GeenStijl, ik hou van die rebellenclub

Theodor Holman Beeld Wolff

Ooit was ik lid van een rebellenclub. Ik bedoel het studentenblad Propria Cures. De artikelen die we schreven gingen veel te ver, althans voor die tijd. Voortdurend werd er lafjes geprobeerd de uitgave te staken.

GeenStijl is ook een rebellenclub. Er zijn stukken die veel te ver gaan. Dat vind ik natuurlijk, nu ik een oude man ben, heel erg... Ja, leuk eigenlijk. GeenStijl heeft op het ogenblik ook te maken met vervelende zuurlullen die aandringen op een advertentieboycot om zo GeenStijl kapot te maken. Ik herken het van vroeger.

Het is raar. Stel, er is een café, en daar zitten klanten. Als daar een vrouw binnenkomt, roept Joop: "Hee, Mien laat je tieten nog eens zien!" En Ernst roept: "Wat heb jij een lekkere kont zeg."

Ga je dan bij de bierbrouwer aandringen dat hij geen bier meer mag schenken, omdat de klanten zo vrouw­onvriendelijk zijn? Ga je dan de huiseigenaar vragen de huur van het café op te zeggen? Als je dat doet, ontneem je andere klanten hun plezier.

Wanneer ik het vrouwbedreigend zou vinden - en ik denk dat ik dat zou vinden - dan kwam ik daar niet meer, bleef ik weg. Bij GeenStijl (en hun broer Dumpert) zijn er honderdduizenden mensen, onder wie ik, die veel plezier beleven aan die schandalige stukken. Mag dat dan niet meer?

Het klopt, je ziet op hun site regelmatig grote tieten, er worden dubieuze grappen gemaakt over 'domme wijven' en, heel kinderachtig allemaal (maar ik moet er toch steeds om lachen), er wordt wel eens een Hitlersnor onder een Pechtoldneus afgebeeld. Ik lees daar trouwens ook zeer goed geschreven artikelen waarop ik jaloers ben; het is ook een kweekvijver van talent.

Natuurlijk, het staat iedereen vrij 'de adverteerder' de morele maat te nemen. Maar wanneer dat met het oogmerk gebeurt redacteuren brodeloos te maken, zou ik daar als directeur van zo'n bedrijf dat plotseling moreel hoogstaand blijkt te zijn, niet gelukkig mee zijn, want als je de kans hebt honderdduizenden jongeren te bereiken, wil je die wel kunnen grijpen. Dat niet doen, geeft ruimte aan andere adverteerders.

Kortom: ik hou van die rebellenclub, en ik vind het fijn, ­zeker op 5 mei, dat er een vrijplaats is waar journalisten te ver gaan en om wie sommigen van ons kunnen lachen.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden