Plus

Fusie Stadsschouwburg en Toneelgroep: de voor- en nadelen

Na meer dan dertig jaar wikken en wegen komt het nu echt tot een fusie tussen de Stadsschouwburg en Toneelgroep Amsterdam. Is dat een goede ontwikkeling? En wat merkt het publiek er dadelijk van?

Beeld anp

Dinsdag werd bekend dat het nu echt tot een fusie tussen de Stadsschouwburg en het huis­gezelschap, Toneelgroep Amsterdam (TA), gaat komen.

Ex-directeur van de Stadsschouwburg Melle Daamen is daar weinig optimistisch over. "Ik denk dat Toneelgroep Amsterdam de schouwburg al snel zal overvleugelen," zegt hij.

Daamen was van 2001 tot en met 2016 directeur van de Stadsschouwburg en is altijd fel tegenstander geweest van een fusie met TA.

De gevolgen waar hij voor vreesde, ziet hij nu al gebeuren. Initiatieven als 'expanding theatre' (debatten en gesprekken in de schouwburg) en de Salon (voor jongeren) zijn op een laag pitje gezet of verdwenen. "Iedereen zegt: 'We wachten tot de fusie klaar is'. Het legt de schouwburg lam."

Ook denkt Daamen dat de fusie voor een minder gevarieerd publiek zal zorgen in de schouwburgzalen. "TA is niet erg van de urban culture of van inzet voor een meer divers publiek. Niet dat die taak per se aan hen is, maar eerder deed de schouwburg dat."

Meer smoel
Het is sinds 1986 de vierde keer dat het onderwerp op tafel ligt. Eerder liepen gesprekken op niets uit, omdat bijvoorbeeld werd gevreesd voor de onafhankelijkheid van de schouwburg.

De afgelopen jaren werd het echter meer en meer een trend voor grote gezelschappen om te fuseren, en dat is niet aan Amsterdam voorbijgegaan.

Aan een fusie zitten zeker voordelen. Een theater heeft meer smoel als het met één stem spreekt. In een tijd van cultuurbezuinigingen is het gunstiger om als één gezelschap subsidie aan te vragen. Ook voor het personeelsbestand kan het schelen.

Het zijn grotendeels praktische overwegingen, die achter de schermen verschil maken. Maar wat merkt het publiek van een fusie?

Bereik
Toch veel, zegt Walter Ligthart, directeur van Het Nationale Theater in Den Haag. Dat is vorig jaar gefuseerd en ontstaan uit de Koninklijke Schouwburg, het Nationale Toneel en Theater aan het Spui. Een van de grote voordelen voor publiek vindt Ligthart de mogelijkheid om nieuw talent beter te laten zien.

"We kunnen daar meer in investeren - ook omdat we een grotere diversiteit aan zalen ter beschikking hebben. We kunnen talent nu laten beginnen in Zaal 3, een dependance van Theater aan het Spui, dan in Theater aan het Spui zelf en dan programmeren we het in de grote zaal in de Koninklijke Schouwburg. Dat traject hebben we nu zelf in de hand."

Bij Nationale Opera & Ballet waren ze in 2013 zo'n beetje de eersten om te fuseren (uit De Nationale Opera, Het Nationale Ballet en Het Muziektheater Amsterdam). Ook daar zien ze vooral voordelen voor bezoekers.

"Er is meer helderheid gekomen," zegt algemeen directeur Els van der Plas. "Eerder hadden we drie websites en twee seizoensbrochures.

Sommige operaliefhebbers wisten niet eens dat ze hier naar het ballet konden, en andersom. We kunnen publiek nu veel makkelijker bereiken. Je bundelt de krachten."

In bezoekersaantallen heeft zich dat eveneens uitbetaald. Voor de fusie was de zaalbezetting per voorstelling gemiddeld 87 procent. Vorig jaar was dat 94 procent.

Monocultuur

Toch zitten er voor het publiek ook nadelen aan een fusie. In de constructie hangt veel af van de artistiek leider van TA, op dit moment Ivo van Hove. Mocht hij ooit vertrekken, dan moet de bezoeker hopen dat een opvolger direct hetzelfde niveau behaalt.

Daarnaast laat een programmering in handen van het huisgezelschap weinig ruimte voor experiment van buiten. Monocultuur ligt op de loer. Melle Daamen: "Je wilt toch ook iets tegendraads. Bij Het Muziektheater hadden ze vroeger ook een programmeur die werk van buiten programmeerde. Die is er nu niet meer."

Overigens is Daamen niet per definitie tegenstander van fusies. Theater Rotterdam, waar hij nu algemeen directeur is, ontstond uit de Rotterdamse Schouwburg, Ro Theater en Productiehuis Rotterdam. De situatie is echter anders, zegt Daamen, omdat in Rotterdam niet sprake is van één theatergezelschap, maar van meerdere makers. "Dat maakt echt verschil."

Bij de Stadsschouwburg en TA willen ze nog geen uitspraken doen over gevolgen voor het publiek. Daar is het te vroeg voor, laat een woordvoerder weten.

Driekoppige directie

Dinsdag werd bekend dat de Stadsschouwburg en Toneelgroep Amsterdam gaan fuseren met aan het hoofd een driekoppige directie. Die zal bestaan uit Dianne Zuidema (nu directeur van de Stadsschouwburg), Ivo van Hove (artistiek leider van TA) en Wouter van Ransbeek (adjunct-­directeur van TA).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden