Plus

'Ga zo snel mogelijk theedrinken met Cohen'

Burgemeester Van der Laan mag in de stad heilig zijn verklaard, van zijn antiradicaliseringsbeleid heeft hij een potje gemaakt, zegt Jean Tillie, oud-adviseur van Cohen. 'Niemand durfde hem tegen te spreken.'

'Over het feit dat veel sleutelfiguren hun handen van de gemeente aftrekken hoor je niemand.' Beeld Marc Driessen

Een geheime, mislukte campagne tegen radicaliserende jongeren. Verdenkingen van fraude. Weggelopen medewerkers. Zacht gezegd rommelde het de afgelopen maanden op de afdeling radicalisering en polarisatie van de gemeente.

Maar Amsterdam is geen moment in gevaar geweest, concludeerden interim-burgemeester Jozias van Aartsen en de gemeenteraad vorige week in koor.

Niet in gevaar geweest? Zonder Eberhard van der Laan had de stad er toch echt weerbaarder bij gelegen, zegt Jean Tillie, onder meer hoog­leraar politicologie aan de Universiteit van Amsterdam en jarenlang adviseur van Job Cohen toen deze burgemeester was.

"In elk geval was het risico op het uitreizen naar Syrië van radicale moslims kleiner geweest. Dat is de sombere conclusie die ik trek."

Twee rapporten kwamen er vorige week uit over het radicaliseringsbeleid van de stad: één gemaakt door de gemeente zelf en één door de bekende terreurexpert Beatrice de Graaf.

Aanleiding: het strafontslag van de van fraude verdachte ambtenaar Saadia Ait-Taleb. Het gevolg: een gemeenteraad die opgelucht ademhaalt over 'het succes van het beleid' en zo snel mogelijk over wil gaan tot de orde van de dag. Dat zou, aldus Tillie, 'van ongekende domheid zijn'.

In de quickscan van De Graaf wordt de inbreng van de oude onderzoeksgroep van Tillie, het Instituut voor Migratie en Etnische studies (Imes), naar voren geschoven als lichtend voorbeeld voor andere steden, 'zelfs tot ver buiten de Nederlandse grenzen'. Maar daarvan bleef na 2010 weinig meer over.

Wat is er gebeurd? "De telefoon ging niet meer," zegt Tillie. En, niet onbelangrijk: burgemeester Eberhard van der Laan trad aan als opvolger van de veel bekritiseerde theedrinker Job Cohen.

'In Amsterdam,' schrijft De Graaf, 'heeft zich net als elders in Nederland sinds 2010 een nieuwe ontwikkeling voorgedaan.' Omdat er na de moord op Van Gogh weinig meer gebeurde in de stad, besloot men, midden in de economische crisis, dat het geld beter ergens anders aan kon worden uitgegeven. Totdat vier jaar later de eerste uitreizigers naar Syrië zich aankondigden en de paniek toesloeg.

Pasje nodig
Tillie: "Er was meer aan de hand. In 2006 hebben wij de gemeente geadviseerd op drie sporen beleid te voeren: preventie, interventie en repressie. Je moet niet alleen ingrijpen als jongeren ontsporen, je moet ook netwerken opbouwen in de stad."

"Je moet in gesprek blijven, ook met religieuze salafisten, zodat de kans op isolement en daarmee het risico van radicalisering kleiner wordt. Antiradicaliseringsbeleid moet ook heel erg gaan over theedrinken."

Van der Laan dronk liever sterke koffie. "Hij maakte er puur een veiligheidsvraagstuk van," zegt Tillie. "Dat viel natuurlijk lekker in een tijd dat het debat wordt gedomineerd door antimoslimsentimenten. Hij is meegegaan in de golf van harde maatregelen en de waarheid die maar eens een keer gezegd moest worden."

"De samenhang in het beleid is verdwenen. Gewone ambtenaren hebben niet eens toegang meer tot de afdeling die zich met radicalisering bezighoudt. Daar heb je een speciaal pasje voor nodig."

Sleutelfiguren, door Cohen bedacht om in stadsbuurten het gesprek op gang te brengen, kregen onder Van der Laan opeens een veiligheids­opdracht: hou de boel in de gaten.

De Top 600 voor criminele jongeren werd leidend in de aanpak van radicalisme. "Maar als je de netwerken niet in stand houdt, fragmenteert de samenleving. Dat werkt polarisatie in de hand. En de kans op radicalisering en uitreizigers."

Het heeft beleid opgeleverd dat je niet moet willen, zegt Tillie. "Maar bijna niemand die hem heeft durven tegenspreken. Dat kun je gewoon nalezen in de rapporten van de gemeente. Van der Laan was een autoritaire man, die zich weinig gelegen liet liggen aan kritiek. En intussen werd hij in de stad heilig verklaard."

Een burgemeester die, aldus De Graaf, de stad meenam in een religieuze kramp. "Hij liet zich in de moskee ontvangen met koekjes en zoetigheden," zegt Tillie. "Om vervolgens een oratie ten beste te geven over de scheiding tussen kerk en staat, afgesloten met de mededeling: jullie jongeren ontsporen. Doe er wat aan."

"Van der Laan zei: het zijn criminelen. Dat ontsloeg hem van de plicht om na te denken over de religieuze en politieke aspecten. Hoe kun je in een stad met zo veel gelovigen nou zeggen dat je niets hebt met religie?"

Heftigheid
In augustus kreeg antiradicaliseringsambtenaar Saadia Ait-Taleb strafontslag, verdacht van fraude met een opdrachtnemer met wie zij tevens privé een relatie onderhield. "Ik heb daar als oud-jurist mijn redenen voor," zei Van der Laan in zijn laatste vergadering met de gemeenteraad. Strafrechtelijke vervolging volgde.

Tillie: "Ik vroeg me af: waarom moet deze vrouw kapot? Waarom deze heftigheid? Zelfs als ze alles heeft gedaan waarvan ze wordt beschuldigd? Als politicoloog denk ik: wie heeft hier belang bij?"

Het antwoord: "Het is een afleidingsmanoeuvre voor het falen van de gemeente op het gebied van antiradicalisering. Iedereen heeft het nu over haar en niet over de vraag hoe haar ambtelijke en politieke bazen er een potje van maakten. Ait-Taleb was de perfecte zondebok, zeker in de context van het huidige maatschappelijk debat, waarin moslims sowieso de vijand zijn."

Barbertje moest hangen.

"Als iemand een andere analyse heeft, hoor ik het graag," zegt Tillie. "De manier waarop deze ambtenaar is aangepakt, daar lusten de honden geen brood van. Andere, veel hogere, ambtenaren zijn met stille trom de deur uitgewerkt. Daar heeft niemand het over. En over het mislukte radicaliseringsbeleid en het feit dat veel sleutelfiguren hun handen van de gemeente aftrekken ook niet."

Wat zou een nieuwe burgemeester moeten doen?
Tillie: "Zo snel mogelijk een kopje thee gaan drinken met Job Cohen."

Jean Tillie (56)

Decaan van de faculteit maatschappij en recht van de Hogeschool van
Amsterdam en hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Als hoogleraar houdt hij zich in het bijzonder bezig met diversiteit en politieke integratie.
Tillie heeft onderzoek gedaan naar salafisme in Nederland en naar radicaliseringsprocessen, onder andere bij Amsterdamse moslims.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden