Genoemd in de Panama Papers? Ik zou daar trots op wezen

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column uit Het Parool.

Theodor Holman
Theodor Holman Beeld Wolf
Theodor HolmanBeeld Wolf

De Panama ­Papers zijn op het moment dat ik dit schrijf twee dagen oud. Vooralsnog valt de informatie me nogal tegen. Seedorf, Messi, een IJslandse minister-president die is afgetreden, wat mensen rondom Poetin die financieel stout waren... Tja.

Ik merk dat ik een hekel aan die Panama Papers krijg omdat ze gebruikt worden als morele maatstaf. Hoe vaak ik nu al niet heb gehoord: "Ja, het mag misschien wel, maar het hoort niet."

Waarom hoort het niet, als het mag? Doe er dan wat aan met je democratie... Ik hoor nu al tientallen jaren dat er iets 'gedaan' moet worden aan die vluchtroutes, maar er gebeurt niets. En ik weet wel waarom.

Ik bedoel, stel ik ben stinkend rijk, dan wil ik, zeg ik u eerlijk, heel weinig belasting betalen. Als mij dan een legale route wordt aangereikt om minder belasting af te dragen, dan zou ik daar onmiddellijk gebruik van maken. Want als stinkend rijke betaal ik al meer belasting dan wie ook. Misschien niet in percentages, maar wel in echt geld. Met mijn geld kan de overheid al meer doen dan met het geld van de gewone belastingbetaler.

Als ik honderden miljoenen zou hebben gehad, dan zou ik ongetwijfeld in die Panama Papers te vinden zijn - en ik zou daar nog trots op wezen ook.

Ik zie heus wel in dat ik voor sommige zaken belasting moet betalen (zorg, onderwijs, defensie), maar er zijn ook veel openbare werken waarvoor ik absoluut geen belasting naar onze schatkist wil overmaken, maar dat toch doe. Bijvoorbeeld: scholen op godsdienstige grondslag.

En ik betaal ook mee aan de publieke omroep. En ik betaal eveneens mee aan het salaris van Tweede Kamerleden en ministers. Dat wil ik wel, maar waarom moeten er zo veel Kamer­leden zijn? Als ik dus via wat Maagdeneilanden en Sint Maarten mijn geld naar Panama kan sluizen zodat het daar in de zon wat naar mij kan glimlachen, dan doe ik dat graag.

Men houdt van geld in de zelfde mate als waarin men het haat. Ik zeg u eerlijk: ik heb geld lief. Ik hou er minder van dan van mijn werk. De consequentie daarvan is dat ik met mijn werk niet stinkend rijk kan worden.

Dat betreur ik. Maar er schuilt een vileine oom Dagobert in mij; wedden dat die ook in u schuilt?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden