Gemeente betaalt erfpachtboetes aan Joodse gedupeerden tóch terug

Amsterdam wil een fout uit het verleden rechtzetten: erfpachtboetes die aan Joodse gedupeerden uit de oorlog waren uitgedeeld, worden terugbetaald. Ook het restant op de Gemeentegiro gaat terug.

De Andreas Bonnstraat in 1940. Beeld Stadsarchief

Joodse Amsterdammers die een boete kregen omdat ze hun erfpacht niet hadden betaald gedurende de oorlogsjaren, kunnen een aanvraag doen voor terugbetaling. Ook tegoeden van de Gemeentegiro die na de Tweede Wereldoorlog niet zijn opgevraagd, worden terugbetaald aan oorlogsslachtoffers of hun nabestaanden.

In totaal heeft de gemeente een miljoen euro beschikbaar gesteld voor deze operatie. De op verzoek van de gemeente opgerichte stichting Individuele Terugbetalingen Amsterdam heeft een website gemaakt waarop Joodse Amsterdammers en hun nabestaanden vanaf vandaag het geld kunnen claimen dat de gemeente na 1945 onterecht heeft geïnd. Als ze kunnen aantonen dat ze er recht op hebben, krijgen zij het geld, plus een fikse rente, terug.

Joden die na 1945 terugkeerden uit een concentratiekamp of van hun onderduikadres werden door de gemeente verplicht om alsnog hun erfpachtcanon te voldoen. Daar bovenop kregen ze een boete. 240 mensen gingen destijds in beroep tegen de boete, waarna ongeveer de helft werd kwijtgescholden. De gemeente gaat nu, zeventig jaar na dato, ook het overige deel restitueren. Omgerekend naar de waarde van nu, die ongeveer dertig keer de waarde is van het bedrag in 1945, komt dit neer op 1875 euro per dossier.

Van de mensen die in beroep gingen zijn de namen achterhaald, wat de teruggave aanzienlijk vergemakkelijkt. Daarnaast zijn er mensen die geen bezwaar maakten tegen de boete. Als zij, of hun nabestaanden, kunnen aantonen dat zij onterecht geld hebben betaald aan de gemeente, krijgen ook zij geld terug. Voor deze groepen is elk zo'n 4 ton uitgetrokken. Het deel dat niet wordt opgevraagd, wordt aan Joodse organisaties overgemaakt.

Kwartjes en dubbeltjes
Na grondig speurwerk is tevens boven water gekomen welke Amsterdammers in de oorlogsjaren een Girorekening hadden die na verloop van jaren niet meer werden gebruikt. Nadat in de Tweede Wereldoorlog velen van hen met een Joodse achtergrond in concentratiekampen om het leven waren gekomen, bleef het geld op die rekeningen staan. De niet-opgevraagde tegoeden kwamen vervielen uiteindelijk aan de gemeente.

Lang was onduidelijk van wie deze rekeningen waren en om hoeveel geld dit ging, maar onderzoek van Hein Blocks, voormalig voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Banken, heeft dit duidelijk gemaakt. Anders dan vermoed bleken op de circa 900 rekeningen zeer kleine bedragen te zijn achtergebleven. Veel Joden bleken al voor de oorlog hun geld te hebben opgenomen en slechts een paar kwartjes of dubbeltjes op de rekening te hebben achtergelaten. Gemiddeld is dit, omgerekend naar nu, 3,52 euro per rekening. Het achterhalen van alle rekeningen was een monnikenwerk voor Blocks. Hij schat dat hij tussen de 1000 en 1500 uur kwijt is geweest aan zijn onderzoek.

Onderzoek
Blocks was in 2000 namens de Vereniging van Nederlandse Banken ook al betrokken bij de Maror-regeling. Daarin werd bepaald dat de overheid, banken, verzekeraars en de Amsterdamse beurs samen 365 miljoen euro betaalden ter compensatie van al het vermogen dat in de oorlog van de Joden was afgenomen.

Momenteel doet het Niod onderzoek naar alle naheffingen die door gemeenten na de oorlog zijn gedaan. In november komt daar een rapport over naar buiten. Mogelijk dat naar aanleiding daarvan niet alleen de boetes over de niet betaalde erfpacht, maar de erfpachtcanon zelf ook wordt terugbetaald.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden