Geniet er maar van: dit is het laatste leuke WK

Ja, de stadions zijn belachelijk duur, het geld wordt oneerlijk verdeeld en het WK wordt weer één grote Fifa-poppenkast. Toch wordt dit misschien wel het laatste écht leuke WK voetbal.

Voetballers op het Ipanema-strand in Rio de Janeiro Beeld anp

Heeft u al plannen om naar Rusland te gaan over vier jaar? Of naar Qatar? Bent u al naar het reisbureau geweest voor de leukste bestemmingen in de regio Nizjni Novgorod? Wilt u in 2022 lekker met de camper naar Dubai, gezellig met de hele familie, en dan met de veerpont naar Qatar?

Het WK dat voor ons ligt, in Brazilië, wordt vermoedelijk het laatste écht leuke WK voetbal - in elk geval van de nabije toekomst. Een eindtoernooi in een schitterend, fascinerend land met een fenomenale voetbalcultuur. Een WK in één van de mooiste decors denkbaar, omarmd door hartstochtelijke voetballiefhebbers.

Niet alleen de man op straat houdt in Brazilië van voetbal. Iedere Braziliaan, van arm tot rijk en van licht tot donker, houdt van futebol. Dat is prettig voor de Fifa, zo'n immense afzetmarkt, maar zeker ook voor voetballiefhebbers. De sfeer in de stadions zal geweldig zijn, gevuld met mensen die voetbal ademen uit al hun poriën.

Thuis voor de buis zult u overweldigd worden door fenomenale beelden. Prachtige skylines en zonnige stranden, waar gevoetbald en gedanst wordt tot het donker wordt. Jongetjes en mannen die onvermoeibaar voetballen op kleurrijke pleintjes.

Gouden schip
De Fifa zal zijn boodschap lustig over u uitstorten: dat voetbal verbroedert, en dat het van iedereen is. In Brazilië geldt dat namelijk meer dan waar ook - en het bewijs daarvoor ligt letterlijk voor het oprapen. Op straat, in de kerk, in de talloze barretjes: het futebol is in Brazilië overal tastbaar, vervlochten met alle uitingen van de nationale cultuur.

Dat is niet de verdienste van de Fifa, maar de wereldvoetbalbond profiteert er gretig van. Alleen al die dik tweehonderd miljoen inwoners, allemaal dol op voetbal: beter kan de bond zijn 'official partners', van Coca-Cola tot adidas, onmogelijk bedienen.

De economie van Brazilië is in de jaren na de toewijzing van het WK in 2007 ook booming geweest. Tal van projectontwikkelaars, politici en sponsoren verdrongen zich om mee te kunnen op het gouden schip dat binnen kwam gevaren.

Honderden miljoenen werden lachend in het voetbalcircus gepompt. Was het niet prachtig dat het voetbal thuiskwam op de plek waar de sport het meest intens wordt bemind? Waren de Brazilianen niet dankbaar en blij voor al het moois dat hun geboden werd?

Nee. Dat waren ze niet.

Misbruik
Twee weken geleden nog staken demonstranten massaal WK-verzamelalbums van Panini in de fik in São Paulo. En voor de zoveelste keer gingen mensen de straat op om te protesteren tegen de Fifa en de nationale politiek. Tegen de samenzwering van bobo's en bouwmaffia, die miljarden reals in het toernooi lieten pompen.

Al bijna een jaar worden in alle grote Braziliaanse steden demonstraties gehouden. Die massale protesten zijn niet zozeer gericht tegen het voetbal, maar tegen het structureel misbruiken van het voetbal. Tegen de elite die de nationale passie gekaapt heeft om zijn zakken te vullen.

De protesten barstten vorig jaar los tijdens het toernooi om de Confederations Cup, de generale repetitie voor het WK. Ze vormden een in Brazilië zelden vertoonde uitbarsting van onvrede. Spontaan kwam het allemaal los, geholpen door sociale media, maar zonder eenduidig actieprogramma.

De woede werd breed gedragen en betrof tal van zaken. De Brazilianen kwamen in opstand tegen corruptie, maar ook tegen het gebrekkige openbaar vervoer, de beroerde ziekenhuizen en de sociale ongelijkheid. De timing was bijzonder: in bredere economische zin gaat het in Brazilië nu een stuk beter dan pakweg tien jaar geleden.

Op microniveau is er echter nog van alles mis. Brazilianen hebben schoon genoeg van Het Grote Bedrog rond het WK voetbal; van de honderden miljoenen die in hypermoderne stadions worden gestoken, terwijl ziekenhuizen op instorten staan en de prijzen voor buskaartjes explosief stijgen; van de leugens over de rug van het voetbal.

'Ze denken dat wij gek zijn,' zegt Marcio, een student bij de bushalte in Santa Teresa, de oude stadswijk op de gelijknamige heuvel in Rio de Janeiro. 'Ze denken dat wij allemaal blind zijn, omdat we toch wel van voetbal houden.'

Romario
Romario de Souza Faria, congreslid namens de socialistische partij in Brazilië, heeft zich opgeworpen als boegbeeld van de protesten, schande sprekend van de organisatie en alle schimmige geldstromen. 'De Fifa rijdt zijn circus de stad in, neemt alles in bezit en vertrekt weer met al het geld,' aldus Romario. 'Het is pure diefstal.'

De oud-spits stond lijnrecht tegenover Ronaldo, zijn oude ploegmakker bij de Seleçao, die als boegbeeld van de WK-organisatie door het land trok om de blijde boodschap te verkondigen. Romario hekelde hardop de megalomane investeringen, die volgens zijn berekeningen vele malen hoger liggen dan bij de vorige WK's in Zuid-Afrika en in Duitsland.

Brazilië heeft naar verluidt al zo'n tien miljard euro gespendeerd, vier keer meer dan Zuid-Afrika vier jaar geleden. Voor dat bedrag had het achtduizend nieuwe scholen kunnen bouwen, berekenden de socialisten van Romario.

'De Fifa boekt straks een winst van vier miljard reals (1,35 miljard euro),' foeterde Romario. 'En daarover betaalt ze geen cent belasting. Absurd. Het is niet uit te leggen.'

Toch schuilt ook in Romario de tweeslachtigheid die vrijwel elke Braziliaan voelt. Het immense land verheugt zich óók gewoon op het voetbal deze zomer.

Romario liep maanden te mopperen, maar dook vorige maand vrolijk op in een reclamespotje van een slippermerk, figurerend als voetbalfan, televisiekijkend met zijn vrienden.

Onvrede en liefde
Want hoe boos veel Brazilianen ook zijn, ze leven ook hartstochtelijk toe naar het voetbal en de verrichtingen van de Seleçao, het nationale elftal dat eindelijk de vloek van 1950 moet zien te verbreken door nu wél wereldkampioen te worden in eigen land. De onvrede over het WK en de liefde voor het voetbal: ze leven in Brazilië direct naast elkaar.

Veel actievoerders die vorig jaar de straat op gingen, droegen vaak nog gewoon hun vertrouwde voetbalshirts, de officieuze klederdracht van het Braziliaanse volk. Toen het Braziliaanse elftal op zijn eigen Confederations Cup speelde, weerklonk in alle stadions steun voor de demonstranten, veelal op de klanken van klassieke voetballiedjes.

In Brazilië vindt niemand dat raar of tegenstrijdig. Het volk ageert harts- tochtelijk tegen een megalomaan voetbaltoernooi, maar wil er óók van genieten, want het blijft wel voetbal natuurlijk.

Zodra het nationale elftal zelf speelde, was het steeds rustig op straat. De trots op de Seleçao overstijgt alles en verenigt iedereen.

Andersom spraken vrijwel alle spelers, van Neymar tot Thiago Silva, in het openbaar hun respect en waardering uit voor de demonstranten. Juist Braziliaanse voetballers kennen als geen ander de sociale ongelijkheid in het land. Het merendeel groeide op in de favela's en achterbuurten, maar maakte zich nooit los van zijn achtergrond.

'Wij begrijpen jullie en wij steunen jullie,' zei Thiago Silva, de aanvoerder van de Goddelijke Kanaries. 'Ik wil een veiliger, rechtvaardiger, gezonder en eerlijker Brazilië,' sprak Neymar op zijn beurt.

Ook kort voor en tijdens het WK zal er nog geprotesteerd worden op straat. Maar het moet wel erg raar lopen wil het voetbal straks niet overwinnen.

De tournee
De nationale ploeg van Brazilië doet tijdens het toernooi zo'n beetje alle grote steden aan, op een zorgvuldig geplande WK-tournee door het land, met het Maracanã in Rio als de gedroomde eindbestemming. Spelen in slechts twee of drie steden was geen optie voor de Seleçao, héél Brazilië moest zich kunnen laven aan de ploeg van bondscoach Luiz Felipe Scolari.

Dit wordt geen toernooi dat zich beperkt tot de stadions. In Brazilië is het WK straks zichtbaar en voelbaar op elke straathoek, in elke uithoek van het land. Al is het maar omdat Brazilianen vrijwel altijd samen kijken, bij voorkeur buiten, op gammele televisietoestellen, hangend in de duizenden barretjes. Pak een taxi in Rio de Janeiro of Salvador en je weet twee dingen zeker: de chauffeur heeft een souvenir van zijn favoriete voetbalclub aan zijn binnenspiegel hangen, en op de autoradio hoor je eindeloze, emotioneel voorgedragen voetbalanalyses.

Het cliché dat overal in Brazilië gevoetbald wordt: het is gewoon waar. Het kanariegeel met groen en blauw zal overal in het straatbeeld zichtbaar zijn, afgewisseld met de kleuren van clubs als Flamengo, Corinthians en Fluminense. De strandverkopers zeulen zich een ongeluk met namaakshirts en voetbalvlaggen.

U zult niet het monotone geluid van de vuvuzela horen, maar het gebrul, gehuil en gesmeek van de supporters op de tribune. Brazilië gaat niet het WK van de Fifa vieren, maar het ware, echte voetbal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden