Plus

Fulltimebaan, maar toch niet rond kunnen komen

De economie bloeit, de personeelstekorten zijn groot. Toch werken velen voor een mager loon in slechte omstandigheden. Hoe kan dat?

Beeld Mathilde Bindervoet

Khadija Hyati (49) kan haar gezin zelden van ­gezond eten voorzien. Niet omdat ze dat niet zou willen. "Het is duur. Ongezond eten is simpelweg goedkoper."

Hyati moet wel: vaak is het geld voor het eind van de maand al op.

Dit is geen gezin dat van uitkeringen leeft. Hyati werkt vijf dagen in de week, acht uur per dag als schoonmaker in een ziekenhuis in Amsterdam. Haar man werd zes jaar ­geleden ziek en raakte werkloos.

Sindsdien moet het gezin rondkomen van één salaris. Met nog twee thuiswonende kinderen van 12 en 15 jaar is dat vallen en opstaan.

"Ik krijg hulp van mijn andere oudere kinderen. Die kopen bijvoorbeeld kleren voor hun broertje. Ik ben ze dankbaar, maar je moet als moeder niet afhankelijk zijn van je kinderen. Zeker niet als je nog gezond genoeg bent om zelf te werken."

Hyati wil wel meer verdienen, maar meer dan fulltime werken kan niet. Maandelijks krijgt ze amper 1500 euro op haar rekening gestort.

"Dat is nog veel in vergelijking met collega's zonder leidinggevende functie. Die moeten het doen met zeker honderd euro minder."

Ze houdt wel van haar werk. "Het is leuk om te doen en ik ben ­onder de mensen."

Dat de verdiensten zo bar zijn, daar schaamt ­Hyati zich niet voor.

"De schuld ligt niet bij mij, maar bij de maatschappij. Als je een uitkering hebt en werkloos bent, dan nog hoor je in Nederland niet in armoede te leven. Ik heb een fulltimebaan. Als rondkomen zelfs dan niet lukt, vind ik niet dat ik het bij mezelf moet zoeken."

Nauwelijks rechten
Het gezin van Hyati is een voorbeeld van een maatschappelijke trend: mensen die met een betaalde baan niet kunnen rondkomen. Mensen die vaak ­onder slechte omstandigheden werken, op onregelmatige uren, zonder vaste aanstelling en vrijwel zonder rechten.

En heus niet alleen in de schoonmaaksector, waar Hyati, tevens kaderlid bij de FNV, nog schrijnender gevallen om zich heen ziet.

"Een alleenstaande collega kan van haar salaris niet rondkomen. Dus springen we met collega's bij: we geven brood of koken iets extra's om haar de laatste dagen van de maand door te ­helpen."

De FNV is inmiddels in verzet gekomen. De vakbond heeft een proces aangespannen tegen PostNL, omdat uit onderzoek van de Inspectie SZW blijkt dat postsorteerders worden onderbetaald. Ook het personeel van de Bijenkorf riep de warenhuisketen in een brief in Het Parool op meer loon te betalen. Ze verkopen de duurste tassen, maar kunnen zelf nauwelijks rondkomen.

De rechter maakte twee weken geleden een eind aan de zzp-constructies van de bezorgers van Deliveroo, die tegen lage vergoedingen en vrijwel zonder rechten hun werk moesten doen. Of neem de vrouw die 56 uur in een callcenter werkt, 's avonds én in het weekeinde, maar toch niet kan rondkomen.

Soms maakt ze werkdagen van 12,5 uur. Ze is verplicht elke twee uur pauze te nemen, maar dan krijgt ze niet doorbetaald. Net als wanneer ze ziek is. Uit angst haar baan te verliezen, wil ze anoniem blijven.

Beeld Laura Van Der Bijl

Onderzoek van het Sociaal en Cultureel Plan­bureau (SCP) wijst uit dat in 2016 235.000 werkenden in Nederland onder de armoedegrens leven; dat is ongeveer 3,2 procent van het aantal werkenden. Die groep is tussen 2007 en 2013 toegenomen en daarna licht geslonken, schrijft het SCP. In Amsterdam is het aandeel groter:
7 tot 9 procent. Onder zelfstandigen in Nederland leeft 9 procent in armoede, van alle mensen in loondienst is dit 2 procent.

Versobering
Volgens het Nibud ging een kwart van de Nederlanders vorig jaar niet op vakantie. Meer dan de helft van de thuisblijvers zei dat dat voor hen te duur is.

Ook voor Hyati: "Eten gaat voor, maar ik zou mijn gezin zo graag meenemen op vakantie. We zijn al vijf jaar het land niet uit geweest."

Hoe kan dat, in een welvarend land als Nederland, waar de economie bloeit en de werkloosheid daalt? Werkgevers roepen vaak dat ze geen geschikt personeel kunnen vinden. Hoe valt dat te rijmen met onderbetaling?

Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarkt en ­arbeidsverhoudingen aan de Tilburg University, ziet een duidelijke trend: "We hebben in Nederland minder over voor arbeid. De cao-­lonen zijn de afgelopen jaren nauwelijks gestegen, ondanks economische groei. Van de inkomsten van bedrijven gaat minder naar werknemers en meer naar winst en aandeelhouders. De wereld verandert, ondernemingen reageren door arbeidsvoorwaarden te versoberen."

Jurriën Koops, directeur van de Algemene Bond Uitzendondernemingen, deed vorige week in de Volkskrant een oproep om de waarde van arbeid weer belangrijker te maken dan de prijs ervan.

"Vroeger praatten wij met personeelsmanagers, tegenwoordig met inkopers," zei hij. Wilthagen herkent dit: werknemers worden meer als kostenpost beschouwd, dan als mensen die een bijdrage leveren aan een bedrijf. "Ondernemingen nemen mensen niet meer aan voor een baan, maar voor een stukje werk dat moet worden gedaan. Ze zijn handelswaar."

Khadija Hyati

Cok Vrooman, hoogleraar sociale zekerheid aan de Universiteit Utrecht en een van de auteurs van het SCP-onderzoek naar werkende armen, zegt dat ook de toename van 'atypisch werk' een oorzaak is: ten opzichte van bijvoorbeeld België en Denemarken telt Nederland meer oproepkrachten en schijnzelfstandigen.

Sommige oorzaken liggen ook bij de werkenden zelf, zegt hij. Zo vindt hij het arbeidsethos van ­Nederlanders laag. "Niet dat we lui zijn, maar werk komt niet altijd op de eerste plaats." Het aantal gewerkte uren en de omvang van het huishouden spelen ook een rol: met minder uren kun je nu eenmaal minder monden voeden.

De Nederlandse overheid komt gezinnen minder in de leefkosten tegemoet dan Denemarken en Duitsland. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het armoedebeleid, maar zij hebben de werkende armen vaak niet in het vizier.

Tegenbeweging
De gevolgen van deze ontwikkelingen zijn groot. Allereerst voor bedrijven, zegt Wilthagen, want werknemers met een vast contract en een goed loon zijn loyaal en dragen bij aan innovatie en de concurrentiekracht van een onderneming. Op korte termijn kunnen werkgevers kosten drukken door met lage lonen en losse contracten te werken, maar uiteindelijk verliezen ze daarmee de wedstrijd.

Daarbij: armoede van werkenden leidt tot maatschappelijke onrust. De 'gele hesjes' hebben inmiddels een uitgebreide agenda, maar de acties begonnen om prijsverhogingen. Vakbonden komen niet daadkrachtig genoeg voor deze mensen op, dus doen ze het zelf maar.

"Naarmate de verschillen in beloning toenemen, zal ook de onrust groeien," aldus Wilthagen. Vrooman vult aan: "De politiek moet oog krijgen voor deze problematiek. Het is goed mogelijk dat er een tegenbeweging ontstaat, maatschappelijk en politiek."

Het gezin van Hyati heeft andere problemen: "Als iets onverwacht kapotgaat, dan is er geen geld om dat te vervangen. Ik kan niet sparen. Rondkomen is al een uitdaging."

Bas Weerdmeester (27) werkt als facili­tair ­medewerker bij een ­verzorgingshuis in Rotterdam.

"Ik streef naar fulltime. Niet alleen omdat ik mijn werk leuk vind, ook omdat ik het geld nodig heb."

Zijn werkgever kan echter zelden zoveel uren bieden. "Gemiddeld werk ik daardoor slechts 25 uur per week, en dat ook nog voor een laag salaris." Per maand krijgt hij zo'n 1100 euro op zijn rekening.

"Als mijn ­hypotheek à 650 euro, het gas, water, licht en ­andere vaste lasten zijn betaald, houd ik met een beetje geluk honderd euro over voor de hele maand." Vaker is het zeventig of tachtig euro. Het ligt er maar net aan hoeveel diensten hij van collega's kan overnemen.

"Vorige week was een collega ziek op zaterdag, de dag dat ik altijd afspreek met vrienden. Gewoon bij iemand thuis, met z'n allen. Uitgaan is te duur."

Bij zo'n melding is de afweging: iets doen met vrienden en geld uitgeven, of
zeven uur werken? "Die keuze is snel gemaakt. Of beter gezegd: ik heb geen keus. Ik moet rekeningen betalen. Doe ik dat niet, dan slaat de maatschappij keihard ­terug."

Bas Weerdmeester

Weerdmeester houdt zijn vaste lasten zo laag mogelijk. Hij leeft zuinig om een buffer op te bouwen voor onvoorziene omstandigheden.

"Ik eet vaak brood, dat is goedkoop. Laatst had ik als avondeten twee zakjes van twee broodjes bapao. Die zijn zestig cent per pak. Zo heb ik voor 1,20 euro avondeten. Het is anders dan vroeger. Bij mijn ouders zat er altijd een salade bij het avondeten. Nu eet ik een versimpeld hoofdgerecht: pasta met saus uit een pot. Ook staat de verwarming nooit aan en ik heb noodgedwongen de goedkoopste zorgverzekering."

Hij wil benadrukken dat hij geen rotleven heeft. "Het is financieel zwaar, maar ik leef niet in een sociaal ­isolement. En ik heb een leuke baan. Het is gewoon continu wikken en wegen, altijd maar zoeken naar creatieve oplossingen."

Josje ter Haar (57) werd vijf jaar geleden voor de helft wegbezuinigd bij het Radio Filharmonisch Orkest. Nu werkt ze noodgedwongen voor vijftig procent. In de praktijk betekent het dat ze om de week een volle werkweek draait.

"Zo werkt dat," zegt de violist."We werken in een week naar een optreden toe. In het weekend treden we op en dan beginnen we aan een nieuw programma."

Hoewel Ter Haar van haar werk geniet, is rondkomen lastig. "We verdienen niet veel in de muziek." De muzikant krijgt maandelijks 1500 euro op haar rekening gestort. Daarvan gaat 500 euro naar de hypotheek 'en ik betaal 175 euro servicekosten'.

Als de Amsterdammer alle vaste lasten bij elkaar optelt -daar zit ook haar zorgverzekering bij - komt ze uit op net iets meer dan duizend euro.
"Het is lastig op mijn leeftijd nog werk te vinden in orkesten. Gelukkig zijn er allerlei potjes om ontslagen musici weer aan een baan te helpen." Daar maakt de violist dankbaar gebruik van.

Josje ter Haar

"Ik ben begonnen met een opleiding Nederlands voor Anderstaligen. Het Sociaal Fonds Podiumkunsten betaalt een groot deel van de kosten. In september ben ik afgestudeerd en hoop ik snel weer een baan te hebben, al is het de vraag of ik iets kan vinden dat te combineren is met het orkest."

Vooralsnog leeft ze eenvoudig: "Ik ga niet op vakantie, koop mijn kleding alleen bij de kringloopwinkel en woon in een woongroep op Zeeburgereiland." Rondkomen gaat net aan, of eigenlijk: van haar salaris gaat het niet. "Ik heb een paar keer per jaar nieuwe snaren nodig voor mijn viool en strijkstok. Dat kost meer dan 100 euro, maar het is voor mij onmisbaar. Anders kan ik helemaal niet werken."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden