Plus Interview

Fred de la Bretonière: 'Het Fred-gevoel was weg'

Met 25 geleende guldens van zijn vader begon Fred de la Bretonière zijn eigen winkel. Nu is het bedrijf dat zijn naam draagt failliet. 'Dan ga ik piekeren: zal ik de firma terugkopen? Of toch niet?'

'Op mijn verjaardag mocht ik een indianenpak uitzoeken met van die gekleurde veertjes. Ik vond het helemaal niks. Ik zei: geef me maar een mes' Beeld Ivo van der Bent

Hij kan het zich niet voorstellen: Fred de la Bretonière zonder Fred de la Bretonière. Maar toch. Zijn bedrijf is failliet. Althans, het bedrijf dat zijn naam draagt.

Hij ontvangt ons in zijn huis in Zuid. Muren vol kunst, wijn in de kelder. Een klein privémuseum met een omvangrijke collectie schoenen, laarzen, sandalen en tassen herinnert aan zijn lange carrière als ontwerper.

Eind 2014 verkocht De la Bretonière zijn schoenen- en tassenimperium aan investeringsfonds Karmijn Kapitaal. En toen ging het mis. Vanaf 2016 lijdt het merk verlies. In een persbericht liet het bedrijf vorige maand weten dat de schoenensector al jaren in zwaar weer verkeert en niet heeft kunnen profiteren van de economische opleving.

Even dacht De la Bretonière: zal ik mijn bedrijf terugkopen? Dat had hij in 2006 ook al eens gedaan, na een uitstel van betaling en verkoop in 1981.

U bent er goed uitgesprongen.
"Financieel wel, ja."

U zou uw bedrijf voor 15 miljoen euro hebben verkocht.
"Dat staat ergens geschreven hè?"

Wat ging er volgens u mis?
"Als je er zelf niet meer bij bent... Kijk, ik wil geen nare dingen zeggen over Karmijn. Het was een enthousiaste vrouwenploeg. Dat vond ik wel leuk. Ze hadden grote plannen met het bedrijf, wereldwijde groei. Ze hebben me een mooie handgeschreven brief gestuurd, gaven me schouderklopjes."

"Dus ik dacht na een tijd: doen! Ze hebben drie of vier dure mensen aangesteld om het bedrijf te leiden, maar dat waren geen schoenenmensen, hè. Het Fred-gevoel was weg. En nu wil je natuurlijk weten wat het Fred-gevoel is?"

Inderdaad.
"Dat weet ik niet. Je ziet het in mijn ontwerpen."

Volgens het bedrijf zat de economie tegen.
"Ik zei nog: doe rustig aan. Je hebt goede tijden en je hebt slechte tijden, maar als een investeerder eenmaal een plan heeft, gaat hij gewoon door. Mijn naam bleef aan het bedrijf verbonden, maar ik stond al twee jaar buitenspel. Dan was het: Fred, je bent een aardige jongen, maar bemoei je er niet mee. Geniet van je geld en laat ons maar onze dingen doen. Als we je nodig hebben, bellen we."

Wanneer belden ze?
"Toen ze geld nodig hadden."

Die vrouwen van Karmijn staan nu met lege handen.
"Ik vind het heel triest. En had ze het enorm gegund. Die meiden waren ontzettend positief over het merk, ze droegen het zelf ook allemaal. Voor het personeel in de winkels is het ook een ramp."

Het bedrijf is inmiddels overgenomen door ondernemers Ferry Helmer en Ron Janssen voor een doorstart.
"We hebben een leuk gesprek gehad. Enthousiaste jongens uit Brabant, schoenenjongens. Ze doen ook Mexx. Mijn hoofdontwerpster staat nu aan het roer van de afdeling design en mij willen ze graag als uithangbord. Ik heb ze gezegd dat ik dat wil, maar ik doe het natuurlijk niet gratis. De onderhandelingen zijn nog in volle gang."

In 2020 bestaan de schoenen en tassen van Fred de la Bretonière vijftig jaar. Hij kijkt ernaar uit. In 1976 werd hij al uitgeroepen tot de beste schoenenontwerper van Nederland. Vijfentwintig jaar later bracht hij Shabbies Amsterdam op de markt: stoere dameslaarzen met groot draagcomfort. Een voltreffer, uiterst geschikt voor de Noord-Europese markt.

'De mensen kwamen binnen, ik pakte een klompje, zij zetten hun voet erop en ik deed er een schacht omheen' Beeld Ivo van der Bent

De eerste ontwerpen dateren uit 1979. "Je had toen van die meisjes die naar Ibiza gingen," zegt hij. "Die hadden afgeknipte spijkerbroeken aan, te kort natuurlijk. En dan die dunne beentjes in hoge, brede laarzen. Dat vonden ze helemaal te gek."

Zijn ogen beginnen te glimmen. "Ken je Timberland? Die verkoopt dus één schoen, maar heeft een omzet van een miljard euro. Ik dacht: dat kan ik ook."

Hij laat de oerversie zien, die hij ooit voor zichzelf liet maken in een schoenenfabriek in Italië. Een half maatje te groot. "Ik heb in het woordenboek gekeken," zegt hij. "Slordig, shabby, dat vond ik leuk. Ik heb het als Shabbies gedeponeerd. Het werd een ongelooflijke hype. Timberland wilde met me samenwerken, net als Barbour van de waxjassen. Mijn managers zeiden: Fred, je moet trots zijn op Shabbies, je moet het zelf doen."

De liefde voor leer zat er al vroeg in, zegt hij. Het begon in Indonesië, het geboorteland van zijn vader. Vlak na de oorlog kreeg hij als jonge elektrotechnisch ingenieur uit Delft een baan bij de Algemeene Nederlandsch-Indische Electriciteits-Maatschappij in Soerabaja, de ANIEM.

De la Bretonière: "Er hing nog zo'n koloniaal sfeertje. Ik was een jongetje dat op zijn knieën in zijn kamer speelde en met een stokje in een oude barst in de muur zat te prikken. Nieuwsgierig en fantasierijk. Gefascineerd door de hand­genaaide koffers, golftassen en poker­bekers. En altijd bezig dingen te ontdekken en te maken."

U zat er in de tijd van de politionele acties.
"Jaha, een waardeloze rottijd eigenlijk. Soekarno had in 1945 de onafhankelijkheid uitgeroepen. Mijn vader vond het wel een prima kerel. Hij vond ook dat het tijd werd dat het land zelfstandig werd. Hij had zich niet gerealiseerd dat het zo'n harde oorlog zou worden, dat die Nederlanders zo tekeer zouden gaan."

Heeft u daar iets van meegekregen?
"Bij de parades zat ik bij de generaal op schoot - tenminste, ik denk dat het een generaal was, want het was een militair met een rode pet op. Ik ben militaristisch opgevoed. Als het Wilhelmus speelde, vond iedereen dat prachtig. Ik werd met een tank naar school gebracht. Dat vond ik natuurlijk geweldig."

Groot huis?
"Ja."

Bedienden?
"Mijn zusje en ik hadden een eigen baboe. Mijn moeder zei altijd: 'Het is maar goed dat we weer naar Nederland zijn gegaan, anders was je een heel verwend jongetje geworden.' Mijn vader kreeg een baan als elektrotechnicus bij de AKU in Arnhem. Ik was bijna zeven en wilde woudloper worden. Een leren jas aan en zo'n bontmuts met een staart. Stoere dingen doen in het bos."

"Op mijn verjaardag mocht ik een indianenpak uitzoeken met van die gekleurde veertjes. Ik vond het helemaal niks. Ik zei: geef me maar een mes, op zolder staan nog een oude koffer en een leren stoel. Daar maakte ik manchetten van en putties. Van de buurman kreeg ik van die bruingrijze kippenveren. Echt materiaal, the Real McCoy. Op de naaimachine van mijn moeder heb ik vijftig naalden gebroken, maar ik was de held van de buurt."

Met leren wilde het ondertussen niet erg lukken, zelfs niet toen hij de kans kreeg om op een privéschool zijn staatsexamen hbs-b te doen. "Verwende rijkeluiszoontjes die geen moer uitvoerden, net als ik. Als ik iets snap, dan snap ik het. Maar iets uit mijn hoofd leren, dat ga ik dus echt niet doen. Rapporten lezen? Man, man, man, dat vind ik dus niks."

Op zijn achttiende vertrok hij met de boot naar Australië, het avontuur tegemoet. De bush in met onderzoekers van de landbouwschool. Tenten opzetten, konijnen schieten, stropen, villen en vuur maken. Later ging hij ananassen plukken en kwam hij bij de rodeo. "Ik was heel lenig, dus zat ik op een gegeven moment dronken op zo'n paard een paar shows te doen. Ontzettend leuk."

Terug in Nederland ging hij naar de kunstacademie. "Ik was jaloers op kunstenaars die conceptueel goede dingen maakten," zegt hij. "Zat ik daar een beetje mooi te tekenen. Dat wilde ik helemaal niet. Ik heb twee jaar lang zitten nadenken en eigenlijk niks gedaan."

Vierhoog-achter in de Tweede Jan Steenstraat woonde hij. "Kocht ik een zak ongezouten pinda's voor vijftig cent. Slokje water erbij en je zat helemaal vol. Aan het einde van de week ging ik naar de wc en hoorde ik achter me: tik-tik-tik. Dan dacht ik: even naar mijn ouders, de was doen en een keertje goed eten."

Eind jaren zestig, hij was bijna 25 en had nog niets gepresteerd, begon De la Bretonière op het Waterlooplein leren bandjes te verkopen van een oude Friese klokkenmaker uit de Sint Luciënsteeg. Hij maakte er ook riemen en sandalen van. Aan de Bijenkorf verkocht hij zeshonderd tassen van vlechtleer. Gevouwen, met een band eromheen, in elkaar gezet door een stel bevriende krakers.

Fred de la Bretonière
23 december 1944, Amsterdam

1951-1957 Tamboersbosje, Arnhem
1958-1963 Rhedens Lyceum Velp en hbs in Zetten
1963-1965 Verblijf in Australië
1965-1967 Kunstacademie Den Haag (niet afgemaakt)
1970 Verkoop eerste tassen aan de Bijenkorf
1971 Opening winkel in de Sint Luciënsteeg, Amsterdam
1976 Uitgeroepen tot beste schoenontwerper van Nederland
2002 Introductie Shabbies Amsterdam
2010 Santi Crispino e Crispiniano award, Italië
2012 Introductie Fretons (sneakers)
2014 Verkoop De La Bretonière Group BV aan Karmijn Kapitaal

Fred de la Bretonière woont in Amsterdam-Zuid met zijn partner Suzanna van de Plasse.

Hij heeft een dochter (actrice en zangeres Esmée de la Bretonière) en een zoon (webdeveloper Daco de la Bretonière). En drie kleinkinderen: Yuan, Kimo en Zena

Kinderfoto's Beeld Privé-archief

"Kom ik daar een kamer binnen met mannen in pakken met stropdassen. Natte rug van de zenuwen natuurlijk. Zegt de inkoper: 'Dat is bijzonder, dat heb ik nog nooit gezien.' Ik had een prijslijst gemaakt met mooie ronde bedragen. Hij schudde zijn hoofd: 'Zo werkt dat niet.' Ik had de knop van de deur al in mijn hand, toen hij zei: 'Wacht eens eventjes, angry young man, het is twaalf uur, laten we gaan lunchen.'"

Verkopen deden de tassen niet, maar zijn naam was gevestigd. Met 25 geleende guldens van zijn vader en de opbrengst van zijn riemen en tassen begon hij in de Sint Luciënsteeg zijn eigen winkel. Muiltjes maken, want daar had je geen leest voor nodig.

"De mensen kwamen binnen, ik pakte een klompje, zij zetten hun voet erop en ik deed er een schacht omheen. Even plakken met de lijmspuit en terwijl ze een kopje koffie of thee dronken, hamerde ik er achter de desk sierspijkertjes in. En dat voor 69 gulden. Stond er in de krant: Fred de la Bretonière maakt schoenen op maat, hahaha."

Op oude foto's zie ik een hippie met lang haar.
"Davy Crockett, de woudloper, daar hield ik van. En ik las Eric de Noorman. Die droeg leren rokken. Dat was niet vrouwelijk, dat was juist mannelijk. Ik ben ze ook gaan maken, op mijn manier: een lap leer met een riem erop gestikt. Lekker stoer en ruig, met een gulp aan de voorkant. Helemaal te gek. Ik heb nog een hele show gehouden met dat soort kleding."

Waarin onderscheidt zich een De la Bretonière?
"Ken je het Centre Georges Pompidou in Parijs? Dat werd in de jaren zeventig gebouwd met alle buizen aan de buitenkant, inside out. Dat deed ik met mijn leer ook, gewoon koud op elkaar gestikt. Niet zo tuttig. De naad van achteren spande ik naar buiten, vooral bij mijn laarzen met een hoge schacht. Binnenstebuiten. Ik deed het uit luiheid, maar toen ik Centre Georges Pompidou had gezien, heb ik er een lijn van gemaakt."

Wat was uw grootste miskleun?
"Miskleun? Wat is een miskleun?"

Iets wat niet goed is gegaan.
"Zo denk ik niet. Misschien is iets niet goed verkocht, maar dat is nog geen miskleun. Weet je wat erg is? Iets in je collectie dat heel populair is, maar wat je zelf niet mooi vindt. Dat is het ergste wat je kan overkomen."

Om mij heen hoor ik klagen dat uw schoenen duur zijn.
"We zitten in Nederland, hè."

Klagen over de prijs is Nederlands?
"In het buitenland kost het type schoen dat ik maak zomaar zes- tot zevenhonderd euro. Bij mij zijn ze dan driehonderd euro. Dat is veel geld, dat weet ik ook wel. Maar duur? Dat vind ik dus niet. Nou ja, ik ben begonnen in een tijd dat Nederland nog superburgerlijk was. Nu is het een fantastisch land aan het worden."

Hoe komt een Indische man aan de naam De la Bretonière?
"Dat is een mooi verhaal. Een zekere Pierre de la Bretonière, een page aan het Franse hof, is in de 17de eeuw via Kaapstad naar Indonesië gevaren. Daar heeft hij veel dingen gedaan, onder meer onechte kinderen maken bij de lokale bevolking."

"Een van zijn nazaten had een plantage, zo'n honderd kilometer ten zuiden Batavia, waar hij De Zeevaarder heeft ontvangen, prins Willem Frederik Hendrik, de derde zoon van koning Willem II. Die vroeg wie hij was. Een bastaardkind, zei hij, maar eigenlijk een De la Bretonière."

"Uit dankbaarheid voor de ontvangst mocht hij van Willem weer officieel zo heten. En, zei hij, mocht hij of een van zijn nazaten in de problemen komen, dan konden ze zich altijd richten tot het huis van Oranje. Nou, kijk. Pas op met deze tak van De la Bretonière."

"Medard de la Bretonière, de vader van mijn vader, heeft met mijn oma vijf kinderen gemaakt. Daarna is hij een pakje sigaretten gaan halen en is nooit meer teruggekomen. Hij heeft haar in ernstige geldnood achtergelaten."

Een Indische vrouw?
"Een Nederlands-Indische vrouw. Indische vrouwen noemden ze destijds inboorlingen, hè. Kun je nagaan. Maar mijn oma is dus een andere man tegengekomen, een Nederlander. Opa Hermans noemden wij hem. Hij zag eruit als Gandhi, een magere, rijzige man. Hij sprak niet alleen Chinees en Arabisch, maar was ook goed in wiskunde en geschiedenis. Hij wist zo veel dat ik er helemaal gek van werd. Hij ging nooit zitten. En altijd een lichtgrijs pak aan met een dun hemdje eronder. En witte gympen. Dat vond ik toen al mooi."

"Hij heeft mijn vader naar Nederland gestuurd om te studeren in Delft. In Den Haag had je in die tijd veel Indische jongens rondlopen. Lichte Burberryjassen aan, een beetje bruine huid."

Mooie jongens.
"Mijn vader was een enorme vrouwenversierder. Hij was even klein als ik, maar hij wilde een lange, slanke Nederlandse als vrouw. Op zaterdagavond hadden ze feestjes in het Kurhaus. Aan de ene kant zaten de meisjes met hun chaperonnes en aan de andere kant van die nozemachtige studenten. Hij heeft er mijn moeder ontmoet, een mooie, blonde vrouw."

'Tot twee maanden geleden voelde ik me nog hartstikke goed. Het is de stress. Ik weet het niet. Ik moet leren genieten' Beeld Ivo van der Bent

"Tijdens de oorlog is mijn zusje in Den Haag geboren. Daarna zijn ze naar Amsterdam verhuisd en ingetrokken bij haar ouders in de De Lairessestraat, waar ik in 1944 ben geboren. Als bijna afgestudeerd elektrotechnisch ingenieur had hij voor het verzet Duitse V2-raketten ontmanteld in het Haagse Bos. Het werd hem er op een gegeven moment te heet onder de voeten."

Bent u een familieman?
"Jazeker. Ik heb twee kinderen en drie kleinkinderen, en ze wonen allemaal in Amsterdam. Minstens twee keer per jaar hebben we een groot familiefeest. Maar ja, de jaren zeventig... Ik heb er een potje van gemaakt, een aantal vriendinnen gehad. Wat dat betreft ben ik een echte De la Bretonière, hahaha. Maar ik heb het altijd op een charmante manier proberen op te lossen. De moeder van mijn kinderen zie ik nog regelmatig."

U komt op mij ook niet over als een haatdragend type.
"Waarom zou ik? Als je altijd goed met elkaar bent omgegaan? De reden dat het uitging was nooit omdat het slecht ging, maar omdat ik zo'n lul was die elders ook wat leuks zag. Maar goed: met Suzanna ben ik nu al 23 jaar samen."

U schijnt nogal een feestnummer te zijn geweest.
"Vroeger, ja. Er was altijd wel wat. Ik heb nog vijftien jaar in Broek in Waterland gewoond, in een leuk huisje. Daar was het elke dag feest. En elke morgen hoofdpijn."

Werkt u nog?
"Ik heb geen hobby's, dus ik vind het allemaal... Ik ben een beetje overspannen geweest, juist van het niks doen. Dan ga ik piekeren: zal ik de firma terugkopen? Of toch niet? Ach, man."

U bent 74.
"Volgend jaar word ik 76."

Dan ga je toch geen bedrijf meer terugkopen?
"Nee, beter van niet. Tot twee maanden geleden voelde ik me nog hartstikke goed. Het is de stress. Ik weet het niet. Ik moet leren genieten. Voor mijn verjaardag heb ik vijf fitnesslessen cadeau gekregen in het Beatrixpark. Pfoe, zwaar hoor. Ik heb altijd gesport, maar nu voer ik geen flikker meer uit. Het zou mooi zijn als ik een adviseursfunctie kan krijgen in het nieuwe bedrijf."

Beeld Ivo van der Bent
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.