Plus

Gedenkt te Sterven: een club voor de dood, maar dan gezellig

Een club voor de dood, maar dan gezellig. Uitvaartvereniging Gedenkt te Sterven werd in 1828 opgericht om begrafenissen te financieren, maar is nu vooral een excuus om een biertje te drinken. Mannen onder elkaar.

Leden van Gedenkt te Sterven in Café 't Sluisje. Vanaf links: Paul Fleuren, Lucien Zalman, Peter Essenberg, Erik van Daatselaar, Lenneart Kiemeneij en Remco van Vloten Beeld Dingena Mol

Tradities moet je in ere houden, zeker bij een vereniging die 190 jaar bestaat.

Het laatste biljart in een café aan de Nieuwendammerdijk in Noord moest daarom worden veiliggesteld. IJ-zicht, het café waar het stond, ging dicht, maar de mannen van uitvaartvereniging Gedenkt te Sterven kunnen niet zonder.

Nu staat het kegelbiljart opgeslagen in de kelder van Peter Essenberg (72), wachtend op betere tijden.

De zelfverklaard oudste vereniging van Amsterdam - een claim die niet helemaal klopt (zie kader) - komt nog altijd twee keer per jaar samen. In 1828 opgericht als ­begrafenisfonds voor mensen met weinig geld in en om Nieuwendam, is het nog altijd officieel een uitvaartvereniging, al zou borrelclub als term ook niet misstaan.

De contributie is 96 cent per jaar, nooit gestegen sinds 1920.

"Een symbolisch bedrag," zegt Essenberg, al twintig jaar herkozen als directielid.

Was Gedenkt te Sterven ('Memento Mori') begin negentiende eeuw een noodzaak, omdat simpele Nieuwendamse stervelingen anders geen waardige uitvaart kregen, nu is het vooral een club voor de gezelligheid.

Een volledige uitvaart kost vaak meer dan 5000 euro en dat is niet meer te betalen met zo'n lage contributie. Wie overlijdt krijgt nog wel een bloemstuk van maximaal 165 euro op zijn begrafenis, afhankelijk van hoe lang de ontslapene lid was.

Tot 1989 was de vereniging nog een officieel begrafenisfonds, onderdeel van de verenigingskamer. Op een bepaald moment was de administratieve rompslomp die daarbij kwam kijken niet meer op te brengen, schetst Henk Brinkman (71), al meer dan dertig jaar secretaris.

Goudse pijp
De financiële drempel is dan wel laag, toch gaat lid worden niet zomaar. Vaders maken zonen of dochters vanaf hun vijftiende lid (al mogen ze pas vanaf hun zestiende meevergaderen), of leden dragen buren of vrienden voor. Maar wie ouder is dan 50, is niet meer welkom als nieuw lid.

Het uitvaartgebeuren mag op een lager pitje staan, ­bejaarde nieuwe leden zijn gezien de 'sterfteverwachting' geen handig businessmodel.

Nog een harde eis: vroeger moesten nieuwe leden op en om de Nieuwendammerdijk wonen in Noord, al is dat ­gebied inmiddels tot richting het IJ en Durgerdam uitgebreid.

Wie later naar elders verhuist, mag best lid blijven, maar debutanten worden aan strenge regels onderworpen, al zijn die niet allemaal te handhaven.

"Wie vroeger lid wilde worden, kreeg een pijp, een oude Goudse pijp, wit, van gebakken klei," zegt Essenberg. "Die rookten we dan op vergaderingen, met een glas Hongaarse tokayerwijn erbij."

Sinds het rookverbod liggen ze in een speciale pijpenkast bij hem thuis. Er is nog even gesproken over een 'e-pipe' om de traditie in ere te houden, maar dat was toch niet echt hetzelfde.

Medische keuring
Wie geeft zich nou uit eigen beweging op bij een sterfclub? Soms gaat het niet eens vrijwillig. Lennaert Kiemeneij (48) werd zonder dat hij het wist aangemeld door twee buren. "Ik hoorde ineens van iemand dat ik was 'besproken'. Bleek dat ik was voorgedragen.

Ik vond het een beetje luguber, wilde ik daar wel bij? Ik moest ook nog een medische keuring doen." Nu zit hij zelfs in het bestuur.

Die medische keuring is niet meer dan een formaliteit, een paar vragen beantwoorden, een reliek uit de tijd dat de uitvaartvereniging een serieuze zaak was. Vroeger was er zelfs een huisarts bij betrokken.

"Nu hoefde ik alleen even voorover te buigen," aldus Erik Datselaar (49), lid sinds vorig jaar. De mannen lachen - studentenhumor bij de uitvaartvereniging.

Gaat het tijdens de drinkgelagen ooit over de dood? Zes mannen, voor de gelegenheid van dit interview bij elkaar gekomen op de vaste borrelplek in Café 't Sluisje op de Nieuwendammerdijk, kijken elkaar vragend aan. Nooit eigenlijk.

Niemand weet van elkaar of ze begraven of ­gecremeerd willen worden. Of het kerkelijk moet, of liever seculier. Met veel bloemen, gebalsemd, of in een houten kist.

Bij de meeste gestorven leden komen ze niet eens op de begrafenis, zo close zijn ze nou ook weer niet. Behalve laatst toen een jong lid overleed, een veertiger. Zijn kist werd over de dijk gedragen.

"Dat was wel heftig," zegt Remco van Vloten (49), mededirecteur.

"Wat ons verbindt is dat we allemaal een keer doodgaan. En dat je tot je dood verbonden blijft met je buren," zegt Kiemeneij.

Uitvaartverzorger
Voor de vorm nodigde de club laatst een uitvaartverzorgende zzp'er uit voor een praatje. Die rekende voor wat je met 75 euro (de minimale uitkering van ­Gedenkt te Sterven) als begrafenis kan krijgen.

Van Vloten: "Je kon dan stiekem in de tuin worden begraven, ­gewikkeld in een laken, terwijl alle bezoekers zelf eten en drank meenemen."

Als je de rouwkaarten per mail in plaats van per post zou versturen, kocht je er ook nog een fles wodka voor.

Gedenkt te Sterven telt ongeveer 200 leden. Ivo de Wijs hoort erbij, Wouter Bos ook, al was er destijds best wat discussie over zijn toetreding. Er is ook een groot aantal spookleden: mensen die al dood zijn, maar nog steeds contributie betalen.

Op de vergaderingen komen meestal 30 tot 40 mannen. De eerste drie biertjes zijn voor rekening van het bestuur, daarna moeten leden zelf afrekenen.

"Hoe minder mensen komen opdagen, hoe meer we mogen drinken op kosten van de vereniging," grijnst Paul Fleuren (54).

Geen vrouwen
Het is een uitverkoren groepje mannen. Soms worden ze ietwat wantrouwend bekeken, alsof ze een geheimzinnige club zijn, een loge van de lokale vrijmetselarij.

Maar met het 190-jarige bestaan, het 38ste lustrum, komt er 15 september een groot feest in het Vliegenbos, waar vrouwen en kinderen welkom zijn. Ook de burgemeester is uitgenodigd, maar Femke Halsema heeft nog niet toegezegd.

En dan de vrouwen. "We zijn een democratische vereniging, dus vrouwen mogen lid worden," benadrukt Van Vloten, tweede generatie lid, diplomatiek. Maar vrouwen zijn niet welkom op de 'vergaderingen' en hebben geen stemrecht.

"Dat geeft maar gedoe," zegt Essenberg. Van Vloten: "Het zou de ondergang betekenen."

Essenberg: "Met vrouwen erbij krijg je affaires." Van Vloten, nuanceert: "We zijn gewoon een paar kerels die twee keer per jaar afspreken in de kroeg. Zonder de term 'vereniging' zou niemand daar moeilijk over doen."

Verenigd

Uitvaartverenigingen zijn een van de oudste vormen van vereniging in ­Nederland. Vele hebben gedenkwaardige namen als 'De laatste eer' of 'En hij stierf'. In ­Amsterdam zijn volgens begrafenis.info nog zeker zes andere uitvaartverenigingen ­actief.

In de 14de en 15de eeuw organiseerden gilden al begrafenissen voor hun leden. Of Gedenkt te Sterven de oudste vereniging van de stad is, is niet zo zeker. Volgens Jan Lucassen, historicus verbonden aan het Internationaal Instituut voor Sociale ­Geschiedenis, hangt het af van de ­definitie.

"Je zou zelfs de katholieke parochies als eerste vereniging kunnen zien. Dan kom je in 1334 uit, toen de parochie werd afgesplitst van Ouderkerk.

Ongeveer tegelijkertijd komen de schuttersgilden (oudste ­ordonnantie 1394), de ambachtsgilden (eerste vermelding Sint-Nicolaasgilde van snijders en droogscheerders 1348) en de religieuze broederschappen (oudste vermelding Heilig-Kruisgilde 1361) in aanmerking."

De eerste onderlinge verzekeringen ontstonden ook binnen de ambachtsgilden. In Amsterdam is dat het vroegst gedocumenteerd voor de uit 1527 stammende armen- of ziekenbos van het metselaarsgilde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden