Roos SchlikkerBeeld OOF VERSCHUREN

Gerrit en Sjaan uit De Jordaan bekijken hele dagen de stad

PlusRoos Schlikker

“Kijk! Daar gaan ze weer. Gerrit en Sjaan. Dat zijn ze! Ik weet het zeker.”

Ik lig op mijn rug op de stoep. Al jaren beloof ik mijn jongste ooit een kinderboek te schrijven over twee reigers die vaak op hetzelfde plekje in een Jordanees straatje staan. Een groot en een kleiner exemplaar, beiden in chic jacquet, inclusief bef en gevederde overjas. De grijze rijzige wachters. Zij die de stad de hele dag bekijken, vanuit de straat, vanaf een geparkeerde Audi, en vooral van boven. Want alleen van een afstand kun je de dingen echt goed zien.

Wat zijn we vaak langs ze gefietst, onze fantasie op hol over wat Gerrit en Sjaan zouden beleven, mijn zoon met zijn wang tegen mijn rug en zijn knuisten in de zakken van mijn jas.

Toch is het boek er nog niet. Geen tijd, geen denkruimte, geen leegte in de kop. Maar nu klinkt opgewonden naast me: “Ik zie ze momenteel zo vaak! Dat is een teken, mam. Een teken dat je eindelijk over ze moet schrijven.”

Even denk ik dat het vooral een teken is dat we nu tijd hebben om op onze rug te liggen en reigers te zien zweven, maar dat vind ik flauw. Bovendien: een teken zien is vaak een beslissing die je zelf neemt. Dus zeg ik: “Yes, dat zijn ze hoor.”

Dan hoor ik zijn bedrukte stemmetje. “Maar mam, nu met corona hebben ze helemaal niks te bekijken? De stad is leeg,”

“Nee joh!” roep ik. “De stad is juist vol. Gerrit en Sjaan zijn de enigen die het kunnen zien.” Want er zijn geen files, demonstraties of zaterdagse winkelfestijnen. Maar een enkeling doet vaak meer dan een kudde. Een vriendin van me woont tegenover een hoge flat. Gisteren hoorde ze muziek. Beneden stond een jongen met een trombone. Hij speelde Lang zal ze leven onder een keukenraam.

Nu klinkt boven me geklapwiek. Een salut van de reigers over wie ik zou schrijven. En ik begrijp: eindelijk is er tijd en ruimte. En misschien is dit precies de afstand om dingen echt goed te zien. Gerrit en Sjaan, ze zeilen over wijken. Mijn zoon en ik bedenken de wonderen die ze aantreffen. “Een lantaarnpaal van drop! Een nest puppy’s die allemaal Johan heten! Een slagroomfontein die nooit stopt!” En er is nog zo veel meer, weet ik.

De grijze wachters zien hoe we walsen door straten, een onhandige dans waarin we om elkaar heen cirkelen, bang te weinig afstand te houden. Maar in afstand schuilt nabijheid. De nabijheid van een spandoek voor het bejaardentehuis. ‘Oma Wil! Hou vol!’

De nabijheid van een bos kromme tulpen aan een deurklink. De nabijheid van de gekleurde papieren achter het raam van een kinderdagverblijf: ‘Kinderen, we missen jullie.’ Afstand is nabijheid.

En Gerrit en Sjaan scheren over ons heen. Hun veren spiegelen in de trombone van een jongen die een lied speelt onder een raam. Lang zullen ze leven.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden