Geriatrische obsessie voor een stewardelletje

Frans van Deijl: De jonge minnaar
Uitgeverij Contact, 16,95 euro

De jonge minnaar, het romandebuut van Frans van Deijl, vertelt de geschiedenis van een fatale driehoeksverhouding. Hoofdpersoon is Alexander Tempeliers, een pas afgestudeerde beleggingsadviseur. Hij huurt een kamer bij mevrouw Jurgens, een voormalige stewardess van rond de vijftig.

Terwijl de hospita nietsvermoedend de was ophangt in haar tuintje, verlustigt Alexander zich vanachter het gordijn aan haar zilvergrijze haren, haar geruite kuitbroek en haar vlezige armen. Over die armen komen we ook nog te weten 'dat het niet van dat trillende schubbenvlees was dat je vaker bij oudere mensen zag'.

Een romantische ziel is Alexander niet, dat is duidelijk. Toch is hij vastbesloten de hospita te verleiden. Eerst ontstaat een vriendschap. Hij mag haar Martine noemen. Ze nodigt hem uit voor de koffie en laat hem kennismaken met haar huisdier, een gekooide fret. Op een dag troont ze hem mee naar haar geheime plekje in de duinen. Diezelfde avond trekt zij hem - eindelijk! - met zachte, maar dwingende hand bij haar in bed.

Tot zo ver is er weinig aan de hand. Of toch wel, want het motto van De jonge minnaar - ontleend aan Nabokovs Lolita - suggereert dat in deze roman sprake is van 'beestachtige' en 'ontaarde' liefdespraktijken. En inderdaad, dat klopt wel zo ongeveer.

Aan Alexander Tempeliers is namelijk een behoorlijk steekje los. Hij zit opgesloten in zichzelf, en ook de lezer moet gissen naar zijn diepere beweegredenen. De fret van Martine roept sadistische gevoelens bij hem op - hij voelt zich bedreigd, walgt van het beest, wil het vermoorden. Het is een onvoorspelbaar mannetje, die Alexander. Maar aan de buitenkant merk je niets aan hem. Tegen het einde van de roman krijgt Martine in de gaten dat hij niet 'het droppie' is dat zij in hem zag, maar dan is het leed al geschied.

De ellende is al eerder begonnen, met de entree van een derde personage: Paul, de getrouwde minnaar van Martine. Tot woede van Alexander houdt deze platte boef haar al jaren aan het lijntje, zogenaamd omdat hij zijn gehandicapte dochter niet in de steek wil laten, maar achter haar rug vertelt hij geheel andere verhalen. Op een avond staat hij bij Alexander voor de deur met de begroeting 'Kutzwagertje!' en daarop volgt een gesprek van man tot man. Paul noemt Martine een stewardelletje en een oud vel. Ook vertrouwt hij zijn rivaal toe: ''En ze stinkt soms naar poep. Echt waar, man.''

Alexander doet intussen nauwelijks onder voor de platvloerse Paul. Hij is gefascineerd door de slappe, pokdalige huid op Martines billen. Ook haar tandvlees houdt hem bovenmatig bezig: 'Alexander snuffelde als een hondje en stelde vast dat de adem naar slaap rook, naar koorts - niets bijzonders, en hij dacht dat de maagklep naar behoren functioneerde.'

Zijn liefde voor Martine heeft nog het meeste weg van een geriatrische obsessie. Een interessant gegeven, hoe weerzinwekkend soms ook, maar het valt nog niet mee er een geloofwaardige liefdesgeschiedenis aan vast te knopen. (KARIN OVERMARS)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden