Opinie

'Geen plek voor idealen in de klas'

Ook leraren die op latere leeftijd hun onderwijsbevoegdheid halen, haken vaak al binnen een paar jaar af, schrijft Maaike Lange. Hoe komt dat?

null Beeld anp
Beeld anp

Tweeënhalf jaar geleden rondde ik de Interfacultaire Lerarenopleiding (ILo) af aan de UvA, zo heet de studie om (in deeltijd) klaargestoomd te worden tot eerstegraadsdocent.

Steen en been werd er door studenten, jong en oud, geklaagd over de ILo, want je moest je een slag in de rondte werken om alle opdrachten, stages, toetsen en reflecties af te ronden.

(Met 'jong' bedoel ik twintigers, studenten die na hun studie meteen voor hun onderwijs­bevoegdheid gaan, 'oud' zijn hier de veertigers, ze werken vaak al een jaartje of 15 à 20 en zijn klaar voor een carrièreswitch.)

Maar iedereen wist waarvoor ie het deed en was daarom bereid tot het gaatje te gaan, want ooit hadden we allemaal, alle ILo'ers, een mooi vak gestudeerd en dat wilden we nu aan een prachtige nieuwe generatie leerlingen overbrengen.

Zo verging het mij ook: ik studeerde Nederlands, vervolgens doorliep ik een carrière als freelancejournalist, en nu keek ik uit naar een langgekoesterde droom, om voor de klas te staan op een middelbare school nog wel. Dat ik trots mijn papiertje in de lucht kon steken, was dus amper tweeënhalf jaar geleden.

Inmiddels heb ik het middelbaar onderwijs alweer verlaten. Van de zeven medestudenten van mijn vakgroep Nederlands, leeftijden gemixt, is meer dan de helft alweer gestopt. Zó snel, wat een blamage, wat zonde van onze tijd, wat zonde van het collegegeld.

En we zijn niet de enigen. Van de hele lichting ILo'ers (alle vakken samen) haakte ook een groot deel binnen een paar jaar af. Landelijk onderzoek laat zien dat nieuwe docenten snel het onderwijs verlaten.

Van alle nieuwe leraren in het middelbaar onderwijs overweegt 63 procent binnen vijf jaar te stoppen, aldus een rapport uit 2015. Uit een recenter onderzoek van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) blijkt dat 32 procent van alle (bevoegde) docenten in het middelbaar onderwijs van onder de dertig binnen vijf jaar stopt met lesgeven en een andere baan zoekt. In dit laatste onderzoek gaat het dus speciaal om 'jonkies'.

Het ministerie van Onderwijs trok al vele miljoenen uit om startende docenten te verlichten (Sander Dekker, 150 miljoen euro), maar het probleem is dat het geld op een grote hoop terecht is gekomen bij de scholen, waardoor er in de praktijk niks veranderd is.

In de kiem gesmoord
Waar lopen deze startende leraren tegenaan? Waar haakte ik af, waar haakten wíj af? Hadden we allemaal een te romantisch beeld van het middelbaar onderwijs? Is het niet zonde van zo veel in de kiem gesmoord talent en enthousiasme, terwijl er al een groot lerarentekort is?

Afgelopen schooljaar werd mijn jaarcontract niet verlengd. Was dat wél gebeurd dan had ik waarschijnlijk nog op dezelfde middelbare school voor de klas gestaan. Na negen maanden te horen krijgen dat je na de zomervakantie niet hoeft terug te keren, is niet niks, zoiets had ik in mijn werkende leven in elk geval tot dan toe nog niet meegemaakt.

Hetzelfde gold voor mede-ILo'ers, ook hun contracten werden na één of twee jaar niet verlengd. En de reden van het niet-verlengen was niet omdat wij telkens te laat op school verschenen (integendeel, juist altijd ruim op tijd), vergaderingen vergaten of rottig deden tegen leerlingen, nee, dat was allemaal niet het geval, maar wat dan wel?

In eerste instantie leken alle scholen ­verheugd met het binnenhalen van ons, eerstegraadsdocenten. Dat stond puik op de lerarenlijst, er was immers een tekort aan eerste­graders. Op de scholen wisten ze dat wij nieuwkomers waren, dat staken wij niet onder stoelen of banken, nee, waarom zouden we.

'We wijzen een coach voor jullie aan', klonk het antwoord van de schooldirecteuren. Een coach voor beginnende docenten is op bijna alle middelbare scholen tegenwoordig standaard, en dat is helemaal niet slecht, maar daarmee ben je er nog niet als school.

Zo'n coach moet dan bijvoorbeeld voldoende uren hebben om werkelijk met nieuwe docenten aan de slag te gaan. En ook met een coach blijft lesgeven een vak dat je met vallen en opstaan leert, dus zo'n coach en ook een schooldirecteur moeten je tijd en ruimte gunnen om fouten te maken en weer op te krabbelen. Van fouten maken leren we. Dat is precies wat we ook onze leerlingen bijbrengen.

Maaike Lange is freelance­journalist en docent Nederlands. Beeld -
Maaike Lange is freelance­journalist en docent Nederlands.Beeld -

De redenen die startende docenten in allerlei onderzoeken opgeven om al zo snel weer het onderwijs te verlaten, zijn: hoge werkdruk, volle klassen, te weinig voorbereid op de praktijk en te veel onzekerheid over contracten. Herkenbaar.

Ondanks de hoge werkdruk en de volle klassen, worstelden mijn studentencollega's van de ILo en ik ons vol goede moed door de eerste schooljaren heen.

Hard werkten we, ook als we parttimers waren, en dat we toch of nóg geen topdocenten waren, wisten we. Hoe kon het ook anders als beginneling? Ook onze directeuren wisten het, met open ogen namen ze ons aan.

Ordehandhaver en vergadertijger
Waarom worden al die contracten niet verlengd? Wat is het nut hiervan? Wie is hiermee gediend? Als een school het niet belangrijk vindt om gemotiveerde, gediplomeerde, gekwalificeerde docenten een veilig werknest te bieden, waar je de praktijk kunt leren en waar je kunt uitgroeien tot een volwaardige docent, wat zegt dat over ons onderwijs?

Waar anders dan op een middelbare school kan een docent zijn of haar vak leren? Waarom zijn we niet trots op al die startende, geëngageerde enthousiaste docenten? Welk signaal geef je (onbedoeld) af aan leerlingen als je zo weinig om gediplomeerde docenten geeft en ze gemakkelijk weer laat vertrekken?

Een andere reden die beginnende docenten aangeven om het onderwijs te verlaten, is omdat de idealen van het docentschap nogal verschillen met de praktijk. Van de zeven ILo'ers gold voor drie van de vier dat ze zichzelf nooit zagen als ordehandhaver of vergadertijger, ze wilden liefde voor het vak overbrengen met oog voor de leerlingen.

De grote klassen maken dit feitelijk onmogelijk. Het is serieus de vraag of leerlingen en docenten nog zitten te wachten op een onderwijssysteem als het huidige, een geforceerd samenzijn waar bijna niemand blij van wordt.

De schrik van collega's was groot, toen een mede-ILo'er voor de kerstvakantie aankondigde haar school in Amsterdam vaarwel te zeggen.

Met die mededeling opende zij ook de ogen van docenten die jaar in, jaar uit wél naar school gingen en nu plotseling beseften dat zij, door aan te blijven (vaak vanwege praktische redenen als hypotheek en gezin) min of meer instemden met de huidige gang van zaken in het onderwijs.

Enthousiasme en idealisme worden de nek omgedraaid door hoge werkdruk en de druk te moeten presteren - alleen weet niemand precies wat je moet presteren, dat ligt nergens vastgelegd.

Hebben alleen startende docenten de moed om weer te stoppen, simpel omdat ze beseffen niet te willen verbitteren? Terwijl het onderwijs het enthousiasme, de hersenen en het romantische hart van deze starters, ongeacht hun leeftijd, juist zo hard nodig heeft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden