niet win. Ik hink op twee gedachten. Het is gewoon rot dat er eentje vooruit is, maar aan de andere kant heb ik voor mezelf het maximale er uit gehaald. Als ik die tweede plaats afzet tegen het gevoel aan het begin van de slotklim, dan is dit wel een heel goede dag. Eigenlijk zou ik heel blij moeten zijn.''

Volgens Breukink moet de jonge renner niet inzitten over dit soort dingen. ''Ik kan ook begrijpen dat hij graag een keer wint, maar als hij zo doorgaat, komt de beloning vanzelf een keer. Het belangrijkste is dat Robert een week heeft laten zien hoe constant hij in de bergen is temidden van de Tourfavorieten.''
Zo kort na het succes in de Ronde van Italië (gewonnen door Rabokopman Denis Mentsjov) en het opvallende optreden van Gesink, was er nog meer reden tot vreugde in de Nederlandse ploeg. Een ander 23-jarig talent deed ook van zich spreken: Lars Boom in de Ronde van Zwitserland, negende bij zijn debuut in een proloog bij de profs.

Zo teleurgesteld als Gesink zich toonde op de flanken van de Madeleine, zo gemakkelijk stapte Boom dezelfde dag over zijn 'tegenvallende proloog' in Zwitserland. ''Ik ging voor de top-5, het werd de negende plek.'' Waar het aan lag? ''In een proloog ligt dat vooral aan jezelf,'' zei hij met een relativerende lach.

Gesink en Boom zijn de twee grote Nederlandse talenten van Rabobank. Beiden dragen ze de verwachting van de wereldtop met zich mee. Gesink is een stuk verder dan Boom. Gesink leverde vanaf 2007 al aansprekende resultaten af in Parijs-Nice, Dauphiné Libéré en de Ronde van Spanje. Boom gaf tot dit seizoen voorrang aan het veldrijden, waarin hij wereldkampioen werd. Zwitserland is zijn eerste grote ProTourwedstrijd. ''Ik ben hier vooral benieuwd naar het rijden in de bergen en wil een goede tijdrit rijden op de laatste dag,'' zei de nationale kampioen.

Gisteren kreeg hij zijn eerste echte col voor de kiezen en belandde daarop in het tweede en laatste deel van het peloton. ''Dat is niet echt verwonderlijk,'' zei ploegleider Adri van Houwelingen. Boom kon daarmee instemmen. ''Ik zag het liever anders, maar het is gewoon een beetje wennen. Aan de aard van de cols en aan het tempo van dit peloton. Maar, geen zorgen. Het komt allemaal goed.'' (GPD)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden