Plus

'Geld mag nooit een belemmerende factor zijn om naar een school te gaan'

Herbert de Bruijne was zeven jaar voorzitter van het overleg van basisschoobesturen in Amsterdam, het BBO. Nu gaat deze uitgesproken onderwijskenner wat anders doen. 'In Amsterdam hebben we het goed hoor.'

Herbert de Bruijne: 'Je kunt nooit stellen dat een school zwak is door de leerlingen die er zijn'Beeld Eva Plevier

De Zwarte Pietkwestie was er een, al was het rond die zaak het afgelopen jaar alweer een stuk rustiger. De invoering van het stedelijk toelatingsbeleid: ook een goede. Het lerarentekort en de verbetering van het lotingsysteem voor middelbare scholen.

Piekmomenten, noemt Herbert de Bruijne (48) dit soort kleine crises die je als onderwijs­bestuurder moet beslechten. Stuk voor stuk hete hangijzers waarover je moet lobbyen, communiceren, crisis managen en vergaderen.

Verschillende kanten
Iets wat De Bruijne, in het dagelijks leven bestuursvoorzitter van Openbaar Onderwijs aan de Amstel (OOadA), uitstekend kan en waarover hij geen blad voor de mond neemt. Hij maakte vanuit verschillende kanten de afgelopen 26 jaar Amsterdams onderwijs mee.

Toen De Bruijne aantrad als voorzitter van het Breed Bestuurlijk Overleg (BBO), een vereniging van dertig besturen ('veel te veel') met meer dan tweehonderd scholen, zat de stad nog midden in de Kwaliteitsaanpak Basisonderwijs.

Na jaren groei en te weinig zicht op kwaliteit, voerde toenmalig onderwijswethouder Lodewijk Asscher de intensieve aanpak in om 44 zwakke scholen in de stad te verbeteren.

Het was een roerige periode, want veel scholen voelden zich gecontroleerd en betutteld. Toch kijkt De Bruijne er met tevredenheid op terug. "Je kunt nooit stellen dat een school zwak is door de leerlingen die er zijn. Ik weet dat er veel kritiek was, maar het is uiteindelijk een goede zaak geweest."

Kuddegedrag
Tegelijk met de verbetering van het onderwijs zijn ouders mondiger geworden. Ze nemen minder snel genoegen met het gegeven middelbareschooladvies, mengen zich in schoolbeleid zoals klassenindeling of de inzet van leraren. Maar als het erop aankomt om een school te kiezen, vertonen ouders overduidelijk kudde­gedrag.

"Het gesprek bij de Albert Heijn met andere ouders lijkt soms belangrijker dan rapporten van de onderwijsinspectie of welk innovatief onderwijsconcept dan ook."

Scholen moeten daardoor meer hun best doen ouders binnen te halen. Wie nieuwe kinderen wil verleiden, moet de ouders met kinderen op school tevreden houden. En dat is goed, want dat houdt scholen scherp, vindt De Bruijne.

Toelatingsbeleid
Natuurlijk zijn er altijd verbeterpunten, maar er zijn nog maar twee zwakke basisscholen in de stad en er is veel geld te verdelen.
Zorgen heeft hij nog wel. Zo was het ooit het idee om het toelatingsbeleid van scholen in te zetten om segregatie aan te pakken, maar dat is vooralsnog niet gelukt. "Je kunt het ouders ook niet opleggen naar een bepaalde school te gaan."

Jaren is erover vergaderd en gebakkeleid. Uiteindelijk werd de buurtschool het uitgangspunt. "Ouders in Nederland kiezen veel meer dan in andere landen voor de dichtsbijzijnde school." Nu hebben kinderen voorrang op de acht scholen die het meest in de buurt zijn.

Hoewel er elke ronde ouders zijn die niet blij zijn met de uitkomst van de plaatsing, is de duidelijkheid over het beleid een stuk beter dan zij ooit was. "Toen ik begon in het onderwijs, hanteerde elke school nog zijn eigen beleid, nu wordt 99 procent van de kinderen geplaatst binnen de eigen top drie van buurtscholen."

Belemmering
Doorn in zijn oog zijn verder de elf bijzondere scholen in Centrum en Zuid die nog niet willen meedoen met het stedelijk toelatingsbeleid, waardoor er ongelijkheid en onduidelijkheid ontstaat voor ouders.

Een aantal van die scholen vraagt ook nog een flink hoge ouderbijdrage. "Geld mag nooit een belemmerende factor zijn om naar een school te gaan. Ik vind dat scholen daar een morele verantwoordelijkheid in hebben. Wat die scholen in Zuid doen, vind ik echt niet kunnen."

Stoppen met besturen doet De Bruijne niet. Hij blijft bestuurder van het OOadA en gaat zich richten op meer samenwerking tussen de openbare schoolbesturen, lobbyen voor een hoger salaris voor jonderwijzers, zodat ze niet minder verdienen dan leraren op middelbare scholen, voor de renovatie van gebouwen en als hij zich gaat vervelen wil hij best de politiek in. "Al weet ik nog niet voor welke partij."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden