Column

Gehinnik vult de herfstlucht

Roos Schlikker Beeld Oof Verschuren

"Oooooooh." De stem van de oude dame kreunt als een deurtje waarvan het scharnier moet worden gesmeerd. Moeizaam is ze naar een parkbank op het Prinseneiland geschuifeld, ze steunt met één hand op het hout, leunt traag voorover en laat zich dan, ledemaat voor ledemaat, heel voorzichtig zakken.

Ik ben bang dat haar botten vergruizen terwijl ze het doet, want ouderdom is wreed, maar uiteindelijk zit ze. "Hèhè," zucht het deurtje.

Een groep pony's met suikerspinroze staarten draaft door het gras. Ene Charlotte is acht geworden en viert dat met een My little pony-feestje.

Althans, dat vermoed ik, ik heb geen verstand van meisjes, maar ze zijn allemaal ondergekliederd met blauwe oogschaduw, aardbeienkleurige lipgloss en pasteltintige haarverf.

Gehinnik vult de herfstlucht. Het gaat over een puppy ("Zooooo cute!"), YouTubeheld Dylan Haegens ("Supersweet"), de herfstvakantie ("Ik wil naar Ibiza. Echt chill").

Bij het hek stopt een ietwat wild ogende moeder. De vrouw draagt een linnen harembroek, een afgeragd tasje van hetzelfde materiaal en haar touwige haar is bijeengebonden met een postelastiek.

Ze laat haar dochter afstappen, een muizig meisje dat weigert oogcontact met haar te maken maar bloednerveus naar de pony's staart.

"Hoehoe!" roept haar moeder, en wuift woest richting het veld.

"Ach! Wat leuk Lieke, je vriendinnen zijn er al! Hoehoe!" Haar stem klinkt hard. Liekes magere armen lijken te zijn vastgeplakt aan haar lijfje, haar schouders hoog opgetrokken.

"Hoehoe!" brult haar moeder nog een keer.

De ponymeisjes negeren haar vakkundig. "Nou! Hier! Neem mee," zegt moeder. Ze stopt Lieke een doos perenijsjes in de hand. "Voor ieder eentje. Ja, jij bent dan wel niet jarig, maar jij mag ook uitdelen. Veel plezier hè. Toe maar. Ga maar. Ga, Lieke."

Ik hoor gefluister uit de ponyhoek.

"Waarom heb je háár uitgenodigd?"

"'t Is mijn ouwe buurmeisje."

"Ze is duf. Kijk die moeder nou. Zo lame."

Lieke slentert het gras op. Haar moeder gilt nog wat voor ze wegrijdt, maar het kind kijkt niet. Voorzichtig zet ze een paar stappen dichter bij de anderen, tot ze op gehoorafstand staat.

Het gesprek gaat over Fource, een jongensbandje weet ik toevallig. Plotseling roept Lieke, lukraak en te hoog: "Oh, die zijn superdope!"

De pony's kijken op. Ze staren het meisje aan. Niemand zegt iets. Vervolgens rennen ze schaterend weg.

Lieke kijkt naar beneden. Ze poert met een stokje door een plas. Eigenlijk wil ik iets tegen haar zeggen. Dat genegeerd worden de ergste vorm is van afwijzing. Maar dat je heus niet overal bij hoeft te horen. Ik vind de woorden niet.

De oude dame wel. Zonder hulp komt ze amper overeind, in haar kop is ze echter volstrekt autonoom. Met veel gekreun staat ze op.

Terwijl ze langs Lieke schuifelt, zegt ze snel: "Ach kind, laat ze de pestpokke krijge." Voor het eerst glimlacht het meisje.

En ik denk: ouderdom is niet wreed. Dat is de jeugd.

Uit een doos in het gras druipt perendrab.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.