Plus

Gerard van der Lem: de perfecte rechterhand van Van Gaal

Gerard van der Lem was de rechterhand van Louis van Gaal bij Ajax in de succesvolle jaren negentig. De ras-Amsterdammers waren tegenpolen, maar juist de wrijving gaf glans aan hun samenwerking. Dinsdag verschijnt Van der Lems biografie.

Louis van Gaal loopt juichend af op hulptrainer Gerard van der Lem nadat Ajax met 3- van Gent heeft gewonnen. Beeld ANP

Op de dag dat Ajax in Estadio Santiago Bernabéu aantreedt tegen Real Madrid in de achtste finales van de Champions League ligt het boek over het (voetbal)leven van Gerard van der Lem in de schappen. Bernabéu.

Het stadion waarin Ajax een van zijn meest memorabele wedstrijden speelde in de jaren dat Louis van Gaal er als trainer en technisch directeur de scepter zwaaide en Van der Lem voortdurend trachtte de balans te bewaren tussen de veeleisende coach en de overwegend jonge talenten die als profs nog gevormd en gehard moesten worden.

Ajax won in 1995 de Champions League en zou later dat jaar in Tokyo ook de wereldbeker veroveren. Onderweg naar die wedstrijd maakte de club een tussenstop in Madrid. Op 22 november gaven de Amsterdammers in de Champions Leaguewedstrijd een galavoorstelling weg. Het werd 2-0, met een soort voetbal dat door tegenstander Real Madrid werd betiteld als 'van een andere planeet'. De Madrilenen op de tribune gaven de Ajacieden bij het verlaten van het veld een ovationeel applaus.

Een machine
Duizenden trainingsuren hadden Van Gaal en Van der Lem in dit Ajax gestopt. Een machine was het geworden. Frank Rijkaard was inmiddels gestopt, Clarence Seedorf vertrokken naar Sampdoria. En in Madrid bleef Frank de Boer aan de kant met een lichte blessure.

"We hadden een kern van maar zestien spelers," zegt Van der Lem. "Maar die jongens uit het tweede draaiden zo mee. Nordin Wooter, Martijn Reuser. Toen Edgar Davids in '94 ziek was voor de wedstrijd tegen AEK Athene speelde Tarek Oulida op zijn plek - die scoorde twee keer. Tegen Real kwam Kiki Musampa ineens in de ploeg. Dat ging allemaal probleemloos."

Van der Lem had daar een groot aandeel in. Hij was niet alleen assistent van Van Gaal, maar hij trainde en coachte ook het tweede elftal. "We hebben keihard gewerkt al die jaren. Ik analyseerde onze tegenstanders in de Champions League, dus was ik in het weekeinde geregeld in het buitenland. Maar op maandag speelde het tweede en dan moest ik gelijk weer op pad. Louis was er dan ook. Die vond: als ik Gerard vraag zeven dagen per week te werken, doe ik dat ook."

Van Gaal schreef het voorwoord voor de biografie van Van der Lem. "En Louis neemt vrijdag bij de presentatie het eerste exemplaar in ontvangst. Daar ben ik heel blij mee. We hebben negen jaar heel intensief samengewerkt, bij Ajax en Barcelona. Successen gevierd, maar ook buiten het veld veel meegemaakt. Het waren roerige jaren. Louis verloor zijn vrouw en ik raakte in korte tijd mijn ouders kwijt."

De nodige humor
Gerard van der Lem (15 november 1952) groeide op in Oost. Hij voetbalde in de jeugd voor Ajax, maar werd bij de club weggestuurd door Bobby Haarms. Van der Lem was volgens eigen zeggen niet te hanteren, had problemen met gezags­verhoudingen. Via Zeeburgia kwam de rechtsbuiten alsnog in het profvoetbal terecht: bij het kleurrijke FC Amsterdam, een team van vrijbuiters, maar ook van sterke persoonlijk­heden met een natuurlijk overwicht. Van der Lem stond plotseling met zijn jeugdidolen Jan Jongbloed en Frits Flinkevleugel op het veld.

Beeld -

Zoals hij werd opgevoed door die karakters, meedogenloos, maar ook met de nodige humor, zo probeerde Van der Lem als trainer zijn spelers te vormen. Frank Rijkaard, die na een lange carrière in 1993 terugkeerde bij Ajax en voor twee seizoenen tekende, had het na één seizoen misschien wel voor gezien gehouden als Van der Lem er niet was geweest. Rijkaard had zeker in die fase van zijn loopbaan de relativering nodig, de lichte toon. Een ander geluid dan Van Gaal voortbracht.

"Ik maakte altijd gekkigheid. Speelden die ­jongens een toernooitje en zaten Frankie, Van den Brom, Van Vossen en Bogarde in het oranje team. 'Nou, ik zie het al,' riep ik dan. 'Ik zet al mijn geld op geel.' Toen ze wonnen, stond ik erbij om het mee te vieren. Boos waren ze dan. 'Jongens, rustig, ik ben halverwege geswitcht naar oranje.' Dan moest ik echt rennen over die twee trainingsvelden van De Meer. Die hele ploeg achter me aan. Bogarde maakte een tackle en daar lag ik. Vijf van die gasten boven op me."

Het niveau van de selectie was verschrikkelijk hoog. "We hadden op enig moment meer aan de trainingen dan aan de competitiewedstrijden. Ik heb met Louis weleens met open mond naar een positiespel gekeken: zó goed, zó scherp. ­Elke bal was raak, op de millimeter nauwkeurig. We waren al heel lang trainer, maar dat hadden we nog nooit gezien."

Van Gaal was hard voor de spelers. Confron­terend. "Hij nam soms iemand apart en die zat dan bij de pakken neer. Sloeg ik een arm om die speler heen, in de kleedkamer. Vroeg ik: wat is er aan de hand? 'De trainer geeft me het gevoel dat ik er geen klote van kan.' En dan vertelde ik dat hij juist blij moest zijn dat de trainer zo met hem bezig was. Want dat betekende dat Louis het in je zag zitten. Anders stak hij er niet zo veel energie in."

Schaven en kneden
Van der Lem stond midden in de groep. Van Gaal was de bovenbaas. "Voor de spelers was de drempel om naar Louis te stappen heel hoog. Ik luisterde naar de jongens en Louis luisterde naar mij. Maar ik had een filter. Ik briefde zeker niet alles door aan Louis. Dat wist hij ook wel. Alleen als het in het belang van het elftal was of voor het teamproces."

Er was vier jaar keihard gewerkt aan de ploeg die in 1995 Europees en wereldkampioen werd, en die in Estadio Santiago Bernabéu zelfs bewondering oogstte bij de aanhang van Real ­Madrid. Die tijd krijg je nu niet meer om aan een elftal te schaven en te kneden.

Dat neemt volgens Van der Lem niet weg dat het huidige Ajax een kans heeft om dinsdag de 2-1 thuisnederlaag tegen Real goed te maken en de kwartfinales van de Champions League te bereiken. "Als Ajax dezelfde instelling en passie toont als in de thuiswedstrijd, scherp en geconcentreerd en met veel druk naar voren, waarom zou het dan niet kunnen? Real verliest in Bernabéu toch ook van Girona?"

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden