Plus Stadspolders

Geen boekweit, maar een soppende koe

Amsterdam is gesmeed uit talloze polders, elk met een eigen verhaal. Vandaag het slot: drooggemaakte veenplassen.

Werklozen die turf kwamen steken, moesten anderhalf uur fietsen of een uur lopen vanaf de tram. Beeld Maarten Boswijk

Bij turfstekers denken we bijna automatisch aan de Drentse veenkoloniën, waar arme drommels en 'asocialen' in de 19de eeuw de handen uit de mouwen mochten steken.

Minder bekend is dat nog in de jaren dertig van de vorige eeuw turf werd gewonnen in de polders tussen Halfweg en Geuzenveld, niet ver van waar tegenwoordig de stad begint.

Ook in de Osdorperbinnenpolder draaide het uiteindelijk uit op de tewerkstelling van werklozen, vertelt landschapsarchitect Pieter Boekschooten. Of, zoals het heette in die jaren: werkverschaffing.

Zo'n beetje als bij de aanleg van het Amsterdamse Bos: "Kantoorpersoneel dat handmatig drie meter veen wegschepte."

Werkschoenen
In het Stadsarchief liggen de sporen van hun zware arbeid. In petities verzochten ze vriendelijk om werkschoenen en stromend water om hun handen te wassen, hetgeen werd afgewezen, want 'het water in de sloten is van behoorlijke kwaliteit'.

Toen ook de bus naar de afgelegen polder werd geschrapt, schreven ze dat het anderhalf uur fietsen was vanuit de stad of een uur lopen vanaf de dichtstbijzijnde tramhalte.

Turf was toen als brandstof al op zijn retour. Het bedrijf dat na de Eerste Wereldoorlog was begonnen aan de ontginning van het veen raakte de turf aan de straatstenen niet kwijt, bleek toen Amsterdam in 1934 de polder kreeg aangeboden als locatie voor werkverschaffing, in ruil voor de verplichting 12 miljoen stuks turf af te nemen.

In 1937 kwam het er alsnog van toen de werkloosheid torenhoog bleef en de gemeente nog maar weinig werkverschaffing had. Alleen het 'Boschplan' was nog over.

Osdorperbinnenpolder-Noord Beeld Jamie Groenestein

Uitgestrekte waterplas
In de Osdorperbinnenpolder kwam het werk vooral neer op het graven van sloten en ander grondwerk in het toen al uitgeveende noordelijke deel van de polder. Het weggestoken veen had een uitgestrekte waterplas achtergelaten, die in 1943 werd drooggemalen.

We staan er niet vaak bij stil, maar zo was het veel veenpolders rond de stad vergaan - bij Vinkeveen, bij Amstelveen, in de Middelveldsche Akerpolder, waar later nieuwbouwwijk De Aker verrees.

Wij Nederlanders maakten land, maar niet voordat we dat soms zelf hadden prijsgegeven aan het water.

Hoe de polder eruitzag voor de turfwinning is goed te zien in de zuidelijke helft van de Osdorperbinnenpolder. Drie meter hoger dan in de Osdorperbinnenpolder-Noord ligt hier nog het karakteristieke slagenlandschap van langgerekte veenweiden met door weer, wind en water afgekloven slootkanten. Boekschooten:

"Als een soort groene slagschepen dobberend op het wateroppervlak."

De kilometerslange sloten werden gegraven door boeren die tussen 1000 en 1200 vanaf het IJ het veenmoeras in trokken omdat het in de Kennemerduinen te droog was geworden voor boekweit.

Het lukte ze wel om akkers aan te leggen, maar het veen klonk in en snel was de bodem weer zo drassig, dat die eigenlijk alleen geschikt was voor vee.

"Door klimaatverandering werd het in de duinen te droog voor boekweit, maar in het veen was het weer te nat. Uiteindelijk stond daar een koe te soppen."

Osdorperbinnenpolder-Noord

-4,25m

Oefenpolder
De Osdorperbinnenpolder-Noord is onherkenbaar veranderd, ook al doordat bouwmeester Cornelis van Eesteren zich hier na de droogmaking uitleefde op lanen, zichtassen en waterrotondes.

"Voor Van Eesteren werd het een soort oefenpolder voor de Flevopolders," zegt Boekschooten, die betrokken is bij het Van Eesterenmuseum.

Lang niet al zijn voornemens zijn uitgekomen. Van Eesteren wilde graag veel tuinbouw langs de randen van de stad. Daar is op volkstuinen na weinig van terechtgekomen, tot de opkomst van plukbossen, fruittuinen en stadslandbouw van de laatste jaren.

Samen met de Lutkemeerpolder en de Osdorperbovenpolder vormen de beide Osdorperbinnenpolders de Tuinen van West, de groene uitlopers tussen Amsterdam, Schiphol en de haven.

Voor alle vier de polders geldt dat ze een slap aftreksel zijn van de plannen die Van Eesteren voor ze had bedacht. Ook voor de Osdorperbovenpolder dacht hij aan landbouw, maar rond de Osdorperweg ontstond een verrommeld allegaartje van vervallen tuinbouwkassen, autosloperijen en caravanstallingen.

Voor de vruchtbare kleigrond van de Lutkemeerpolder had Van Eesteren zijn zinnen gezet op akkerbouw, om de bevolking van Amsterdam te voeden.

Maar in plaats van aardappels en uien kwam begraafplaats Westgaarde hier terecht en later ook een door Schiphol Area Development Company neergeplant dozenlandschap van distributiecentra.

Rond zorgboerderij De Boterbloem wordt komende maand een ultieme poging gedaan de uitbreiding van SADC buiten de deur te houden.

In alle vier de polders zijn de oorspronkelijke bedoelingen nog zichtbaar, zegt Boekschooten. Maar de geschiedenis heeft de Tuinen van West grondig door elkaar geschud. "Het is een openluchtmuseum van ruimtelijke intenties."

Zomerserie. De stad is meer polder dan ze lijkt, al geven namen als Watergraafsmeer een hint. De laatste aflevering van een reeks polderverhalen.

Lees ook:
Deel 1: Sint Bernarduspolder in Noord: de kleinste van heel Nederland
Deel 2: Het middeleeuwse slotenpatroon tekent Amsterdam
Deel 3: Als in de oude binnenstad iets verzakt, zijn de kosten des te hoger
Deel 4: Als door een wonder is deze polder in Noord nooit bebouwd
Deel 5: Grondwater in Amsterdam: soms een behoorlijk raadsel
Deel 6: Eindelijk malariavrij, dankzij zoeter water

De Osdorperbinnenpolder-Noord Beeld Maarten Boswijk

Waterwolf

Hele dorpjes ten zuidwesten van Amsterdam maakten rond het jaar 1600 kennis met 'de Waterwolf'. Vijfhuizen, Nieuwerkerk en Rietwijk werden verzwolgen door het Haarlemmermeer en ook daar had de turfwinning alles mee te maken.

Turf was dé brandstof van de Gouden Eeuw. Toen al het hoge veen was gewonnen, raakte het zogeheten 'slagturven' in zwang: het uitbagerren van veenplassen, die daardoor steeds groter en dieper werden.

Het reusachtige Haarlemmermeer was al ontstaan uit drie kleinere meren en voortdurend werd de angst gevoeld dat het water opgestuwd door de zuidwestenwind nog verder zou uitbreken - misschien zelfs naar het IJ, met rampzalige gevolgen voor Amsterdam, dat dan wel heel geïsoleerd zou komen te liggen.

De overheid reageerde met voorschriften over waar het 'slagturven' was toegestaan. Ook werd al in de 17de eeuw openlijk gespeeld met de gedachte het Haarlemmermeer droog te leggen.

Pas na de zware stormen in de jaren 1830 ging de kogel door de kerk. In 1852 was de polder drooggemalen en was het gevaar van de Waterwolf geweken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden